| VERSLAG | |||||
| SINT NICOLAAS ACADEMIE, 16 mei 2009 | |||||
|
MARIA IN DE HEILSORDE Mgr. Dr. J.Hendriks |
|||||
|
|
|||||
|
Mgr. Hendriks, rector van het groot-seminarie van het bisdom Haarlem-Amsterdam, stelt om te beginnen vast dat de speciale verering van Maria zeer oude papieren heeft. Als Nieuwe Eva verschijnt zij al in de geschriften van de filosoof Justinus die nog in de tijd van de apostelen leefde, en vlak daarop voert bisschop Irenaeus van Lyon (schrijver van o.a. een ‘Recapitulatio’) haar op als herstelster van alles wat er sinds Adam en Eva is misgegaan. Maria is de Advocata, of Voorspreekster, intiem verbonden met de Heilige Geest. Door haar is het menselijk geslacht mede vrijgemaakt, losgekocht. Zij is nauw betrokken bij het verlossingswerk van haar Zoon. Wat waren de bijbelse gronden voor die rol van Maria? Haar woorden op de bruiloft te Kana – ‘doet maar wat Hij u zeggen zal’ – en de woorden die Jezus haar toespreekt vanaf het kruis: ‘Vrouw, ziedaar uw zoon…, en tot die zoon (Johannes): ‘ziedaar uw moeder’ zijn, samen met Genesis 3;15 (de Vrouw die de kop van de slang zal verpletteren), plaatsen waarop vroege kerkvaders zich beroepen. Maria is als Nieuwe Eva de werkelijke moeder van alle levenden. Grignion de Montfort, die in de zeventiende eeuw leefde, benadrukt haar middelaresschap, zegt zelfs dat zij de middelares van ‘alle genaden’ is. Dat laatste heeft het in de kerk niet gehaald. Het idee dat geen genade tot ons kan komen zonder Maria, is twijfelachtig. Dat geldt ook voor de titel ‘medeverlosseres’. Paus Johannes Paulus II mocht haar in zijn encycliek ‘Redemptoris Mater’ Moeder van de Verlosser noemen, hij mocht zelfs tussen 1982 en 1991 haar bij herhaling Medeverlosseres noemen, sinds de mariale conferentie van Chestochowa in 1996 is de titel niet opportuun vanwege de oecumene. De theologische argumenten die daarvoor aangedragen worden, verschillen niet van de argumenten die eeuwen lang zijn aangedragen tegen de Onbevlekte Ontvangenis. En dat geeft te denken! De titel ‘medeverlosseres’ is in pauselijke stukken vooral gebruikt door Benedictus XV en Pius XI, die daarmee voortbouwden op een mariaal congres dat te Rome werd gehouden in 1904. Tijdens de Tweede Wereldoorlog droegen de Nederlandse bisschoppen het land op aan Maria Medeverlosseres. Vaticaan Twee noemde haar bij monde van paus Paulus VI Moeder van de Kerk. Momenteel wordt er in Rome gelobbyd om de titel ‘medeverlosseres’ via een dogma officieel te maken, maar vooralsnog hebben de tegenstanders de overhand. Dat laatste vindt zijn verklaring tegen de achtergrond van de oecumene. Op zich is strijd rond leerstukken niets nieuws. Ook voor de titel Onbevlekte Ontvangenis is eeuwen lang gelobbyd en gepolemiseerd. De Orthodoxe Kerk van het Oosten is het op het punt van de mariale leer over het algemeen met Rome eens. Haar terughoudendheid ligt op het gebied van dogmaverklaring. de voorzitter
|
|||||
| Terug | |||||