VERSLAG  
  SINT NICOLAAS ACADEMIE, 19 februari 2011  
         
 

 

                

          HET DUIZENDJARIG RIJK IN HET LICHT VAN DE PROFETIE

          pater Peter van de Kerckhove

 
           
   

 

 
         
 

                                                                 

  In de loop der tijden heeft menigeen zich gewaagd aan een duiding van het laatste bijbelboek, de “Apokalyps” van de apostel en evangelist Johannes. Pater Peter van de Kerckhove uit België heeft voor de Sint Nicolaas Academie al eerder gesproken over thema’s als her-evangelisatie, modernisme en vrijmetselarij binnen de Kerk. Dit keer geeft hij ons zijn commentaar op de korte passage over het Duizendjarig Rijk in de “Apokalyps”, waarover hij een boek voorbereidt. Dat Rijk hangt samen met de wederkomst van Jezus Christus en het einde van de wereld. Maar wat gebeurt er daar vóór? Hebben we daarover teksten? Is er een soort tussentijdse wederkomst van Christus op aarde, de periode van duizend jaar, waarna de duivel voor korte tijd wordt losgelaten, voorafgaand aan het definitieve einde of Laatste Oordeel?

  Onder de oude kerkvaders vinden we zowel heel letterlijke of fysieke interpretaties, als meer geestelijke en hemelse interpretaties. Hiëronymus en Augustinus zijn genuanceerd. Onder het Duizendjarig Rijk of Millenium kunnen we de historische periode van de Kerk op aarde verstaan, vanaf de erkenning van de Kerk door Keizer Constantijn in de derde eeuw tot aan de Franse Revolutie van 1789. Als na de Revolutie de duivel wordt losgelaten, dan is het interessant om te constateren dat alle Maria-verschijningen sinds 1830 tot in onze dagen, erkend of niet, en hoe verschillend ook, een duidelijk apokalyptisch karakter hebben. In tegenstelling tot oude of vroegere verschijningen. Maar daarmee bevinden we ons in wat pater Van de Kerckhove de “aardse dimensie” noemt. Zijn stelling gaat uit van de “dubbele dimensie”. Die begint ook op aarde, en wel bij de Kerk. Alleen de Kerk houdt de satan nog tegen. Zou de Kerk ten ondergaan, dan breekt de hel los. In feite echter, is de satan al werkzaam vanaf de komst van Christus, en daarvoor. Met de komst van Christus spreken we van de antichrist. Velen vatten die als een persoon op, maar we kunnen ook aan een beweging denken, die sinds Pinksteren de Kerk van Christus bestrijdt. Pater van de Kerckhove gelooft dat die beweging nog veel sterker zal worden, en dat de Kerk erdoor zal worden weggedrukt. Dan zal de antichrist volledig manifest worden door middel van verderfelijke godsdiensten en filosofieën. De Vrijheid van Mening die sinds de Revolutie van 1789 via het liberalisme en de democratie een mensenrecht is geworden, heeft tot grootschalige verwarring en ketterij geleid die niet meer door de Kerk konden worden onderdrukt. Het gevolg is een grote geloofsafval die almaar toeneemt. Pas als de apostasie totaal is zal God ingrijpen, en daarna komt het Universele of Laatste Oordeel.

  Apokalyps 20, vers 4 en verder duidt op de hemelse dimensie van het Duizendjarig Rijk, wanneer de tronen worden klaargezet waarop de apostelen zullen plaatsnemen, omgeven door de martelaren en de trouwe gelovigen. Zij worden levend in eeuwige glorie en heersen samen met Jezus Christus duizend jaar lang. Hier verbeeldt het Duizendjarig Rijk de eeuwige zaligheid in de hemel, ofwel de eerste verrijzenis bij God. Deze hemelse toestand is verbonden met de nog strijdende Kerk op aarde. In hetzelfde hoofdstuk lezen we dat de andere doden niet meer levend worden. Dat zijn de ontrouwen, de afvalligen. Zij zullen na hun lichamelijke dood  in de sheool terechtkomen, de onderwereld, waar ze verstoken zullen zijn van God. Als de duizend jaar voorbij zijn, zullen ze nog op de eind-verrijzenis verschijnen, de tweede en fysieke verrijzenis, wanneer lichaam en ziel verenigd worden. Dan vindt de scheiding van bokken en schapen plaats, en zullen de eerste voor goed verdoemd worden. En dat wordt verstaan onder de “tweede dood”.

  De onwetenden, ofwel degenen die op aarde nooit met het Evangelie in aanraking zijn gekomen, en de goeden in andere godsdiensten zullen door Gods genade gered worden.

  Er zijn dus twee opstandingen. De eerste slaat op het Duizendjarig Rijk en betreft degenen die Jezus in zijn acht zaligsprekingen noemt tijdens de Bergrede. Men kan die periode historisch opvatten, zoals boven aangegeven, maar we moeten er rekening mee houden dat ons tijdsdenken anders is dan dat van God. Wat voor ons een dag is, is voor God duizend jaar. En zo kan men de zevende scheppingsdag, de sabbat, beschouwen als een periode van duizend jaar rust en vrede.

  De Kerk laat verschillende interpretaties toe, maar verwerpt de eng materialistische of te tijdelijke. De twee geaccepteerde polen zijn: heel de periode van de Kerk op aarde en de hemelse gelukzaligheid, beide voorafgaand aan Jezus’ wederkomst en Laatste Oordeel.

 

de voorzitter

 

 

 

 

 
    Terug