VERSLAG  
  SINT NICOLAAS ACADEMIE, 15 december 2007  
         
 

        SINT FRANCISCUS VAN ASSISI       

 
           
   

   
         
 

   Op 15 december 2007 spreekt de 97-jarige franciscaan pater Amandus Korse  over de heilige Franciscus van Assisi. Pater Korse gaat altijd gekleed in het habijt van zijn orde en is auteur van het zich aan alle etiketten onttrekkende meesterwerk Vaarwel christendom,. Hij belooft voor deze bijeenkomst enige aspekten van de populaire Poverello te belichten.

   Hoe zag de samenleving er in het Italië van begin dertiende eeuw uit?De steden waren in opkomst, en daarmee de handel. De vader van Francesco was behalve lakenverkoper, grootgrondbezitter. Hij ging geregeld op reis, en zijn zoon vergezelde hem. Zijn vrome moeder Pica behoorde tot de adel, maar haar titel ging niet automatisch over op haar zoon. Die zoon zou de bloeiende zaak van zijn vader overnemen, maar hij kon zich gezien zijn artistieke talenten ook tot dichter of zanger of beeldhouwer ontwikkelen. Hij kon eventueel ook worden opgenomen in de adel en ridder worden. Hij had alles wat een jongeman begeerlijk en succesvol maakt. De wereld lag aan zijn voeten en daarnaar gedroeg hij zich. Zijn vrienden vierden hem als feestbeest en carnavalsprins.

   Maar die uitgelatenheid was slechts uiterlijk vertoon om zijn angst te bezweren. Wat hem obsedeerde was de dood, het verval, de ontbinding. Ook ging hij gebukt onder zware gewetensnood. Hoe de staat van zijn ziel psychologisch te duiden? Volgens pater Korse zijn zijn biografen daarin tekortgeschoten. Helčne Nolthenius bijvoorbeeld, “ontmythologiseert” Franciscus, maar geeft geen verklaring voor wat onze tijd zou vatten in woorden als ‘neurose’, ‘ manische depressiviteit’. Later, na zijn bekering, zou de toekomstige heilige ‘melancholie’ typeren als de ‘Babylonische ziekte’, een toestand die leidt tot decadentie en ijdele vreugde. Wat hem kenmerkte, was een afschuw van insecten, kadavers van dieren en leprozen. De ontluistering van de schoonheid van de natuur, van het leven maakte hem zwaarmoedig en hij vroeg zich voortdurend af wat hem, eenmaal staande voor Gods rechterstoel, ten deel zou vallen. Hij gaf veel almoezen aan armen om later een zo gunstig mogelijk oordeel te bekomen, en daarbij  schroomde hij er niet voor mooi weer te spelen van het geld van zijn vader.

   Zijn bekering voltrok zich net zo snel als die van Paulus. Pater Korse spreekt van een ‘salto mortale’. Plotseling staat er onderweg, voor zijn paard, een leproos. Hij overwint zijn walging. Hij stijgt af, kust de lopende wonden en slaat zijn arm om het uitgeteerde lichaam. Zijn fobie smelt als sneeuw voor de zon. Zijn zelfgenoegzaamheid, zijn opschepperij maakt plaats voor de nederige trouw van de schildknaap aan zijn leenheer God. Net als in het geval van Saulus-Paulus, blijft zijn natuurlijke aandrift in tact, maar dan in haar tegendeel. Zijn  neerslachtige aard wijkt dankzij de genade voor evangelische blijheid. Je zou ook kunnen zeggen dat hij eindelijk zijn ware bestemming had gevonden.

   Franciscus maakte van de armoede zijn weg om Christus te volgen. Toen hij volgelingen kreeg, had hij aanvankelijk geen regel. Die voerde hij in op verzoek van de paus, Innocentius III. Uit zijn beweging kwam behalve een mannenorde, een vrouwenorde voort en een derde orde van mannen die “in de wereld bleven”, waaronder edelen en koningen. Toen hij op vierenveertigjarige leeftijd stierf, was hij lichamelijk een wrak.

   Een van zijn latere volgelingen is Johannes Duns Scotus, die pater Korse bijzonder aan het hart ligt. Scotus, in 1993 zaligverklaard, stelt de vrije wil als primair ten opzichte van het verstand (Thomas en de dominicanen). De menswording geldt voor Scotus, alsook voor Franciscus, als het oerplan van God. Ook indien de mens niet had gezondigd, dan nog was God mens geworden. Voorts is Scotus de ‘vader’ van het onbevlekt ontvangen zijn van Maria (waar Thomas moeite mee had.) Tot slot benadrukt Scotus dat de verbreiding van het Evangelie de kerk noodzakelijk maakt, met daarbij de gehoorzaamheid aan Petrus en diens opvolgers. Christus koningschap komt tot uiting in de Eucharistie. 

   Wat is de maatschappelijke invloed van Franciscus in onze tijd, bijvoorbeeld met betrekking tot de bevrijdingstheologie?, luidde de eerste vraag.

         Zorg voor de armen, ja; marxisme, nee, antwoordt pater Korse.

   Een andere vraagsteller legt de nadruk op Franciscus’ liefde voor de schepping, getuige zijn contact met de dieren.

         Waar haalde Franciscus zijn kennis vandaan?, oppert een derde.

   Van theologie en filosofie wist hij nagenoeg niets, stelt pater Korse. Zijn kennis wortelde in het wonder van de Menswording Gods.

 

de voorzitter

 

  

 

 
    Terug