VERSLAG  
  SINT NICOLAAS ACADEMIE, 15 januari 2011  
         
 

 

                 LEVEN NA DE DOOD

      AFSLUITEND VRAAGGESPREK MET

 MGR. JOZEF MARIANUS PUNT, BISSCHOP VAN HAARLEM-AMSTERDAM

                   

 
           
   

 

 
         
 

                                                                 

   Geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord…, lezen we in de H. Schrift. Waarom daarover speculeren? Is het niet beter om gewoon hier goed te leven; en wat er straks komt, dat zien we wel?

Mgr. Punt:  Daar ben ik het niet mee eens. De traditie heeft dat onderwerp uitgewerkt, in tegenstelling tot de protestanten. De profetische lijn in de Kerk is onmiskenbaar. Het is een genade van God, en het is goed om na te denken over het leven na de dood. Vooral ook in deze tijd. Wel is het zo dat wat we nu doen, straks komt. Er is een band tussen dit leven en het volgende leven. Er is verantwoordelijkheid. Hemel, vagevuur en hel is een groots perspectief. Er zijn ook mensen die dat wegredeneren, die geen verantwoordelijkheid willen nemen. In onze tijd heerst het atheÏstische beeld. Ook het atheïsme is een geloof, namelijk dat er na de dood niets is. Een heel bizar geloof. Karl Marx verklaarde alles vanuit natuurlijke processen, hoewel hij opgevoed was in het geloof – zoals blijkt uit de correspondentie met zijn vader. Marx wees God af, en toen kwam het materialisme.

In het boek “Over de drempel van de hoop” (hoofdstuk 28) wordt aan paus Johannes Paulus II het volgende voorgelegd: ‘Sommigen zijn van mening dat de zo praatgrage kerk over het essentiële zwijgt: het eeuwig leven. De hemel, het vagevuur, de hel…, bestaan die nog wel? De kerk heeft de mond vol van de actualiteit en spreekt bijna nooit over de eeuwigheid.’ De paus erkent dat er sinds het Tweede Vaticaans Concilie minder over het eeuwige leven wordt gesproken. Maar vroeger gebeurde dat volgens hem te ‘personalistisch’. Nu gaat het meer over ons allemaal, over het herstel van alle dingen, van heel de wereld, van het mensengeslacht, het einde der tijden… In het verleden werd veeleer het individu centraal gesteld. Maar, vervolgt de paus, kunnen we na de concentratiekampen, de goelags, de bombardementen iets nog verschrikkelijkers verwachten van de wereld, nog meer vernederingen, nog meer hel? De gruwelen van onze eeuw, besluit de paus, maakt dat wij nu de nadruk leggen op het eschatologisch karakter van de pelgrimerende Kerk. Na het concilie verschoof de aandacht naar wat er hier op aarde te verbeteren valt, mensenrechten, solidariteit, de waardigheid van de mens…, het humanisme brak baan binnen het christendom. En dat is aarde-gericht.

Mgr. Punt: Het hoort allebei bij elkaar. Het collectieve en het individuele. Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde is een belangrijke lijn, een toekomstbeeld, hoopvol, voor ons allemaal. Laten we de wederkomst van Christus niet vergeten. Dat is een fundamenteel gegeven van het geloof. Daarnaast is er altijd onze persoonlijke weg, en daar moeten we over praten. We hebben een onsterfelijke ziel, we leven voort na de dood, en daar mogen we best over nadenken, ons in verdiepen. We zullen eens voor eeuwig gelukkig zijn in Gods koninkrijk. De mens wordt bemind. Gods liefde is onvoorwaardelijk. De mens is geschapen voor de eeuwigheid. Hemel, hel en vagevuur…, na de dood komen we in het eeuwige licht, waarin duidelijk wordt wie je geweest bent. Dat is het eerste voorlopige oordeel. De hoogmoedigen die de confrontatie niet aankunnen, ja, die wacht de hel. God wil dat allen gered worden, maar de hoogmoedigen sluiten zich zelf af. De biecht is fundamenteel, vergeven en vergeten. En dan komt de mens in het eeuwige licht. Dat is niet statisch, maar een proces, een ontwikkeling, een avontuur. Paulus heeft het over geledingen in het licht. Ook het vagevuur bestaat uit geledingen, in loutering. Maar de duisternis bestaat ook, al hebben wij daar nog zo veel moeite mee.

