| VERSLAG | |||||
| SINT NICOLAAS ACADEMIE, 15 mei 2010 | |||||
|
HET ACTUELE VAN SINT AUGUSTINUSpater Tjeerd Jansen s.j. |
|||||
|
|
|||||
|
Op 15 mei houdt pater Tjeerd Jansen s.j., studentenpastor in de Amsterdamse Krijtberg en voormalig docent theologie, een lezing over het leven en werk van wie men wel beschouwt als de grootste kerkvader van het Westen. Leven Noord Afrika, thans
een islamitisch gebied, vormt de achtergrond van de jeugd en de
studiejaren van Augustinus. Destijds viel dat gebied onder het Romeinse
Rijk, met Carthago als centrum en verbinding met Rome. Er lagen
uitgestrekte landgoederen waarop pachtboeren en slaven werkten. Graan,
wijn, olijven, maar ook veeteelt en vooral paarden gaven het gebied
bekendheid. Rond 410 vielen de Visigothen het Rijk binnen. Ze plunderden
de stad Rome, de bevolking verarmde, het platteland raakte ontwricht.
Het christendom, dat zich al vroeg in de derde eeuw over Noord Afrika
had verbreid, groeide mee met het uiteenvallen in een Westelijk en
Oostelijk Romeins Rijk. In beschaafde kringen werd Grieks gesproken,
maar in Noord Afrika liet ook het Latijn zich gelden. Er waren zo’n
zevenhonderd bisdommen onder leiding van de bisschop van Carthago. Het
volk was nog voor een groot deel heidens, maar in de steden en onder de
adel leefde het christendom – dat door de armenzorg een grote
aantrekkingskracht op de mensen uitoefende. Op 13 november 354
werd Augustinus geboren in Tagaste, een stadje ten zuid-westen van
Carthago. Zijn moeder Monica was christin, zijn vader Patricius bleef
tot aan zijn dood een heiden. Het gezin had een bescheiden plaats in de
gevestigde klasse. Op school leerde Augustinus Grieks, maar die taal zou
hij nooit onder de knie krijgen. Om zijn studie voort te zetten trok hij
naar Madaura, waar hij grammatica leerde en Vergilius las. Terug in
Tagaste – hij was inmiddels 15 jaar – raakte hij verwikkeld in
seks-affaires met getrouwde vrouwen, maar wat hem later het meest
berouwde was dat hij ooit met een groep jongens peren had gestolen. De
herinnering daaraan zou hem zijn hele leven bijblijven, aldus Serge
Langel (Sint Augustinus, 1999).
Werk De belangrijkste werken van
Augustinus zijn de "Belijdenissen" en "De Stad van God".
Maar wat maakt deze kerkvader
tot tijdgenoot van ons? 1) Het idee dat de kerk twee gezichten heeft, een heilig met Christus verbonden en een menselijk met alle menselijke feilen. 2) De katholieke visie op de sacramenten. Die zijn niet afhankelijk van de staat van de bedienaren. 3) Zijn kijk op de kwestie van de vrije wil versus de genade. Hier overdrijft Augustinus zijn verzet tegen Pelagius - die de vrije wil benadrukt - door te betogen dat wij vanwege de zonde vanuit onszelf tot niets goeds in staat zijn. Augustinus kreeg gelijk, en later zouden de reformatoren zich op Augustinus beroepen bij hun stelling dat wij volledig afhankelijk zijn van de goddelijke genade. Deze kwestie is nooit opgelost, en daarom altijd actueel. Hetzelfde geldt voor de kwestie van de predestinatie. 4) De tijd waarin Augustinus leefde vertoont sommige overeenkomsten met onze tijd. Het christendom had zich nog niet gevestigd en was in voortdurende dialoog met andersgelovenden. Vooral het heidendom was nog niet bezworen. Men ervoer het universum als bezield, hetgeen ook voor de christelijke Augustinus geldt. (Door het heidendom waren er allerlei wrede gewoonten als gladiatorengevechten en het werpen van mensen voor de wilde dieren in de arena. Augustinus gruwde van die gewoonten.) 5) Hoe ga je als katholiek met andersdenkenden om. 6) Augustinus is geen systematicus, zoals bijvoorbeeld Thomas van Aquino. Ook in onze pluralistische en postmoderne tijd houden we ons aan afzonderlijke onderwerpen, zonder een groot verhaal erachter. (Dat laatste is dan wel weer een verschil met Augustinus.)
de voorzitter
|
|||||
| Terug | |||||