| VERSLAG | |||||
| SINT NICOLAAS ACADEMIE, 17 oktober 2009 | |||||
|
DE SCHEIDING VAN KERK EN STAAT Prof. Dr. Frans Alting von Geusau |
|||||
|
|
|||||
|
Jezus voldeed niet aan de verwachting van de joden doordat hij niet uit was op aardse macht. Wie het kruis vereert, vereert geen werelds leider. Zo legt de Kerk niets op. Zij eerbiedigt de menselijke vrijheid en houdt halt voor het heiligdom van het geweten…. Met die woorden van paus Johannes Paulus II distantieert professor Alting von Geusau zich van de theocratie, ofwel van een politiek die van de godsdienst gebruik maakt om gezag uit te oefenen, of die zichzelf heiligt met beroep op de godsdienst. Hoe komt het dat pas met het Tweede Vaticaans Concilie de Kerk tot dat inzicht is gekomen? Dat pas sinds de jaren zestig van de vorige eeuw het besef is doorgedrongen dat het geweten de vrijheid van godsdienst vereist? Tot in de negentiende eeuw was er geen scheiding van Kerk en Staat. Sinds Constantinopel heerste de paus als hoofd van de Kerk over een niet-gedefinieerd gebied. De keizer heerste over een gedefinieerd gebied. Beide gebieden overlapten elkaar, zodat de keizer zich bemoeide met de paus. In de elfde eeuw wist paus Gregorius VII de keizerlijke bemoeienis in kerkelijke aangelegenheden, zoals bisschopsbenoemingen, in te perken en het canoniek recht te vestigen. De vraag wie de hoogste macht had, speelde onophoudelijk. Het Grote Schisma van 1054 en de Reformatie van de zestiende eeuw lieten in het Oosten een theocratie achter en maakten in het Westen de godsdienst ondergeschikt aan het staatshoofd. Dat bleef zo tot aan de Franse Revolutie van 1789. In de katholieke landen probeerden de staatshoofden met de paus via concordaten tot overeenstemming te komen inzake toepassing van de godsdienstige moraal. De scheiding van Kerk en Staat kent drie varianten: de Amerikaanse, de Franse en de totalitaire. Binnen de eerste mag de Staat geen godsdienst voorschrijven, binnen de tweede probeert de Staat een nieuwe godsdienst (die van de Rede) te vestigen en binnen de derde reduceert de Staat de godsdienst tot privé-aangelegenheid. Deze laatste of totalitaire variant is bepalend voor het huidige secularisme. En daardoor zijn ook de uitspraken van het Tweede Vaticaans Concilie bepaald. De belangrijkste ervan luidt dat het Concilie de wettelijk vastlegging van de vrijheid van godsdienst onderschrijft. Prof. Alting von Geusau acht dat onderschrijven een wijze beslissing. Daaraan verbindt hij drie constateringen. Ten eerste, dat de politieke macht de godsdienst meestal corrumpeert. Ten tweede, dat het geweten voorop dient te staan, en het geweten is een pijler van zowel de christelijke beschaving als de democratische rechtsstaat. Ten derde, stelt hij vast hij dat de scheiding ook misbruikt kan worden, en in haar tegendeel kan omslaan. Is de scheiding een vloek, of een zegen? Ze is vooral noodzakelijk, want vereist door het geweten. Ze is kwetsbaar omdat de aanval op de godsdienst ongeremd voortgang kan vinden. De moslims kennen de scheiding niet, omdat ze ook het geweten niet kennen, zoals blijkt uit de sharia. In dat opzicht is de islam niet anders dan het communisme of het nazisme: totalitair. Godsdienst is geen privé-aangelegenheid, stelt professor Alting von Geusau. Maar hoe komt die dan tot uiting in de seculiere Staat? En hoe ga je om met de van staatswege toegestane inbreuk op godsdienstige beginselen? Veel, zegt de professor, hangt af van onszelf. Als christenen moeten we ons niet in een ghetto-bestaan laten drukken. We moeten de Blijde Boodschap verkondigen. Wie dat zijns inziens overtuigend deed, was paus Johannes Paulus II door de pure geestelijke vreugde die hij uitstraalde, zonder dat hij wereldlijke macht had. Door zijn krachtige optimisme droeg hij in belangrijke mate bij aan de val van het politieke communisme in Oost Europa. Tijdens het vragenuurtje stelt Thijs Stumpel uit Oudenbosch dat kardinaal Willebrands in de jaren tachtig van de vorige eeuw vanuit Rome het toestaan van abortus door de Nederlandse Staat onder leiding van de christen-democratische president Van Agt een te gedogen ‘minder kwaad’ noemde dan afstand doen van de macht. Daarmee zou, volgens de heer Stumpel, de zelfmoord van de Nederlandse Kerk zijn begonnen. Professor Alting von Geusau onderschrijft deze verontwaardiging, met de toevoeging dat het toestaan van de pil aan de abortus voorafging. Waar bleef hier het geweten?
de voorzitter
|
|||||
| Terug | |||||