VERSLAG  
  SINT NICOLAAS ACADEMIE, 19 september 2009  
         
 

            DE SCHEIDING VAN KERK EN STAAT

                         Mgr. W.J. Eijk  

 
           
   
       
 
 
         
 

   Is de scheiding van Kerk en Staat een vloek of een zegen? Volgens het Rooms-katholieke standpunt, geen van beiden. Dat standpunt vertegenwoordigde Mgr. W.J. Eijk, aartsbisschop van Utrecht, tijdens de openingslezing van het najaarsseizoen van de Sint Nicolaas Academie op zaterdag 19 september te Amsterdam. Die werd, wat uniek is, voorafgegaan door een H. Mis in de Mozes & Aäronkerk. Deze niet ontwijde, maar niet meer in gebruik zijnde franciscaanse kerk, schitterend onderhouden en van een Italiaanse neobarokke stijl, is tekenend voor de situatie van de ooit invloedrijke en thans gemarginaliseerde Kerk. Ook de aartsbisschop moet constateren dat het secularisme sinds de jaren zestig van de vorige eeuw zijn spoor van ontkerkelijking heeft getrokken en de godsdienst buiten het openbaar leven heeft geplaatst.

   Bestuurlijk en organisatorisch horen Kerk en Staat gescheiden te zijn, en dat is niet alleen goed, maar het was ook al zo in de Middeleeuwen, in de tijd van Thomas van Aquino. Iets anders is of de Kerk in het publieke domein haar mond moet houden. Lange tijd leek dat inderdaad geboden. Zodra de paus of een bisschop een uitspraak deed, vooral over de zedelijkheid, klonk het "scheiding van Kerk en Staat" uit de monden van liberale en socialistische politici. Sinds een jaar of wat geleden evenwel, klinkt er vanuit het politieke kamp ook een omgekeerd geluid: laat de Kerk maar wat meer haar stem verheffen in de debatten. Een voorbeeld daarvan is de Amsterdamse burgemeester Job Cohen. Een ander voorbeeld is de Franse president Nicolas Sarkozy. Een volk heeft meer nodig dan een seculiere moraal. Een wereld zonder God is niet voordelig. De menselijke individu en de gemeenschap hebben, of ze het weten of niet, christelijke wortels, en de sociale leer van de Kerk ligt aan de basis van de mensenrechten. De Rooms-Katholieke Kerk is nog het enige instituut op aarde dat de menselijke waardigheid uitdraagt. Het idee dat de Staat neutraal zou zijn, boven religies en partijen staat, klopt niet. Neutraliteit in dezen bestaat niet. Ook de Staat laat zich leiden door opvattingen die in een bepaald tijdsgewricht heersen. 

   In een terugblik stelt Mgr. Eijk dat gedurende de eerste eeuwen de christenen een vervolgde minderheid waren binnen de Romeinse Staat. Zij respecteerden de keizer, maar weigerden de keizer als god te aanbidden, eventueel ten koste van hun leven. Vanaf keizer Constantijn – Edict van Milaan, 313 -  krijgt de Kerk plaats en invloed, maar dat is niet alleen goed nieuws. Vanaf dat moment gaat de Staat zich ook met de Kerk bemoeien, door bijvoorbeeld het bijeenroepen van concilies. Onder Karel de Grote en in de Middeleeuwen raken Kerk en Staat verstrengeld. Bisschoppen krijgen bestuurlijke taken, en daardoor raken ze onderworpen aan het werelds gezag. In de elfde eeuw ontworstelt de paus zich aan de keizerlijke bemoeienis, en met succes: Keizer Hendrik IV gaat als boeteling naar Canossa. Tijdens de Reformatie en na de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) gaat het principe gelden dat de heerser de godsdienst bepaalt (cuius regio, eius et religio) en met de Verlichting daagt wat we tegenwoordig de scheiding van Kerk en Staat noemen. Die scheiding loopt vanaf medio negentiende eeuw uit op de marginalisering van de Kerk. Met de godsdienstvrijheid komt er een einde aan de invloed van de godsdienst in het openbaar leven. Een kerk is nu een vereniging die het recht heeft om zich te manifesteren zoals iedere andere vereniging, godsdienstig of niet. In de twintigste eeuw slaat de deconfessionalisering toe. Staten willen alle religieuze autonomie opheffen. Religie wordt gezien als een belangrijke oorzaak van conflicten.

   In Nederland zijn Kerk en Staat gescheiden. De kerkgenootschappen bezitten rechtspersoonlijkheid en vallen onder de wet gelijke behandeling. Die respecteert de eigen opvatting van een kerk, dus het principe van gelijke behandeling van man en vrouw hoeft niet binnen de kerk opgevolgd te worden. De kerk mag bijvoorbeeld vrouwen buiten het priesterambt houden. Kerken mogen hun gang gaan voor zover dat niet in strijd is met de wet. Mgr. Eijk komt tot de slotsom dat de verhouding Kerk-Staat in Nederland tamelijk gunstig geregeld is in vergelijking met andere landen. In sommige Zwitserse kantons bijvoorbeeld, heeft de paus geen zeggenschap over bisschopsbenoemingen.