Er zijn ook mensen die Gods goedheid afwijzen. Dat noemen we de hel. Maar is de eeuwigheid daarvan te rijmen met Gods barmhartigheid? En zou het niet eeuwige daarvan te rijmen zijn met de vrije wil die de mens gegeven is? Hebben we hier te maken met tegenspraak, of paradox?

Mgr. Punt: Dit is een heel moeilijke vraag. Wij kunnen ons de eeuwige duisternis niet voorstellen. God wil alle mensen redden; iets anders is of allen dat accepteren. Wanneer mensen volharden in het afwijzen van God, dan kan ook God niets voor ze doen. God wil de mens altijd vergeven, maar Hij kan niet heen over de grens van wie niet meer geloven. Hij had Judas kunnen vergeven, maar dan zou deze zich hebben moeten openstellen.  Er zijn mensen die twijfelen of God nog wel alles vergeven kan. Dat kan! Hij vergeeft alles, behalve als de mens zelf dat niet wil. Wij hebben het sacrament van de biecht, van de vergeving. Sommige protestanten vinden dat te makkelijk. Maar Christus heeft zelf aan het kruis de goede moordenaar vergeven, en die was nog tezelfder tijd met Hem in het paradijs. Wèl moeten wij zelf de bereidheid hebben om vergeving te vragen, en dat vereist nederigheid. Hoogmoed is de oerzonde, en van daaruit kan men niet om vergeving vragen.

En kwestie van heel andere aard is wat de Kerk leert over de vereniging van lichaam en ziel op het einde der tijden. Hoe moeten we ons dat voorstellen? Als we Dante lezen, of Swedenborg, of Dionysius, dan gaat het over herkenbare zielen in het hiernamaals. Ook uit de Bijna-Dood-ervaringen leren we dat wij in het andere leven wezenlijk herkenbaar blijven zoals we op aarde waren. Wat ontbreekt er dan nog aan het geluk van de zaligen, en het ongeluk van wie zich van God hebben afgesloten? Wat valt er nog te wachten op een onvoorstelbare toekomstige tijd van vereniging van zielen met lichamen? Waren Elia en Mozes niet lichamelijk herkenbaar op de berg Tabor? Zag de rijkaard Lazarus niet in de schoot van Abraham?

Mgr. Punt: Wij geloven dat de mensen nu al in een hemelse, louterende of helse toestand zijn. Er is een zekere lichamelijkheid of stof waarin wij verder leven. Niet in de harde stof die wij kennen, maar een soort etherische lichamen. Ooit zullen wij in verbinding komen met een totaal nieuwe materiële werkelijkheid. Want ons verlossingsbegrip betekent dat alles wordt verlost, tot de materie toe. Ooit zullen het geestelijke en materiële opnieuw bij elkaar komen, in een onvergankelijke staat. Meer kan ik daar eigenlijk niet over zeggen.

U had het eerder over Marx en het atheïsme. Denkt u niet dat al die BDE een bevestiging zijn van ons christelijk geloof in het eeuwige leven?

Mgr. Punt:  Ik ken die boeken over uittredingservaringen. Ja, dat kunnen we alleen maar waarderen. Ze proberen wetenschappelijk vast te stellen is goed, maar we moeten voorzichtig blijven.  Er worden ook allerlei theorieën op gebaseerd. Maar hoe dan ook, het naïeve materialistische wereldbeeld wordt erdoor onderuitgehaald. Dat is goed. Het laat zien dat we niet alles weten, dat er dimensies zijn die we niet kennen. Het is goed dat die bijna-dood-ervaringen zijn opgeschreven. Er zit heel veel in dat de redelijkheid van het leven na de dood aantoont. Er zijn prachtige bijna-dood-ervaringen, bijvoorbeeld van blinden die bij uittredingen kunnen zien. Laat de materialisten daar maar eens een antwoord op geven. Er zijn heel wonderlijke dingen die we niet kunnen verklaren.  Als vanuit onverdachte bron deze dingen worden vastgesteld, dan kunnen we dat alleen maar toejuichen. Maar we moeten voorzichtig blijven. Er wordt soms gezegd dat iedereen in dat licht komt, en dat spoort niet met ons idee van verantwoordelijkheid. Ontmoeting met God is geen automatisme. Er is ook een ervaring die zegt dat ieder mens eerst in een harmonieuze toestand komt, en geleidelijk wordt hem duidelijk wie hij is, of hij het licht verdragen kan. Pas daarna komt de echte ontwikkeling op grond van wie je wezenlijk bent. In de meeste bijna-dood-ervaringen is alleen sprake van de begin-ervaring. Ze maken even het licht mee, maar daarna komen ze weer terug in het aardse leven.

