VERSLAG  
  SINT NICOLAAS ACADEMIE, 17 FEBRUARI 2007  
         
                                HOE HET EPISCOPAAT ZICH OP SLEEPTOUW LIET NEMEN  
         

 

 
         
 

   Pastoor dr. P.W.F.M. Hamans, priester in het bisdom Roermond en kerkhistoricus, neemt geen blad voor de mond. In zijn lezing liet hij de recente geschiedenis van de Nederlandse kerkprovincie de revue passeren op een wijze die je pas over tien of twintig jaar op zijn vroegst zou verwachten. Alles is nog zo dichtbij, en zo pijnlijk.

   Tegen de achtergrond van de algehele secularisatie van de jaren zestig van de vorige eeuw, leek het bestuur van de Kerk geen andere weg open dan mee te drijven op de golven de tijd. De welvaart was toegenomen, en daarmee het materialisme, de sociale desintegratie en de individualisering. De oude saamhorigheid uit de zuilentijd maakte plaats voor een democratische hype waarin iedere mening plotseling belangrijk werd gevonden. Er waren even veel waarheden als opinieleiders. Het Tweede Vaticaans Concilie bracht een geest van vernieuwing die razendsnel op een ongedifferentieerde manier werd doorgevoerd. Alleen de oppervlakte van het concilie haalde de pers, en met stukken daarvan gingen de vernieuwers onmiddellijk aan de haal.

   Door invloed van het existentalisme na de Tweede Wereldoorlog was het geloof reeds verschraald tot een persoonlijke ervaring. Met de moderne twijfelzucht was de vooroorlogse neo-scholastieke theologie op de schop gegaan, en dat had men gerechtvaardigd met beroep op de oudste kerkvaders.  

   Vóór de oorlog stond de Nederlandse kerprovincie in Rome bekend als voorbeeldig. Het onderwijs, de missiezusters, de missionarissen, Nederland liep voorop in de wereldkerk. Twintig jaar later was al dat voorbeeldigs in zijn tegendeel omgeslagen. Hoewel het land slechts zeven bisdommen telde, vertoonden zich op het concilie van de jaren zestig zo’n 75 bisschoppen uit Nederland, waarvan zeer vele uit missiegebieden. In 1965 was het kerkbezoek nog 65 %; in 1980 was het al niet meer dan 25 %; en thans moeten we tevreden zijn met 8 %. Door de vergadercultuur en het inspraak-mechanisme was de verkondiging van het geloof op de achtergrond geraakt.

   De bisschoppen waren, zoals gezegd, met hun tijd meegegaan en democratisch geworden. Ze droegen niet meer onverkort het leergezag uit, maar ze zeiden wat de meesten wilden horen. En de meesten hoorden liever niets over het hiernamaals, en graag  alles over het hier en nu. Bisschoppen voelden zich genoodzaakt om populair zijn, en lieten zich standpunten aanpraten door de media. Zo wist de katholieke K.R.O. de Bossche bisschop Beckers in 1963 ervan te overtuigen dat hij, omwille van het applaus, het gebruik van de pil moest goedkeuren. Hetzelfde gebeurde met bisschop Ernst van Breda. Toen later de abortuswet via het CDA werd aangenomen, was voor Rome de maat vol.

   Tot 1960 waren het geloof, de openbaring, de traditie en de H. Schrift maatstaf geweest. Nu werd de “wetenschap” norm. De zogeheten “menswetenschappen”, de sociologie voorop, drongen het kasteel van kerk en geloof binnen. In 1968 nam de “moderniteit” een hoge vlucht rond de encycliek “Humanae Vitae”. Hiermee had de paus zich uitgesproken tegen de anticonceptie en voor het onlosmakelijk verband tussen seksualiteit, liefde en het krijgen van kinderen. Kardinaal Alfrink, de bisschoppen Bluyssen en Ernst lieten zich op sleeptouw nemen door de socioloog Goddijn en de vicarissen van Den Bosch en Breda van Laarhoven en Ruygens. De paus zou zich volgens deze groep te weinig van “wetenschappers” hebben aangetrokken, en daarbij deden ze de encycliek af als “niet onfeilbaar”.

   In 1970 werd er te Noordwijkerhout gestemd over het celibaat: 2 stemmen waren voor, 2 blanco en 97 wensten afschaffing. Kardinaal Alfrink liet weten dat hij met dat resultaat niet in Rome kon aankomen. In 1980 werden de bisschoppen ontboden voor een Synode te Rome. De paus was de ruzie tussen de bisschoppen zat. Hij eiste helderheid. Kardinaal Willebrands beriep zich op het Tweede Vaticaans Concilie om aan de “moderne standpunten” van het Nederlandse episcopaat, ingegeven door de Publieke Opinie, vast te houden. De Synode mislukte.

   In 1985 kwam het bezoek van paus Johannes Paulus II aan Nederland. Hem viel slechtste ontvangst ten deel van de vele ontvangsten wereldwijd. De Acht Mei Beweging, die de eigen geaardheid van de Nederlandse kerk bepleitte tegenover de wereldkerk, zette de toon. Toen de paus door Den Bosch reed, stond er nauwelijks iemand langs de route. Na dat absolute dieptepunt lijkt er een nieuwe wind te gaan waaien.

   Was het geschetste verval typerend voor Nederland, of gold het ook voor de rest van met name West Europa?, luidde een vraag. Doctor Hamans wees erop dat Nederland op het punt van de moderniteit binnen de wereldkerk zeker een gidsland was. België en Duitsland bijvoorbeeld, volgden de Nederlandse trend.

   De onfeilbaarheid van de paus betreft, spaarzame, geloofszaken; maar ook kwesties betreffende moraal? Jazeker. “Humanae Vitae”, hoewel geen dogma, betreft wel degelijk de geloofsleer die bindend is.

   Heeft u de “liturgiehervorming’ in uw betoog niet vergeten? Ja, die hoort er zeker ook bij. Ook op dat punt heeft de Kerk tragische concessies gedaan. De achteruitstelling van het Latijn liep parallel met de kerkverlating.

   Een van de vraagstellers benadrukt nog de cuciale rol die kardinaal Willebrands reeds vlak na de oorlog speelde bij de secularisering van de kerk en het abortusdebat.

   Had ook de zegenaamde Nieuwe Katechismus van 1966 invloed op de geloofscrisis? Dat denkt doctor Hamans niet. Niemand leest dat boek, en het enige kwaad was dat sommige priesters het consulteerden voor hun zondagse preken.

   En Schillebeeckx? Dat was ooit een goede theoloog, maar onder invloed van P. Schoonenberg ging hij ketterse standpunten ventileren. Ten slotte schreef hij dikke boeken die te moeilijk zijn voor gewone mensen, en daarmee werd hij een onbegrepen strijdbijl van anti-Rome klagers.

   Wat het “celibaat” betreft, stelde pastoor Hamans dat die staat gemakkelijker is dan de huwelijkse staat. 

   De titel van de lezing – “Het verband tussen het kerkelijk bestuur en de geloofscrisis in Nederland na 1960” – werkte kennelijk aanstekelijk. De zaal was behoorlijk vol.

 

 
      Terug