   Hoe kijkt de Kerk zelf aan tegen de scheiding? Die beschouwt zij als een noodzaak. Maar een totale of radicale scheiding wijst zij af. De Kerk moet haar stem in het openbare debat laten horen. Thomas van Aquino zag de Staat in zijn tijd als een in beginsel volmaakte samenleving (societas perfecta) die zorg draagt voor het algemeen welzijn van de mensen en die de misdaad bestraft. De Kerk heeft, volgens Thomas, een bovennatuurlijk doel en is derhalve superieur aan de Staat. Maar de Kerk heeft geen direct gezag over de Staat. Kerk en Staat hebben elk hun eigen taak, respectievelijk  inzake het aardse en materiële welzijn en inzake ons geestelijke welzijn en uiteindelijke doel. De Staat heeft, aldus Thomas, geen zeggenschap over de Kerk. Beiden zijn soeverein en gelijkwaardig. Scheiding is er alleen op bestuurlijk vlak.

   Het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) erkent de autonomie van de aardse werkelijkheid. Hierbij beroept Mgr. Eijk zich op het conciliestuk "Gaudium et Spes". Maar die autonomie is betrekkelijk, niet onafhankelijk van God. Zonder de Schepper verzinkt het schepsel in het niet. "Gaudium et Spes" waarschuwt tegen het individualisme en benadrukt de onvolkomenheid van de mens die is aangetast door de zonde en daarom verlossing behoeft. De totale of radicale scheiding van Kerk en Staat is onwenselijk, want de Staat heeft de Kerk nodig. Daarom is een goede samenwerking geboden.

   We leven nu in de tijd van de democratie, en die was er in niet in de tijd van Thomas van Aquino. In zijn encycliek "Deus Caritas Est" herhaalt paus Benedictus XVI de uitspraak van Christus dat men God moet geven wat God toekomt, maar de Staat mag geen godsdienst voorschrijven (zoals wčl het geval was in Thomas’ tijd.) De katholieke sociale leer moet dienstbaar zijn aan de gewetensvorming in de politiek. Dat bisschoppen thans geen politieke of bestuurlijke macht meer hebben, is een goed; op voorwaarde dat de Staat zich niet inlaat met het bestuur van de Kerk. Dus bestuurlijke scheiding is een zegen, radicale scheiding is een vloek. 

   Tijdens het vragenuurtje verwerpt de aartsbisschop de opvatting van jonge socialisten die vinden dat de Kerk haar mond moet houden. Maar zou hij niet willen dat de Kerk haar stem verhief tegen de homocultuur, de schending van de zondagsrust, euthanasie, en daarin samen optrekken met bijvoorbeeld de moslims? En is hij niet bang dat als de moslims het voor het zeggen krijgen, de mensenrechten het zullen ontgelden? Het probleem is dat de moslims, net als de protestanten, geen vast en gezagvol aanspreekpunt hebben zoals de katholieken met de paus. Maar in sommige gevallen heeft het Vaticaan in de Verenigde Naties initiatieven genomen op zedelijk gebied waarbij de islamieten zich hebben aangesloten. Mgr. Eijk is er niet voor om de rode loper voor de islam uit te rollen, maar hij voorziet voor Europa een toename van de islam en een verdere afkalving van het christendom.

   Een spreker merkt op dat de Catholica de beste garantie is voor sociale verdraagzaamheid, zoals in het verleden is gebleken ten aanzien van de joden.

   Is er in Nederland nog een gemeenschappelijke cultus denkbaar? Mgr. Eijk noemt de Nederlands Hervormde Kerk en het daarmee verbonden Huis van Oranje. Maar die cultus is behoorlijk afgezwakt.

   De Tien Geboden, merkt iemand op, zijn een noodzakelijk uitgangspunt voor iedere Staat. Als we ons daar maar aan houden, zijn we nog niet verloren.

   Mengen kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders zich wel voldoende in het publieke debat? Monseigneur werpt tegen dat de media te weinig kans geven aan bisschoppen om kerkelijke standpunten helder en genuanceerd duidelijk te maken.

   Een laatste spreker betreurt dat de Katholieke Kerk in Nederland in de jaren tachtig over stag is gegaan inzake de abortus. Wijlen kardinaal Willebrands, die nu weer gevierd wordt als heraut van de oecumene in de jaren zestig, was ook degene die katholieke politici in de abortuskwestie het groene licht gaf op grond van het principe dat het minst kwade of haalbare de enig aangewezen weg was. Monseigneur Eijk erkent het onvermijdelijke. Soms moet je water in de wijn doen om erger te voorkomen.

 

de voorzitter

 

P.S. De H. Mis, de lezing en het vragenuurtje zijn live uitgezonden door Radio Maria, en worden bij tijd en wijle herhaald.

Een weergave van de lezingencyclus over de Scheiding van Kerk en Staat verschijnt in het Katholiek Nieuwsblad.

 

 
    Terug