VERSLAG  
  SINT NICOLAAS ACADEMIE, 17 april 2010  
         
 

 CHRISTENDOM EN GNOSTICISME

       Prof. dr. Riemer Roukema

 
           
   

 
         
 

  Prof. dr. Riemer Roukema, verbonden aan de Theologische Universiteit te Kampen, is een specialist op het gebied van het gnosticisme in relatie tot het christendom. Van zijn hand verschenen "Gnosis en het geloof in het vroege christendom" (2004) en "Jezus, de gnosis en het dogma" (2007), alsmede een studie over het apocriefe "Evangelie van Thomas" (2005).

   Wat weten wij van Jezus? Dat hij een geïnspireerde rabbi was, zoon van God zoals wij allen dat zijn. De gnostici van de eerste eeuwen van de jaartelling zagen hem als een wijsgeer die uit de hemel was gekomen om ons te leren hoe we verlost kunnen worden; namelijk door de goddelijke vonk in onszelf van alle lichamelijkheid te zuiveren en daardoor terug te keren naar de hemel. Deze opvatting, zegt prof. Roukema, is wezensvreemd aan het jodendom, en daarom dient voor de duidelijkheid het jood-zijn van Jezus te worden benadrukt. Dat komt overeen met de bestudeerders van het Nieuwe Testament van de afgelopen tweehonderd jaar. De eerste christenen waren joden, stelt het moderne onderzoek, en daaraan vastgeknoopt benadrukt men het monotheïstische van God versus het trinitaire. De latere onderzoekers wijzen er, met beroep op latere joden, op dat het trinitaire van God al gauw in drie goden ontaardde, en dat was verwerpelijk polytheïsme. Daarbij aansluitend zeggen de moderne theologen dat Jezus geen God kan zijn, want er is maar één God.

   Maar hoe lag het in het jodendom van de tijd van Jezus zelf? Toen geloofden de joden dat God via zijn Logos of Woord op aarde werkte, zoals Hij via zijn Engel het joodse volk had verlost uit Egypte. Dat oudtestamentische Woord of die Engel was wat later Jezus werd. Dat Jezus God niet kon zijn, geldt volgens prof. Roukema alleen vanuit het latere, zich tegen het christendom afzettende jodendom en vanuit de moderne theologie. 

   De gnostische Jezus, of Jezus volgens de gnostieke schrijvers, heeft weinig of niets te maken met het Oude Testament of zelfs met het jodendom. De nieuw-testamentische God de Vader is een hogere God (niet de hoogste) die verantwoordelijk is voor een schepping waaraan het nodige ontbreekt. Onze lichamen bijvoorbeeld, zijn minderwaardige, aan ziekte en dood onderhevige vehikels. Verlossing van die vergankelijke vehikels geschiedt via kennis of verlichting waardoor de goddelijke vonk of ziel zich ontworstelt aan de materiële wereld om vrij op te wieken naar de hogere regionen van licht. Het gnosticisme leert dat het lichaam, de materie en de aarde slecht zijn. De ziel en de geest zijn goed. (De vraag is hoe het dan zit met de duivel, die louter geest is.)

  Gnostische kenmerken vindt men terug in de apocriefe evangeliën, waarvan er een aantal pas in de twintigste eeuw werd ontdekt, waaronder het evangelie van Thomas en het evangelie van Judas. In die evangeliën – toegeschreven aan voornoemde apostelen – worden Jezus uitspraken in de mond gelegd die hij soms gedaan zou kunnen hebben, maar er zijn er ook bij die hij absoluut niet kan hebben gedaan. Die laatste zijn meest van gnostische oorsprong. Gnostische kenmerken zijn bijvoorbeeld de mogelijkheid van reïncarnatie en verlossing via kennisverwerving. Ook het dualisme, de strijd tussen een goede lichtende macht en een kwade duistere macht, is typisch gnostisch. Dat komen we tegen bij o.a. bij Augustinus en diens weerlegging van het manichaeïsme. 

   Wat zijn, historisch gezien, de meest betrouwbare documenten over Jezus?  Roukema laat er geen twijfel over bestaan: dat zijn de vier canonieke evangeliën. Ze passen in de joodse traditie, zelfs wat betreft het trinitaire aspect van God – waarbij de professor wijst op de joodse filosoof Philo van Alexandrië, die zegt dat God drievoudig is. Voorts zien we dat Abraham drie personen op bezoek krijgt, God en twee engelen.

  Wat de vier canonieke evangeliën theologisch gezien het betrouwbaarst maakt, is o.a. de sociale leer die erin verzonken ligt. De apocriefe evangeliën en de geschriften der gnostici hebben geen boodschap aan de aarde en de verbetering van de omstandigheden. Het gnosticisme is een wereldafwijzende aangelegenheid van ingewijden, van een elite of groep van uitverkorenen, van filosofen. Het behoort, zoals prof. Vervaet in zijn lezing over de christelijke wortels van de wetenschap heeft aangegeven, tot de esoterie. (Zie het verslag van 20 maart.)

   Het gnosticisme heeft in de loop der geschiedenis nieuwe maskers aangenomen, zoals bij de Manichaeërs van de derde en vierde eeuw, de Katharen van de Middeleeuwen en de Theosofen van de negentiende eeuw. In onze tijd hebben we New Age en Spiritualiteit. Een belangrijk verschil tussen dit nieuwe en het oude gnosticisme is de houding ten aanzien van het lichamelijke. Stond het gnosticisme daar oudtijds uitgesproken afwijzend tegenover, in onze hedonistische tijd wordt het lichamelijke of de seksualiteit juist verheerlijkt.

 

de voorzitter

 

voor diverse artikelen zie: www.riemerroukema.nl

 

 

 
    Terug