Er is ook een relatie tussen de bijna-dood-ervaringen en de visioenen van sommige mystici, binnen de Kerk. Catharina van Siena bijvoorbeeld, maar ook latere visionairen als Emanuel Swedenborg en Jakob Lorber, die vanuit het christendom in het hiernamaals gekeken hebben. Bij hen gaat het niet alleen over losse ervaringen, maar er zit een systeem in, met hemelse en helse toestanden. Dante is wellicht de grootste visionair of mysticus, met een compleet beeld van Hel, Vagevuur en Hemel, dat geënt is op de leer van de kerk (Thomas van Aquino, Dionysius de Areopagiet). Er zijn raakvlakken tussen de BDE van onze tijd en de beelden van mystici en visionairen uit het verleden. Eric Bruijnis bijvoorbeeld, hier aanwezig, heeft een boek geschreven over de relatie tussen de BDE en de mystici (Het Hiernamaals).

[Mevrouw Lydia Stern vertelt over haar bijna-dood-ervaring, tijdens een operatie. Ze ging een tunnel in waarna er een licht kwam dat steeds helderder werd. Ze kwam voor een deur waarvoor een bisschop stond, gekleed in wit en goud. Hij beval haar terug te gaan met de opdracht om deel uit te maken van een heilige familie. Daarna ontwaakte zij uit de narcose. Maar de stem galmde nog na, en het beeld van de tunnel bleef hangen. Het was een vredige, liefdevolle ervaring geweest. Ze had niet teruggewild, en daarna werd ze depressief. Maar haar terugkeer was nodig om een zondig leven goed te maken. Ze was, volgens haar eigen zeggen, erger dan Saulus. Ze was niet katholiek, maar na haar ervaring werd ze katholiek, mede onder invloed van haar zieke zuster. Vanaf die tijd ging ze regelmatig naar de kerk. Zij voelde zich thuiskomen in het katholiek geloof. Later in haar leven kreeg zijn contact met haar overleden zoon, die haar vertelde dat ze in de hemel ook eten en drinken, maar heel anders dan op aarde. Bij een bezoek aan Lourdes vond in de grot een bijzondere ontmoeting met Maria plaats. Later verscheen Jezus in een droom aan haar om haar een zaadje te geven waaruit een boom opschoot.]

Vraag uit de zaal: Maken dit soort ervaringen het mogelijk of waarschijnlijk dat mensen in een ander lichaam op aarde terugkeren om een en ander goed te maken?

Mgr. Punt:  U doelt op het idee van reïncarnatie, maar dat bestaat niet in onze Kerk. Dit idee lijkt heel logisch en redelijk, je moet alles uitboeten, maar het is onbarmhartig. Het hangt samen met het idee van karma, je oogst wat je zaait. De ijzeren wet van oorzaak en gevolg, het noodlottig Rad van de eeuwige Terugkeer. Alles moet worden uitgeboet; het komt erop neer dat wij ons zelf moeten verlossen, maar de Kerk leert dat wij onszelf niet kunnen verlossen. Wij verrijzen in het lichaam wat we nu, hier achterlaten. Ikzelf heb de gedachte van reïncarnatie jaren lang aangehangen, in de periode dat ik in New Age ronddwaalde. Wij hebben de hand van God nodig, die ons verlost door Jezus Christus. Wij hoeven alleen maar de hand vast te pakken die Hij ons aanreikt.

