| VERSLAG | |||||
| SINT NICOLAAS ACADEMIE, 15 november 2008 | |||||
|
METAFYSICA VOLGENS THOMAS VAN AQUINO college van Victor Ravensloot |
|||||
|
|
|||||
|
Streven naar het weten over de werkelijkheid als geheel. Dat is metafysica. Waar de fysica zich met de stoffelijke natuur bezighoudt, houdt de metafysica zich bezig met de oorzaken van de zintuiglijk waarneembare verschijnselen, met de beginselen of uitgangspunten waaruit de verschijningswereld zich aan ons voordoet. Anders gezegd, metafysica gaat over het zijn en de zijnswijzen in hun samenhang. Dat het zijn of dat wat blijft centraal staat in de filosofie, wisten de ouden. Parmenides reduceerde het tot eenheid. Plato nam verschillende zijnden of ‘archetypen’ aan, een soort tussenwereld tussen zijn en schijn waarin zich de afspiegelingen bevinden van de wezenlijke dingen. Augustinus verchristelijkt Plato’s voorstelling. Het veertiende-eeuwse ‘nominalisme’ loochent de platoonse archetypen of essenties en verklaart alle verschijnselen tot puur individueel. Er is niet meer ‘de mens’, maar alleen nog Jan en Piet en Marie. Die individualisering zal leiden tot rationalisme, empirisme en materialisme. Sinds Descartes (‘ik denk, dus ik ben’) is de metafysica verdwijnende en gaat men de werkelijkheid zien als een verzameling losse feiten waarvoor het denkend ik schema’s ontwerpt. Aristoteles verwerpt de archetypen of ideeën van Plato. Voor zover die bestaan, bestaan ze binnen in ons, en niet buiten ons. Wij kennen de dingen vanuit onze ziel. Onze ziel stelt de dingen tegenwoordig. Bij de andere filosofen wordt alleen maar over de werkelijkheid gedacht. Voor Aristoteles daarentegen, bestaat de wereld objectief buiten onze waarneming. Zijn is het uiterste beginsel van alles, het zelfstandigheidsbeginsel dat een ding bijeenhoudt. De Onbewogen Beweger of Eerste Beweger is het centrum, het onveranderlijk, volmaakt, transcendent godsbegrip. Thomas spreekt van absoluut zijn, of zijn als zodanig. Het zijn als zijn – versus het ‘niets’. Tegengesteld aan Aristoteles, zijn voor Thomas de dingen niet het zijn zelf. Het absolute zijn gaat alle dingen teboven. De ‘vorm-oorzaak’ staat niet los van het ‘eigen zijn’, tegengesteld aan wat Plato dacht. Het zijn maakt alles tot wat het is, en het staat onder God. Thomas verdeelt het zijn in het verwezenlijkende en het verwerkelijkende, corresponderend met Gods Alwetendheid en Gods Almacht, denken en doen, verstand en wil. Door de goddelijke werking naarbuiten toe wordt de metafysische orde voortgebracht, alsook de fysieke orde, wezenlijk en werkelijk. God schept de ideeën mee met zijn scheppingsdaad. Het is de goddelijke wil die tot scheppen besluit: het esse reale. Het esse reale wordt actus essendi: het zijn dat zijn gevolgen schept. Het is als een partituur, die alleen op papier bestaat en die pas in de uitvoering met orkest werkelijkheid wordt. Dat verwerkelingsproces houdt het ‘wat’ van het ding in met alles wat erbij hoort. Het zijn staat boven tijd en ruimte, die tot de fysieke orde behoren. De metafysische orde staat boven alles wat beweegt en rust. Ons wezen is onveranderlijk; verandering is er alleen in de uitingen van ons wezen, nadat het bestaat. De foute filosofie neemt een uitvloeiing van God aan, stelt de wil boven het verstand en maakt geen onderscheid tussen het onveranderlijk wezenlijke en het veranderlijk werkelijke, ofwel tussen ‘zijn’ en ‘worden’. Door die foute aannamen ontstond de dynamiserende tendens in het Westen: de negatieve theologie en de Rijnlandse mystiek, het Luthers dialectisch-theologische, het zeventiende-eeuwse mysticisme, de achttiende-eeuwse romantische ‘Sturm und Drang’, de filosofie van Fichte en Hegel, Nietzsche en Heidegger. Er wordt dan geen onderscheid meer gemaakt tussen Fysica en Metafysica, bestaan en wezen, verwezenlijking en verwerkelijking. God is zijn ‘zijn’. Wij hebben het ‘zijn’. Wij kunnen met ons verstand begrijpen waarom de dingen zijn en bestaan, want wij hebben allemaal deel aan het wezen. Niets beweegt uit zichzelf dan alleen God. De mens beweegt zich vanuit zijn ziel, die op haar beurt bewogen wordt. Niets ontstaat uit zichzelf. Niets eindigs is in zijn volmaaktheid zelf. Niets heeft zijn bestaansreden in zichzelf. Ieder bestaan bestaat met het oog op iets anders, vanuit een einddoel. Niets staat op zichzelf. Er is orde en hiërarchie in de dingen, en alles is analoog, ofwel alles staat in vergelijking tot… De plant groeit, het dier beweegt, de mens denkt. Ze verschillen essentieel, maar dat zie je alleen in het ten opzichte van elkaar. De ‘analogie’ is in de westerse cultuur net zo vergeten als de metafysica. Wij denken in kwantiteit, in meetbaarheid. Geef je de analogie op, dan krijg je monisme en pantheďsme, wat een terugval is in het denken zoals dat bestond vóór Plato. We maken geen onderscheid en zien geen verschillen, en offeren alles op aan het ene, vereenvoudigende. Of we vervallen in het andere uiterste, in het atomisme, in de totale versplintering van deeltjes die niets met elkaar te maken hebben. Analoog denken is in de gevolgen iets van de oorzaak zien. Analoog denken is gecentreerd rond het ‘alsof’. De Staat is als het lichaam. Haal je als weg, en zeg je: de Staat is het lichaam, dan krijg je een onwenselijke verabsolutering van de staat, je krijgt communisme of nazisme. Wij kunnen adequaat in een bepaalde mate over God spreken. Aan zijn uitwerkingen kunnen wij iets van zijn wezen afleiden. In het analoge denken onderscheidt men tussen ‘natuur’ en ‘bovennatuur’. Geef je het analoge denken op, dan krijg je bijvoorbeeld inzake Schriftuitleg de onwenselijke uitstersten van ‘plat letterlijk’ en ‘vrijzinnig symbolisch’ los van context. Je verliest het onderscheid tussen hoofd- en bijzaken uit het oog. Je krijgt ‘verhaal’ in plaats van ‘geloof’. Er is analogie tussen het natuurlijke weten en het weten vanuit de Openbaring. Met ons blote verstand kunnen wij het allerhoogste vinden zonder de Openbaring. Door analogie ga je het theologisch verband zien. Mystiek wordt niet door het thomisme buitengesloten. Er is zelfs sprake van thomistische mystiek. Maar men moet het pantheďsme vermijden, en de genade niet overdrijven. Authentieke spiritualiteit gaat het verstand te boven, maar negeert het verstand niet. Ze verheft veeleer het verstand. Mystieke aanschouwing doet onze doodsangst verdwijnen door onthechting. Thomas is de meester van de ware mystiek. de voorzitter
|
|||||
| Terug | |||||