| VERSLAG | |||||
| SINT NICOLAAS ACADEMIE, 15 oktober 2011 | |||||
|
VATICANUM TWEE, MONUMENT VAN DE GEEST DIE LEVEND MAAKT DE HEILIGE GEEST INSPIREERDE HET TWEEDE VATICAANS CONCILIE Eerwaarde Matthieu Wagemaker |
|||||
|
|
|||||
|
Laat daarover geen twijfel bestaan! Zo luidde de conclusie van de Eerwaarde Matthieu Wagemaker, wereldheer van het Bisdom Haarlem-Amsterdam, docent fundamentele theologie, sacramentenleer en oeucumene aan seminarie De Tiltenberg en momenteel gestationeerd in Den Haag, waar hij belast is met de organisatie van het missiewerk. Over Vaticanum II (1962-1965) lopen de meningen van sommigen sterk uiteen. Voor de modernisten van de periode volgend op het concilie was het een strijdkreet. Alles moest volgens hen anders. Radicaal daar tegenover vonden anderen dat het een grote ketterij was. Maar de vierduizend bisschoppen die bij het concilie betrokken waren, achtten de veranderingen nodig, maar van een revolutie of hervorming was geen sprake. In 1985 riep paus Johannes Paulus II een Bijzondere Synode bijeen met de bedoeling het concilie te interpreteren en te evalueren, of liever: te vieren, te toetsen en te bevorderen. De bijeengekomen bisschoppen waren het er unaniem over eens dat de veranderingen een gave waren van de H. Geest en dat de besluiten een wettige en waarachtige uiting waren van het geloofsgoed. De meerderheid in de Kerk, evenals de buitenwacht, twijfelde er niet aan dat de doorgevoerde vernieuwingen goed waren. De niet te miskennen schaduwzijden vonden hun oorzaak in een onjuiste toepassing van het concilie. En de toegenomen secularisering, de leegloop en de sluiting van vele kerkgebouwen mag men niet op het conto van het concilie schrijven. Daarvoor zijn andere, maatschappelijke oorzaken aan te wijzen. Men moet zich wel afvragen waarom juist in het meest welvarende deel van de wereld de afstand van de Kerk zo groot is geworden. In Latijns Amerika en de voormalige communistische landen daarentegen, in de armere delen van de wereld, is de Kerk nog altijd duidelijk aanwezig. Het materialisme en de technische vooruitgang maken de mensen trots, en als het ze voor de wind gaat keren ze zich af van God. Worden de mensen door gewelddadige regeringen klein gehouden, dan groeit het Geloof tegen de verdrukking in. In 1985 moest men helaas constateren dat er heel wat bisschoppen waren die het concilie niet meteen en volledig hadden toegepast, zoals bijvoorbeeld in Ierland, waar de Kerk haar autoritaire positie handhaafde zoals voorheen, met kwalijke gevolgen. Ook het onvolledig lezen van de conciliaire documenten was een probleem, zoals bijvoorbeeld in Nederland. Daar ontstond het fenomeen van de pastorale werkers en werd het celibaat ter discussie gesteld en vroeg men zich af waarom er geen vrouwelijke priesters mochten zijn. Het valt niet te ontkennen dat door modernistische tendensen en sociale bewegingen velen de Kerk de rug toekeerden. De Kerk was te veel een werkplaats geworden, terwijl ze het Mystiek Lichaam hoort te zijn. Er was te veel nadruk komen te liggen op externe structuren, terwijl het over God hoort te gaan. Tegen die trend manifesteerden zich charismatische bewegingen als Focolare, Communione e Liberazione, Sant’Egidio etc. die streefden naar vasthouden en vernieuwen van de geestelijke inhoud van het Geloof. Christus moet centraal staan, niet de Kerk. Waarom was het concilie nodig? Vroeger hadden ze het in de Kerk over de geloofswaarheden en de hoop op het eeuwige leven als zijnde een plicht. Nodig is veeleer dat men de levende Heer leert kennen, door het lezen en beleven van de Heilige Schrift. Vroeger overheerste het devotionele, en zo zag men mensen de rozenkrans bidden tijdens de H. Mis en zelfs tijdens de Eucharistie. Het volwassen Geloof daarentegen, hoort de ontmoeting met de Heer te zijn. En wat de liturgische vernieuwingen betreft, moeten we vaststellen dat die al ver vóór het concilie waren begonnen, zoals bij de benedictijnen van Solesmes (Dom Guéranger) en ook in Duitsland in de jaren dertig. Paus Leo XIII had al