VERSLAG  
  SINT NICOLAAS ACADEMIE, 19 april 2008  
         
 

                 HET MODERNISME     

 
           
   

 
         
 

   In 1907 veroordeelde paus Pius X het modernisme in zijn encykliek Pascendi dominici gregis. Pater Peter van de Kerckhove, uit Brussel, kreeg van de Sint Nicolaas Academie gelegenheid om na honderd jaar de balans op te maken. Zijn conclusie luidt dat het modernisme heeft doorgewerkt in het Tweede Vaticaans Concilie (1962-65) en de kerk in een diepe geloofscrisis heeft gestort.

   De oorsprong van het modernisme – dat in feite "aanpassing aan de veranderende omstandigheden", " met je tijd meegaan" of "nadrukkelijk eigentijds" betekent – is al te vinden bij de gnostieken van de eerste eeuwen, die thans weer van zich doen spreken door het opdoemen van pseudo-evangelies en romans als de Da Vinci Code. Het houdt o.a. een vervalsing, en louter symbolisch verstaan van de H. Schrift in, alsmede de verwerping van de sacramenten, het loochenen van de historische werkelijkheid van Jezus Christus en het ontkennen dat de kerk een stichting van Jezus Christus is.

   Luther, door pater Van de Kerckhove als een tweede fase in het modernistisch proces aangeduid, beklemtoont de autoriteit van de individu tegenover het leergezag en de 1500-jarige traditie. Thomas van Aquino, paladijn van de katholieke filosofie, zou volgens Luther geen bladzij van het Evangelie begrepen hebben. Met hem krijgen het vrije onderzoek en de persoonlijke ervaring de status die in onze tijd heel gewoon worden gevonden, maar die erop neerkomen dat er niet zoiets bestaat als vaste geloofswaarheden die zich boven de tijdsomstandigheden verheffen.

   Immanuel Kant scheidde het geloof van de wetenschap. Als gelovige kon hij de verrijzenis van Christus verdedigen, maar als wetenschapsfilosoof moest hij die verwerpen. De innerlijke gespletenheid van Kant is kenmerkend voor de denkers na hem. Wij kunnen het wezen der dingen, zei Kant, niet kennen, en dus kunnen wij ook God niet kennen. Wij moeten blijven staan bij de verschijnselen, en als we God aanroepen is dat omdat Hij moreel en voor de goede orde noodzakelijk is. Met Hegel vat de gedachte post dat alles in wording is, dus ook God. De verrijzenis van Jezus Christus is geen historisch feit, maar een geestelijke ervaring of een behoefte van de mens. Tegengesteld daaraan, of paradoxaal, is dat Jezus Christus door de modernisten als louter een historische persoon wordt gezien, als mens dus, en niet als God.

   Het katholieke modernisme van eind negentiende en begin twintigste eeuw ontleent zijn ideeën aan de protestantse bijbelkritiek in voornamelijk het Duitse taalgebied. De creatieve evolutie van Bergson is een voortzetting van de wereld in wording van Hegel. Dat het geloof vooral op zelfsuggestie berust (Blondel) en dat het Evangelie louter legende is (Loisy) vormde de directe aanleiding voor paus Pius X om door middel van zijn encycliek Pascendi het modernisme te veroordelen, zoals zijn voorganger Pius IX in diens Syllabus (1864) het liberalisme in al zijn vormen had veroordeeld. Vooral drie tendensen worden door de paus onder spervuur genomen: het agnosticisme (God laten afhangen van wat het onderzoek over Hem te weten kan komen), het immanentisme (God uitsluitend zien in je eigen zelf en Hem vereenzelvigen met de natuur) en het evolutionisme (alle waarheid laten meegroeien met de vooruitgang).

