VERSLAG  
  SINT NICOLAAS ACADEMIE, 20 maart 2010  
         
 

    De christelijke wortels van de wetenschap

                     Dr. Ewald Vervaet 

 
           
   
       
 
 
   
 

  

   Volgens de zwarte legende, van verlichte en liberale oorsprong, zou de Katholieke Kerk een domper zijn geweest op de vooruitgang van de wetenschap. Volgens de agnosticus Dr. Ewald Vervaet – natuurkundige en psycholoog – is de Katholieke Kerk de stimulans bij uitstek geweest voor het wetenschappelijk proces dat tot op de dag van vandaag voortduurt. De middeleeuwse monniken legden dijken aan en polderden land in; de missionarissen van de vroegste eeuwen brachten niet alleen het Evangelie, maar leerden de heidenen landbouw, veeteelt, architectuur, allerlei technisch vernuft en schreven – net als zendelingen – vaak woordenlijsten, grammatica’s en geschiedenissen van hun werkgebieden. De boeddhistische monniken daarentegen, beperken zich tot mediteren in een wereld die volgens hun geloof schijn is, dus niet de moeite waard om te bewerken en te verbeteren.

   En daarmee zitten we meteen in één van de kernpunten van de zaak: de Menswording Gods. Daardoor is de mens, naar het beeld van God geschapen, de moeite van het bestuderen waard, zoals ook de Natuur waarin Hij mens werd. De wereld is dus geen schijnvertoning, zoals esoterische religies als hindoeďsme en boeddhisme leren, of eeuwige herhaling zoals de oude Grieken leerden, maar werkelijk bestaand. Kerkvader Augustinus verving hun Eeuwige Terugkeer door de Lijn van schepping, zondeval, verlossing en via dood en verrijzenis naar de eeuwigheid. De geschiedenis krijgt een doel, dat al vervat lag in oudtestamentische overlevering van de joden en hun messiasverwachting. Dit begrip van "lineaire tijd" is een belangrijke voorwaarde voor het komen tot wetenschap waarin de werkingen van de onderzochte verschijnselen immers slechts kunnen optreden als aan voorafgaande voorwaarden is voldaan.

   Het christendom behoort evenals het jodendom en de islam tot de exoterische godsdiensten. Ex (van buiten) wil zeggen dat God buiten de mens is, en in hem kan werken. Esoterisch – es (binnenin) – wil zeggen dat God in ons is, zoals tegenwoordig bijvoorbeeld New Age leert, alsook bijvoorbeeld de vrijmetselarij en de rozenkruisers. In de drie exoterische monotheďstische godsdiensten is God  "persoonlijk"; in het esoterisme is God onpersoonlijk, wordt Hij voorgesteld als energie of licht, in elk geval iets abstracts. Esoterisch zijn het Oosten en westerse stromingen die daardoor zijn beďnvloed, en die in het Westen zijn begonnen in het gnosticisme, waartegen al door de apostel Johannes gewaarschuwd wordt. Het gnosticisme en zijn moderne opvolgers ontkennen de Menswording Gods. De wereld deugt niet, de materie is slecht. Dus doe je ook niets om in de materie orde aan te brengen, uitgaande van een oorspronkelijke harmonie. De Katholieke Kerk gaat zo ver dat ze brood en wijn, twee hoogwaardige producten van de menselijke arbeid, heiligt in de Eucharistie door de afdaling daarin van de Godmens. De materie is dus goed genoeg. En de moeite van het ordenen waard. Ook daarin zit een aanzet tot wetenschap.

   En omdat de Katholieke Kerk zich voor het eerst verspreidt in West Europa begint ook daar de wetenschap. De grammatica, de sterrenkunde, de scheikunde, kortom het natuuronderzoek en het proefondervindelijk experiment zijn christelijk-westerse verworvenheden, leidend tot een kennisverwervende ontwikkeling. Het feit dat latere ontdekkingen bewijzen dat eerdere vindingen onjuist waren, is niet waar het om gaat. Het gaat over het in gang zetten van een proces dat zichzelf via de generaties voortzet, en waarin aanvankelijk naast het zuiver wetenschappelijke het bijgelovige meespeelt, zoals astronomie nog verbonden werd gezien met astrologie, en scheikunde met alchemie. Wetenschappers als Kepler en Newton kennen wij voornamelijk als puur empirisch, maar hun arbeid was nog sterk verbonden met het Geloof (en ook met bijgeloof). Maar dat doet er niet toe. Cruciaal is het zichzelf continuerend kennisproces.

   De islam kent dat proces niet. Het Byzantijnse christendom evenmin. Beiden zijn, in vergelijking met het westerse christendom, statisch. Dat moet, in het eerste geval, te maken hebben met de ontkenning van de Menswording Gods, en in het tweede geval met de verticale opvatting van de Triniteit. De moslims maakten weliswaar het westerse christendom bekend met het werk van Aristoteles, maar ze waren beducht voor de speculatieve kanten van deze Griekse natuurkundige. Datzelfde geldt voor de joden. De joodse geleerde Maimonides en de islamitische geleerde Averroës werden door hun religieuze achterban veel strenger gecontroleerd dan Thomas van Aquino door de christelijke achterban. Thomas kon het aristotelisme in het christendom inlijven, en dat had onder moslims en joden op groot verzet gestuit. Het westerse christendom was dus niet bang voor het vrije natuuronderzoek. Het is dus ook niet verwonderlijk dat het verschijnsel universiteit voor het eerst in het Westen opdoemt en rond 1200 al een hoogtepunt bereikt. De Kerk was geen domper op de wetenschap, maar moedigde haar juist aan. De sterrenwacht in het huidige Vaticaan wordt door alle sterrenkundigen doodserieus genomen.

