VERSLAG  
  SINT NICOLAAS ACADEMIE, 17 MAART 2007  
         
  OPKRABBELENDE KATHOLIEKEN  
         

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
         
 

   Na veertig jaar van neergang gloort er voor de katholieken weer hoop aan de horizon. Uitkomen voor je geloof, mag weer. Kinderen op katholieke scholen en hun ouders in de parochies weten zich opgenomen in de mainstream waar ze vroeger een ghetto-bestaan leidden. Waar oudtijds in de kerken geklaagd werd over wie er niet katholiek was, kijkt men nu liever naar wie het wel, of nog is. De generatie die in de jaren zestig negatieve gevoelens verspreidde over het vermeend autoritaire in de kerk, en zich gefrustreerd voelde in haar vrije ontplooiing, heeft plaatsgemaakt voor een nieuwe lichting die zonder vooroordelen, doch helaas ook zonder kennis tegen de katholieke identiteit aankijkt.

   Maar er zit een addertje onder het gras. En dat is de postmoderne mentaliteit waarbinnen alles wordt gereduceerd tot een kwestie van smaak en ervaring. Ieder oordeel is okay, mits subjectief. Waarheid – ooit een claim van het christendom en de uit de Verlichting voortgekomen ideologieën – is relatief. Anything goes. Dus ook katholiek zijn.

   Hoe gaat de nieuwe katholiek met die nieuwe situatie om? Die vraag stelde, aansluitend op zijn voorafgaande diagnose, drs. Stefan Wersch, classicus en historicus, kenner van het gnosticisme en momenteel beleidsmedewerker aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken. 

   De katholiek kan momenteel zelfverzekerder naar buiten treden. We zijn gezegend met grote pausen als Johannes Paulus II en Benedictus XVI. De eerste, een kerel met gezag, bracht mede het communisme ten val; de ander munt uit als filosoof en vooral theoloog. De buitenwacht houdt rekening met hun uitspraken. Stefan Wersch roept daarbij zijn tijd in Amerika in herinnering, waar hij kon constateren dat wat de paus zei met respect werd aangehoord. Het Nederlandse episcopaat mist, helaas, die kwaliteit.

   Wat zijn de punten waar de katholiek in debatten met anderen het meest over moet nadenken? Om te beginnen, de houding ten aanzien van de verlichtingsadepten, liberaal of socialist. Het idee dat de scheiding van Kerk en Staat op het conto van de Verlichting moet worden geschreven, mag de katholiek bestrijden. In de Middeleeuwen bestond er al een soort scheiding, waarbij we denken aan de vaak concurrerende belangen van paus en keizer. Bovendien leert het Evangelie om Caesar te geven wat Caesar toekomt.

   Scheiding van kerk en staat kent de islam niet. En daar ligt tevens het tweede punt waar de katholieke debater rekening mee moet houden. Voor de moslims vormen het publieke domein en de godsdienst een eenheid. En dat geldt ook voor de wetenschap. Seculieren of verlichters denken vaak ten onrechte dat de godsdienst de vooruitgang van de wetenschap heeft belemmerd. Maar dat is niet waar. Het christendom heeft de basis gelegd voor de wetenschappelijke methode. Het heeft de weg vrijgemaakt voor het natuurkundig onderzoek los van de Openbaring. En juist dat laatste mist de islam. Het christendom is daarentegen – zoals paus Benedictus op 12 september 2006 in Regensburg betoogde –, strikt rationeel.

   Een derde punt waar de katholiek in discussies op moet letten, is het gnosticisme in zijn nieuwe vorm: New Age. Onder die paraplu valt een scala van bijgeloofjes die kennelijk omarmd worden door de verlichte elite, ofwel juist door die groeperingen die de Rede verabsoluteerden. En zo zien we vaak wetenschapsfanatisme en occultisme samengaan. Wie het christelijk Geloof verwerpen – zei Chesterton -, blijken op den duur alles te geloven.

   Het vierde punt is de dialoog met de moslims. Wersch denkt dat je met hen vooral over de Trinitaire God moet praten, die zo liefdevol en menselijk is in vergelijking met de abstracte, afstandelijke, vage Allah. 

   Tijdens het vragenuurtje kwamen sommigen terug op de stelling van Wersch dat de islam wetenschappelijk het nakijken had in vergelijking met het christelijke Westen - waar tussen 1400 en 1600 grote vorderingen werden gemaakt. Hoe zat het dan in Córdoba in de tijd van Karel de Grote? Wersch blijft op zijn standpunt staan: wij laten ons te gemakkelijk wijsmaken dat de islam in de Middeleeuwen een grote bloei doormaakte, en dat wij als christenen daarbij het nakijken hadden. Laten we niet vergeten dat de moslims hun kennis en kunde voor een groot deel ontleenden aan het het christelijke Byzantium dat ze bezig waren te veroveren.

   Wat denkt de spreker over het evangelisme, de jongerenbeweging? Die stroming komt uit Amerika, luidt het antwoord. Daar gebeuren vele goede dingen, maar er zijn ook perverse tendensen; dat die jongerencultuur zomaar in Europa kan aarden, valt te betwijfelen. Bovendien mist het  evangelisme het sacramentele van de RK Kerk, de Eucharistie. 

de voorzitter

 

 
    Terug