VERSLAG  
  SINT NICOLAAS ACADEMIE, 20 november 2010  
         
 

         DE DIVINA COMMEDIA VAN DANTE

Liduine Reuser, kunst-historica

 
           
   

 
         
 

                                                               

   Sommigen, en niet de geringsten, hebben de “Goddelijke Komedie” het grootste literaire werk van de afgelopen duizend jaar genoemd. Feit is dat in dit gedicht het complete wereldbeeld van de Middeleeuwen is ontvouwd. Komedie betekent: goede afloop; eind goed, al goed. Wat begint in de Inferno (Hel) eindigt via het Purgatorio (Louteringsberg) in het Paradiso (Hemel).

   Liduine Reuser, kunsthistorica en lid van bestuur van de Sint Nicolaas Academie, geeft aan de hand van een serie dia’s een indruk van dit magistrale werk. Ze begint met iets te vertellen over Dante Alighieri, zijn geboortestad Florence en de politieke strijd van zijn tijd tussen de paus- en de keizersgezinden, de Welfen en de Ghibellijnen. Beatrice Portinari, het meisje op wie de dichter verliefd was en die jong was gestorven, vormt de directe aanleiding voor zijn reis. Die begint, zoals gezegd, in de onderwereld of hel die we ons moeten voorstellen als een trechter die vanaf het aardoppervlak naar de diepte uitloopt in een punt. Op de bodem, in het ijs, bevindt zich de satan met rondom hem de verraders Judas, Brutus en Cassius. In de windingen van boven naar beneden bevinden zich de zondaars, van kwaad tot erger. In de bovenhel  staan we even stil bij Paolo en Francesca, de overspeligen, wier verhaal Dante, die begeleid wordt door de antieke dichter Vergilius, te horen krijgt. Deze scene is door veel schilders uitgebeeld, o.a. Gustave Doré en William Blake. In het midden van de hel bevindt zich de Stad van Dis, die vol zit met agressieve duivels die de twee dichters willen tegenhouden. Verder neerwaarts komen we bij de zwaardere zondaars, waaronder pausen die simonie bedreven, sodomieten, aartsketters, zelfmoordenaars, valse profeten, verraders van hun eigen bloedverwanten en van hun vaderland. Zeer streng behandelt Dante wie wij nu corrupte politici zouden noemen. In de hel is geen hoop. Overal heersen kou en duisternis.

   Het Purgatorio begint met een voorzichtig doorbreken van licht. Naarmate we de terrassen rond de berg opwaarts trekken wordt het licht helderder. Op de laagste terrassen bevinden zich degenen die pas laat tot bekering kwamen en de geëxcommuniceerden. Bij een deur gekomen, waarvoor een engel de wacht houdt, krijgt Dante 7 x de Z op zijn voorhoofd, waarmee de zeven hoofdzonden zijn aangegeven die verder naar boven toe worden uitgeboet. De hoogmoed, de afgunst, de gramschap, de hebzucht, de vraatzucht, de neutraliteit, de  wellust.  Op elk van de terrassen bevinden zich soms voor Dante bekende personen, maar meest vele onbekenden. De straf is telkens aangepast aan de overtreding. Zo gaan de hoogmoedigen onder zware stenen gebukt, zo zijn de vraatzuchtigen broodmager, zo lopen de wellustelingen door vuur. Maar overal is hoop, en hier en daar krijgt Dante het verzoek om, na terugkeer op aarde, voor de zielen te bidden. Op de top van de Louteringsberg bevindt zich het Aards Paradijs van vóór de zondeval. Het is er eeuwig lente en Dante is diep aangedaan. Hier is hij getuige van een apocalyptisch spektakel en ontmoet hij de vrouw Matilde. Beatrice daalt af naar de top van de berg om Dante verder naar boven te begeleiden. Hier moet hij afscheid nemen van Vergilius, die vóór Christus heeft geleefd en daarom niet naar de hemel kan. Alle letters Z zijn inmiddels van het voorhoofd van Dante afgwist en nadat Matilde hem heeft ondergedompeld in de rivier de Lethe is hij klaar voor zijn hemelreis.

   Robert Lemm geeft een korte impressie van het Paradiso. Dante heeft zijn hemel gesitueerd op de planeten en de sterren, en daarin volgt hij het wereldbeeld van toen, van Ptolemaeus. Op de Maan toeven de zielen van wie hun geloften (onder dwang) verbraken; op Mercurius zijn degenen die eeuwige roem verwierven, waaronder keizers en pausen; op Venus zien we de zielen die hun hartstochten omzetten in ware liefde (bijvoorbeeld Karel Martel en de hoer Rachab). Op de Zon vinden we de godgeleerden, onder wie Thomas van Aquino, Salomon, Boethius en Isidorus van Sevilla. Hier horen we het verhaal van een overgrootvader van Dante over het oude Florence, toen de mensen nog in harmonie leefden. Naarmate we hoger stijgen, neemt Beatrice in schoonheid toe. Op Mars zijn de heilige strijders (Karel de Grote, Roeland, Godfried van Bouillon, Jozua); op Jupiter zijn de rechtvaardiger heersers in de vorm van een Adelaar (Constantijn, David); op Saturnus vinden we de contemplatieven (Benedictus, Bernardus). Boven het Eerste Beweeglijke en de Vaste Sterren en onder het Empyreum is de Roos van de Gelukzaligen, gepresideerd door de Maagd Maria omringd door heilige vrouwen als Lucia, Matilde, Rachel,Sara, Rebecca, Judith. Boven de Roos is de Drievoudige Cirkel, beeld van de Drie-Ene God met daaromheen de negen engelenkoren die afstralen op de planeten in hiërarchische volgorde. God is de Liefde die de Zon en de Sterren beweegt.

   Dante Alighieri’s Commedia is het meest volledige hemelbeeld. Het correspondeert in essentie met de leer van de Katholieke kerk. Binnen die leer neemt het idee van de ziel een belangrijke plaats in. Elk mens heeft een onsterfelijke ziel, en wat we in de Commedia te zien krijgen zijn zielen. Op een gegeven moment dreigt het bootje waarin Dante en Vergilius overgevaren worden te zinken. Dat komt doordat Dante nog in het lichaam is. In de hemel zijn alleen Jezus Christus en de Maagd Maria lichamelijk aanwezig. De zielen wachten op vereniging met het lichamen, maar ze zijn allemaal herkenbaar zoals ze op aarde geleefd hebben.

   We komen nog even terug op het geval van Paolo en Francesca in de hel. Hier horen we de tragische uitspraak: “Nessun maggior dolore che ridordarsi del tempo felice en la miseria.” Geen groter smart dan in tegenwoordige ellende terug te denken aan de gelukkige tijd. Misschien is dit wel de meest menselijke typering van de helse situatie. De christelijke apologeet C.S. Lewis heeft  voor onze tijd in zijn boek “The Great Divorce”, de Grote Scheiding, de situatie getypeerd waarin diegenen zitten die hun pijn niet kunnen opgeven. Waarom velen niet naar de hemel kunnen, is omdat zij vastzitten aan onverwerkt leed. Ze kunnen en willen als het ware geen afscheid nemen van het onrecht dat hun is aangedaan. Om die reden komen ze niet verder en stagneren ze. Dit is heel herkenbaar, en van alle tijden. De leeuw Aslan die in de Narnia-verhalen van C.S. Lewis Christus personifieert, zegt tot de zondaars: gedane zaken nemen geen keer, maar de toekomst ligt open. De tragiek is dat ze die toekomst voor zichzelf afsluiten.

 

de voorzitter

 

 

 

 

 
    Terug