   De wereld en de sterrenhemel waren dus de moeite van het verkennen waard. Het Boek van de Natuur gold naast de Bijbel als "openbaring" om de Schepper te leren kennen, en te eren, zoals door Franciscus van Assisi met zijn bezingen van zon en dieren.

   Naast natuurkundig onderzoek, dankt ook de democratische rechtsorde haar ontstaan aan het westerse christendom. Aanvankelijk benoemden de koningen de bisschoppen, maar al gauw was het de paus die benoemingen sanctioneerde, waardoor de wenselijke scheiding der machten aanving. In de negentiende eeuw benadrukte kardinaal John Henry Newman de bijdragen van de Kerk op sociaal gebied: de emancipatie van de vrouw, het ziekenhuiswezen, veldhospitalen, de armenzorg, de afschaffing van de slavernij, het onderwijs en ook de ontwikkeling van de wetenschap.

   Omdat voor de christenen de Messias, de Heiland reeds is gekomen mogen zij voor hun verlossing op Hem vertrouwen. Ze hoeven niet zichzelf te verlossen, zoals de esoterie leert. Het christendom maakte al vroeg onderscheid tussen werkers, bidders en strijders – die elk hun eigen functie hebben ten behoeve van het algemeen belang.

   Tijdens de vragen komt de Ethiek op de proppen in verband met de huidige wetenschappelijke ontwikkelingen. Dr. Vervaet vindt niet dat Ethiek en Esthetiek wetenschappen zijn, hoewel ze zeker belangrijk zijn. Je kunt het wetenschappelijk proces niet stoppen. Je kunt er wčl op reageren, je kunt het kanaliseren – dat móeten we ook en daarbij kunnen de ethische stelsels van de verschillende religies behulpzaam zijn, ook van de Katholieke Kerk. Ook de Filosofie, de speculatieve, beschouwt de agnosticus niet als een wetenschap. Maar daarom niet onbelangrijk.

   De vraag in hoeverre de Kerk moeite heeft gehad met de speculatieve kanten van wetenschappelijke ontdekkingen, is niet gesteld. Feit is echter dat daarop een deel van de zwarte legende berust. Het is niet de ontdekking dat de aarde rond is, of dat de aarde om de zon draait, die voor opheft gezorgd heeft, maar het zijn de daaruit afgeleide filosofische beschouwingen – en die niet tot de zuivere wetenschap behoren – die voor het conflict tussen de Kerk en een Galilei hebben gezorgd. Hetzelfde geldt voor de evolutietheorie. Theorie! Dat is niet het zelfde als zuivere wetenschap, maar dat is een hypothese. Niet meer!

 

de voorzitter

 

P.S.

In aanvulling op het feit dat de spreker tijdens de lezing meedeelde dat hij agnost is, liet hij de voorzitter twee dagen later het volgende weten.

  'Tijdens mijn onderzoek naar de ontstaansgeschiedenis van het periodiek systeem in de scheikunde (Döbereiner, 1817 - Meyer en Mendeleev, 1869) in 2008 kreeg ik een soort ervaring waarvan ik niet aarzel om die een soort Godservaring te noemen. Zoals de meeste volwassenen weet ook ik, en wel al vele jaren (waarschijnlijk sedert ongeveer 1964 toen ik voor het eerst scheikundeles kreeg), dat de stikstof en de zuurstof in de lucht er als tweeatomige moleculen zijn, namelijk als N2 en O2. In de zomer van 2008 las ik iets dat ik ook al heel lang weet, namelijk dat N- en O-atomen met elkaar allerlei moleculen kunnen vormen zoals NO, N2O, NO2, N2O3 enzovoort. Ineens realiseerde ik me dat er geen leven op aarde mogelijk zou zijn als stikstof als N en zuurstof als O in de atmosfeer zouden zijn. Dan zouden namelijk vrijwel uitsluitend moleculen als NO, N2O enzovoort ontstaan en vrijwel geen N2 en O2. En dan zouden stikstof en zuurstof niet beschikbaar zijn voor het leven zoals we dat nu kennen. Biochemici weten misschien wel dat er dan andere wegen zouden zijn waarop leven mogelijk zou zijn, maar op de huidige manier (dus met moleculen N2 en O2 in de atmosfeer) is het wel op de eenvoudigste en ook op een heel elegante wijze gegaan. Ik kreeg tijdens het besef van dit alles, dat als een flits door me ging, een gevoel van voorzienigheid die ik aan niets en niemand anders kon en kan toeschrijven dan aan een persoonlijke God. Weliswaar ben ik nog steeds agnost, maar de openheid naar religies is er wel groter door geworden'

 

 

 
    Terug