Vraag uit de zaal: Willen wij, om met Sint Franciscus te spreken, niet te veel weten over wat ons na de eerste dood te wachten staat?

Mgr. Punt:  Ik denk dat het goed is om niet te weinig te weten, en ook niet te veel. Hemel, hel en vagevuur, ja, in grote lijnen. Maar de details, dat is wat anders. Mensen hebben het nodig, ook in onze tijd, om wel iets te weten over wat ons wacht.

Vraag uit de zaal: En als er dan een frictie ontstaat tussen enerzijds de traditie, en anderzijds het Evangelie, wat moet hij dan kiezen?

Mgr. Punt: Er hoeft geen frictie te bestaan. Dat is een probleem van de Reformatie. Iets wat in de kiem aanwezig is, groeit in de tijd uit. Over Maria bijvoorbeeld, staat er maar heel weinig in de H. Schrift, maar in de loop van de tijd wordt een en ander duidelijk. Onder invloed van de H. Geest wordt onze kennis verrijkt en verhelderd. Er is geen tegenspraak tussen Bijbel en Traditie. Christus zelf zegt dat Hij ons nog veel te zeggen heeft dat we nu nog niet verdragen kunnen, maar de Geest zal komen om ons bij te lichten. De Geest gaat dus met ons verder in de loop van de tijd. Maar het moet altijd in continuïteit zijn met de Schrift en de Traditie. Het is zoals een boom die groeit, er komen steeds meer takken en bladeren aan. Je hebt mensen die zeggen dat we terug moeten naar de wortel, en dat de boom omgekapt moet worden, maar wat je dan overhoudt is een dode stronk. Het is Gods wil dat wat in de kern aanwezig was wordt uitgewerkt. Ik denk zelf dat er geen tegenspraak is. Dat zeg ik ook altijd in gesprekken met reformatoren.

Vraag uit de zaal: Als u spreekt over bewustzijn los van het lichaam, neem ik aan dat u het heeft over de ziel. Over de ziel die los van de hersenen kan bestaan. In het boek van Pim van Lommel (Eindeloos bewustzijn) wordt ook gesproken van een bewustzijn (ziel) vóór de geboorte, vóór het lichaam. Bestond onze ziel al vóór onze geboorte?

Mgr. Punt: Wij geloven dat de ziel bij de conceptie geschapen wordt. En niet dat de ziel almaar nieuwe lichamen aanneemt.

Vraag uit de zaal: Vroeger werden wij opgevoed met de zorg voor de zielen in het Vagevuur. We horen er niet meer over. We horen amper nog in de Mis dat er gebeden wordt voor de zielen in het vagevuur. Of voor de zielenrust van iemand. In liefde gedenken. Het is allemaal verdwenen. Ook stoor ik mij aan al die communievieringen, alsof die een vervanging van de zondagsmis zouden zijn, van het misoffer.

Mgr. Punt: Daar heeft u gelijk aan. Wij trekken rond langs alle parochies om de dingen recht te zetten. Die communievieringen zijn destijds ingevoerd vanwege het priestertekort. Daar zijn wij helemaal niet gelukkig mee, zoals evenmin met uitvaartdiensten die geen requiemmissen zijn. Ik tik her en der pastoors op hun vingers, maar zij verontschuldigen zich dan met dat de mensen het zo graag willen. Maar dan zeg ik dat zij de communie niet mogen ontvangen. Als er geen Eucharistie kan zijn, hebben we met een woordviering te maken, en dan is er geen communie. Degene die in de kist ligt heeft recht op een Eucharistieviering. Een offer voor zijn of haar zielenrust. Die woordvieringen zijn geen substituut voor een H. Mis. Maar helaas is er vaak geen priester beschikbaar, dan wordt het een woordviering, en daar hoort geen communie bij.

Vraag uit de zaal: En aflaten?

Mgr. Punt: Ja, die bestaan nog steeds. Bij het heilig Jaar. En bij bepaalde gelegenheden. Bij gebedsdagen bijvoorbeeld. Maar dan moet het goed uitgelegd worden omdat het een heel moeilijk begrip is.