   Grote invloed in de kerk kreeg de jezuët Teilhard de Chardin. Naast de menselijke en de goddelijke natuur, verschafte Teilhard Jezus ook nog een kosmische natuur in wording. God is in the making. Daarnaast bepleitte Teilhard een versmelting van alle godsdiensten in een wereldgodsdienst. Toen Rome Teilhard veroordeelde, steeg zijn reputatie buiten de kerk en werd hij een autoriteit binnen de New Age beweging. Zijn pantheïsme maakte school en ontwikkelde zich verder in theologen als Karl Rahner, Lubac, Congar, Schillebeeckx die grote invloed zouden uitoefenen op het Tweede Vaticaans Concilie. De teksten die het concilie genereerde zijn zo dubbelzinnig dat men ze zowel als orthodox als modernistisch kan opvatten, en daardoor voor grote verwarring zorgen. We kunnen, aldus pater Peter van de Kerckhove, het Tweede Vaticaans Concilie als de triomf van het modernisme beschouwen, als wat de Franse Revolutie van 1789 voor de staat was.

   Paus Pius X hield de vinger in de dijk tegen een ontwikkeling die niet meer te stuiten was. Paus Pius XII veroordeelde nog het modernisme, maar met paus Johannes XXIII gingen de ramen van de kerk definitief open en stroomde de nieuwlichterij ongehinderd het Vaticaan binnen. Het gevolg was een geloofscrisis die tot op de dag van vandaag onverminderd voortduurt. Paus Benedictus XVI is als Joseph Ratzinger student geweest van Karl Rahner, hing de nieuwe ideeën aan, maar maakte een ommekeer door sinds hij Prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer werd. Als paus zette hij de deur naar de Tridentijnse Mis op een kier, en die geste mag men beschouwen als aanzet voor een herwaardering van de gezonde traditie.  Maar er zal heel veel strijd nodig zijn om de orthodoxie weer ingang te doen vinden.

   De orthodoxie benadrukt de transcendentie van God tegenover de immanentie van de modernisten. Orthodoxie sluit verandering en ontwikkeling niet uit. Geloofswaarheden of dogma’s zijn expliciete verwoordingen van wat impliciet in de H. Schrift staat; en zoals een knop mettertijd ontluikt in een bloem, zo vindt ook het ontluiken in de formulering van geloofswaarheden plaats. Jezus – leert het orthodoxe standpunt - is zowel een historische figuur, die werkelijk in de tijd geleefd heeft, als de godmens van ons geloof. Het ene sluit het andere niet uit. Ze gaan samen, en dat is ook precies wat paus Benedictus XVI tracht aan te tonen in zijn recente boek over Jezus.

   Wat is nu de remedie tegen het modernisme? Met die vraag besluit pater van de Kerckhove zijn voordracht. Ter inleiding van die vraag wijst hij op een document van de Vrijmetselarij uit 1965 waarin de conciliebesluiten van Vaticaan Twee geprezen worden, en waaruit expliciet duidelijk wordt hoezeer het concilie de aanpassing aan de tijd beoogde. De joden zouden geen schuld hebben gehad aan de dood van Jezus Christus, de liturgie-vernieuwing en dialoog met de andere godsdiensten waren gunstige voorboden voor de overwinning van de democratie. Voorspeld wordt dat de Eucharistische Tegenwoordigheid haar langste tijd heeft gehad, en gejuicht wordt over de afschaffing van de anti-modernisme eed onder paus Johannes XXIII. De Loge stelt tevreden vast dat de Kerk met het Concilie haar eigen doodvonnis heeft getekend.

   Ter bestrijding van het modernisme (een vorm van hoogmoed) zijn herinvoering van de inquisitie en de index nodg. Ook zullen de gelovigen de uitdagingen van de wetenschap moeten aangaan door het geloof weer met de wetenschap te verbinden. Als voorbeelden geeft pater Van de Kerckhove de echtheid van de Lijkwade van Turijn en het feit dat alle mensen van hetzelfde mensenpaar afstammen. Voorts bepleit hij een terugkeer naar de realistische filosofie, de herinvoering van de anti-modernisme eed en de anti-vrijmetselarij eed, alsook het kweken van goede priesters en het aanstellen van goede bisschoppen. Maar bovenal zijn nodig de genade en de hulp van de hemel. 

de voorzitter 

Pater Peter van de Kerchove is uitgever van het informatieblad Gij zijt Petrus. Hij is auteur van Leven van Jezus (2003), Het evangelie in actie (2008) en een exegese van de Brieven van Paulus, eveneens uit 2008

 

 

 

 
    Terug