aangedrongen op het lezen van de Bijbel, waarna paus Pius X die aansporing weer de kop indrukte. De Synode van 1985 kwam, terugblikkend op het concilie, tot de slotsom dat de vernieuwingen hard nodig waren. Voorheen was het Geloof te veel sleur, te formalistisch, te devotioneel, te autoritair en te plichtmatig. Door de vernieuwingen van de jaren zestig onder inspiratie van de H. Geest kwamen de diepere waarden naar boven, alsmede de eigen verantwoordelijkheid, de individuele keuze. In de oude tijd werd van bovenaf voorgeschreven wat voor iedereen goed was. Nu maakt de gelovige dat zelf uit, zij het in overeenstemming met de kerkelijke leer. Hoe zeer de vernieuwing, ofwel het bij de tijd brengen (aggiornamento) nodig was, bewijst al de zalige paus Johannes XXIII in zijn Geestelijk Dagboek. Elke tijd is geroepen om het oude opnieuw, op eigentijdse wijze te verwoorden. Een van de meest verwaarloosde documenten van het concilie was Dei Verbum, over de wijze waarop God zich openbaart. De andere documenten gaan vooral over de Kerk. Maar leven met de Bijbel en het tegenwoordig stellen van de Heer horen centraal te staan. Aan enkel Maria-devotie heb je niet genoeg, dan heb je geen weerstand tegen allerlei sektarische bewegingen. De Tridentijnse liturgie is te esthetisch en te afstandelijk, maakt te veel verschil tussen de natuur en de bovennatuur. Die twee horen bij elkaar, en in elkaar over te lopen, zoals de Eucharistie zowel maaltijd als offer is. Vaticanum II heeft gezien dat het zich openbaren van Christus door het verkondigen van de H. Schrift weer op de voorgrond moest komen. Herbronning was het parool, en het “wees niet bang” van paus Johannes Paulus II horen wij ons constant ter harte te nemen. Vaticanum II is, nogmaals, geen revolutie, noch een hervorming. Het is continuïteit. Het is het verleden bekijken met de ogen van nu. De H. Schrift is hoofdzaak, de traditie en het leergezag zijn steunpilaren. Een belangrijke vernieuwing van het concilie was dat het bisschopsambt weer gevoeld werd als pastoraal, en niet op de eerste plaats als bestuurlijk. Andere belangrijke vernieuwingen zijn het toegankelijk maken van de liturgie voor het volk, het onderschrijven van de scheiding van Kerk en Staat en de erkenning van de godsdienstvrijheid. De katholiek van nu is oecumenisch ingesteld, hij gaat in dialoog met andersgelovenden en andersdenkenden, op grond van het gegeven dat er sporen van de Waarheid zijn buiten de Kerk. Want de H. Geest werkt in de Geschiedenis, zoals duidelijk te zien was in het gezamenlijk bidden door vertegenwoordigers van de verschillende wereldreligies in Assisi in 1986.Tijdens het vragenuurtje stelt iemand dat er ondanks de malaise, ook christenen bij komen, maar waarom schermt de Kerk zo met regels, zoals inzake euthanasie? Antwoord: hoewel ieder zijn eigen geweten moet raadplegen, hoort dat geweten wel in overeenstemming te zijn met wat de Kerk op zedelijk gebied leert, bijvoorbeeld dat men zijn leven niet eigenhandig mag beëindigen. Hoe ligt de relatie tussen Vaticaan II en Vaticaan I? Antwoord: Vaticaan II heeft niets teruggenomen van Vaticaan I, alleen uitgebreid wat tijdens het vorige concilie werd afgebroken door de oorlog van 1870. Hoe is de verhouding tussen de verschillende documenten van Vaticaan II, tussen de pastorale en dogmatische constituties? Antwoord: kijk naar de inhoud. Dignitatis humanae (over de godsdienstvrijheid) is geen ontkenning van het verleden, maar een opening. Waarom is het concilie nauwelijks of niet uitgelegd aan de gelovigen? Antwoord: dat is helaas waar. Maar het concilie heeft de “eerbied” (die vele gelovigen vroeger voelden) nooit afgeschaft. Opmerking: Paus Benedictus XVI spreekt ook van een “ongeest” tijdens het concilie, een ongelovige geest. Opmerking: de Nieuwe Katechismus van 1966 (Nijmegen) was al in voorbereiding voordat het concilie begon. En daar staat een en ander in dat moeilijk te rijmen is met de traditie. De latere correcties die Rome daarin wilde, zijn nooit echt opgevolgd.
de voorzitter
|
|||||
| Terug | |||||