Vraag uit de zaal: Ik ben een Maria-vereerder, maar meer nog wil ik wijzen op de barmhartigheid van Jezus, op het beeld dat zuster Faustina ons gegeven heeft. We zien daar die afbeelding aan de muur hangen. De zondag volgend op Pasen vieren we de Barmhartige Jezus. Moet daar niet meer aandacht aan gegeven worden in deze tijd?

Mgr. Punt: De kerk moet de grote mystieke tradities in ere houden. U weet dat ik de verschijningen van Maria een groot hart toedraag. De Barmhartige Jezus werd eerst afgewezen, maar de Poolse paus heeft de zondag van de Goddelijke Barmhartigheid ingesteld. Zelf vier ik die altijd in Heiloo. De profetische traditie is heel belangrijk. Ook in deze tijd. Ik ben de laatste om die tegen te werken. In samenwerking met de paus hebben we de devotie tot de Vrouwe van alle Volkeren vrijgegeven, hoewel anderen daar bezwaar tegen blijven maken. Het is belangrijk dat christenen getuigen, en niet altijd het woord Kerk in de mond nemen om te zeggen de Kerk moet zus, of zo, of zou moeten… Christenen kunnen zelf ook het nodige doen. Je kunt niet alles op de bisschoppen verhalen, en zelf achterover leunen. In dat opzicht kunnen we naar de protestanten kijken, die meer geneigd zijn om initiatieven te nemen. Ik ken de bisschop van Banja Luka, in voormalig Joegoslavië. Ze wilden zijn oude moeder vermoorden om hem uit te schakelen. Toen de moordenaars kwamen zei ze dat is goed. Geef me nog even tijd om mooie kleren aan te trekken. Haar woorden ontwapenden hen niet alleen, ze bekeerden zich zelfs. Getuigenissen zijn van zeer groot belang. Niet alleen de grote. De kleine ook. Het gaat om durven. Ik had een moeder die dat ook durfde. Ze speurde voortdurend overal of ze mensen tot het geloof kon brengen. Soms beklemde me dat. Het kwam voor dat ik met mijn moeder in de trein zat, en dat ze dan iemand die bedrukt was probeerde op te beuren, en een medaille gaf van Maria, of een prentje van de Vrouwe van alle Volkeren met de woorden: ik zal voor je bidden. Als we in de auto zaten en benzine gingen tanken, stapte mijn moeder uit om de pompbediende op te monteren. Toen ze het huis niet meer uit kon, stond ze in haar kamerjas in de voordeur om de mensen aan te spreken die langskwamen. Daar zijn heel veel contacten uit gekomen, het heeft heel veel invloed gehad. Ook in haar ziekte bleef ze een en al getuigenis..Mensen kunnen zelf ook ontzettend veel zelf doen. Dus niet afwentelen op: De kerk zou dit, of dat… Een persoon kan de wereld veranderen, denk maar aan Franciscus. Die veranderde de hele kerk in zijn tijd. Niet wachten…, maar doen! Iedereen moet verantwoordelijkheid nemen in zijn eigen omgeving.

Vraag uit de zaal: Zei Paulus niet onderzoekt alles, en behoud het goede. We kunnen de bijna-dood-ervaringen integreren in ons geloof.

Mgr. Punt: Ja, dat mag rustig.

Vraag uit de zaal: Paulus was ooit de grootste vervolger van Christus. Later schreef hij de Brief aan de Romeinen, en daar schrijft hij over de derde hemel, maar daar heeft hij nooit iets over verteld.

Mgr. Punt: Maar hij heeft wèl verteld dat hij die ervaring heeft gehad, en hij heeft ook verteld over zijn ervaring onderweg naar Damascus. Hij heeft wèl getuigd dat er daar, in de derde hemel, onuitsprekelijke dingen zijn gehoord. Hij heeft beide ervaringen vermeld, en niet verzwegen. Over de details heeft hij het niet gehad. Want die waren niet in woorden te vatten als zijnde onuitsprekelijke dingen.

 

de voorzitter

 

 

 

 

 
    Terug