| VERSLAG | |||||
| SINT NICOLAAS ACADEMIE, 17 mei 2008 | |||||
|
DE EUCHARISTISCHE VROUWE |
|||||
|
|
|||||
|
Pater Herman Brouwer, assumptionist, was nauw betrokken bij de zieneres Ida Peerdeman en de gebeurtenissen rond de verschijningen van de Vrouwe van alle Volkeren te Amsterdam tussen 1945 en 1959. Zijn brochure In het licht van de Vrouwe van alle Volkeren uit 1967 werd vertaald in verschillende talen, en de decennia daaropvolgend maakte hij deel uit van een comité en een stichting die de devotie verspreidde. Hij maakte bandopnamen van gesprekken met de zieneres naar aanleiding van de boodschappen die zij van Maria doorkreeg, legde een archief aan van de voornaamste feiten betreffende de onderzoeken naar de authenticiteit van de verschijningen en ontwierp de kerk die eens op de plaats van de Holland Hal (RAI) zal worden gebouwd. Pater Brouwer, kortom, is een expert en behoort tot de laatste levende getuigen die Ida Peerdeman van nabij hebben gekend. Zijn lezing van 17 mei is onttrokken aan het derde hoofdstuk van zijn recent gepubliceerde, en door hemzelf fraai geïllustreerde boek De mondiale zegetocht van de Vrouwe van alle Volkeren (2008). Daarmee besluit hij de cyclus die hij gaf voor Sint Nicolaas Academie. Er bestaat een bekende afbeelding van een visioen van Don Bosco uit 1862 waarop een schip is te zien dat van alle kanten onder vijandelijk vuur ligt. Op de voorplecht herkennen we de figuur van paus Pius IX. De redding van het schip komt van twee zuilen waarmee het door kettingen verbonden is: de Eucharistie en Maria. Zij vormen het wezen van de Katholieke Kerk, die bedreigd wordt door verwarring en verwording, en die dankzij verankering in haar wezen een opleving mag verwachten. Een eeuw later komen de verwarring en verwording vooral van binnenuit, van in de kerk zelf. Ook nu mogen we een opleving verwachten, maar dan zal er wel heel wat water door de Rijn moeten. Met beroep op de encycliek over de Eucharistie van paus Johannes Paulus II en diens brief aan de bisschop van Haarlem, Mgr. J.M. Punt, naar aanleiding van het jubilerende Amsterdamse Begijnhof in 2004, introduceert pater Brouwer de titel Eucharistische Vrouwe. Zo immers noemde de paus haar, en daarbij spoorde hij ons aan om in de school van Maria de Eucharistie weer op juiste waarde te schatten. Want de verwarring in de kerk betreft met name dit Allerheiligst Sacrament. Aan dat Sacrament dankt de stad Amsterdam haar opkomst en bloei, zoals de dichter Vondel in 1645 zei bij het driehonderdjarig jubileum van het hostiewonder van 1345. En in 1945, nog weer driehonderd jaar later, kiest de Moeder Gods juist deze stad uit voor haar mondiale actie. Al in de eerste Boodschappen ziet Ida Peerdeman de Mirakelprocessie door de oude binnenstad voorbijtrekken en vervolgens afbuigen in de richting van Amsterdam Zuid, naar de Zuidelijke Wandelweg, naar het gebied dat thans de kern vormt van het nieuwe zakencentrum, de zogeheten zuidas. Daar wenst de Vrouwe van alle Volkeren die eens Maria was haar kerk. Tijdens de Internationale Gebedsdagen tussen 1997 en 2005 ging het toekomstbeeld voor even in vervulling in de afgehuurde Holland Hal, waar het schilderij van de Vrouwe, omgeven door een zee van bloemen, mocht worden vereerd door vele bisschoppen en duizenden pelgrims uit vele landen. De kerken lopen leeg en worden afgebroken, maar de bedevaarten bloeien, vooral naar plaatsen waar Maria is verschenen. Hoezeer Maria is verbonden met de Eucharistie, moge blijken uit de centrale plaats die het kruis inneemt, zowel op het schilderij als in de Boodschappen. Het kruis staat voor het offer, en wat de Vrouwe van alle Volkeren keer op keer benadrukt is precies dat wij bereid moeten zijn tot het offer naar voorbeeld van Jezus die zichzelf offerde. De verwarring m.b.t. de H. Mis is dat het offerkarakter op de achtergrond is geraakt, en dat het maaltijdkarakter, de tafeldienst op de voorgrond is gekomen. In de Boodschappen, alsook in de daaropvolgende Eucharistische Belevenissen worden we aangespoord om door ons voorbeeld bij het beleven van het Sacrament des Altaars anderen te bewegen tot hernieuwd kerkbezoek. ‘Laat u door de Vrouwe brengen tot de Heer, tot de sacramenten. Ze bestaan nog.’ De Eucharistie is het wonder van elke dag. De Heer geeft zichzelf. Dat is geen gedachte, of een idee, of een symbool, maar fysieke werkelijkheid, een voorsmaak van het eeuwig leven. De Eucharistie houdt onze geest levend. In de afscheidsvisioenen krijgt Ida het beeld voorgeschoven van een grote Hostie en een Kelk waaruit bloed valt, op de aarde, en van de aarde af. Er is te veel heiligschennis rond dit allerbelangrijkste sacrament. Nodig zijn goede priesters die het in ere herstellen. Komen de Boodschappen van buitenaf, vanuit de bovennatuurlijke werkelijkheid, de Eucharistische Belevenissen, die chronologisch gezien op de Boodschappen volgen, komen van binnenuit. Ze geven de intense aanwezigheid van de Heer, zijn Stem. Op de vraag van Ida waarom alleen zij, en niet de anderen beleven wat zij beleeft, krijgt zij te horen dat de Heer háár ogen en oren geopend heeft. Na de communie voelt zij de hostie in haar mond als een levende vis, of als water, of als vuur. Sterk ervaart de zieneres hoe Maria al in de Eucharistie geloofde voordat deze was ingesteld. Bij tijd en wijle doemt voor haar het beeld op van twaalf sterren rond kelk en kruis, of rond een crème-kleurige ivoren toren. Daarbij hoort zij dat het altaar weer het offeraltaar moet zijn, en dat de mis weer het offerkarakter moet hebben. Groot was de betrokkenheid van de Moeder bij het kruisoffer van haar Zoon. In de periode van de Eucharistische Belevenissen, de jaren zestig tot en met tachtig van de vorige eeuw, is de verwording in kerk en wereld in volle gang, met als gevolg een aaneenschakeling van rampen en oorlogen, tot op de dag van vandaag. De Heer heeft zijn Moeder gezonden in de hoop dat ze naar haar zullen luisteren, maar de mensen luisteren niet. Eerherstel van de Eucharistie is een van de voorwaarden voor heropleving, en daarin – signaleert pater Brouwer – vallen verre visioenen die van Ida Peerdeman bij, zoals die van Catalina Rivas in Bolivia, Pater Pio, Marissa Rossi in Rome en Debora in Manduria. Het gaat hier steeds om de nauwe verwevenheid van de Moeder Gods met de Eucharistie. Het Sacrament des Altaars houdt de band in stand die ons stervelingen verbindt met de bovennatuurlijke werkelijkheid, aldus de door pater Brouwer geciteerde theoloog Hugo Rahner. De 25ste maart, dag van de eerste Boodschap in 1945, is het feest van het begin van de Menswording Gods. Die dag is tevens het begin van de zending van de Vrouwe van alle Volkeren die eens Maria was. de voorzitter
|
|||||
| Terug | |||||