VERSLAG  
  SINT NICOLAAS ACADEMIE, 20 oktober 2007  
         
 

        DE MIRACULEUZE BEELTENIS VAN

        DE VROUWE VAN ALLE VOLKEREN

 
         
   
         
 

   Onder die titel hield pater Herman Brouwer, assumptionist, zijn lezing in een serie over de Amsterdamse verschijningen van de Vrouwe die eens Maria was. Eerder kwamen het Gebed, de vroegere verschijningen van Maria en het toekomstige kerkgebouw aan de orde, en later volgen er nog twee hoofdstukken. Allemaal tesamen vormen ze een boek dat al af is, en dat alleen nog wacht op een voorwoord van de bisschop van Haarlem.

   Hoe de Beeltenis samenhangt met het Gebed is de kern van het hoofdstuk dat vandaag, op 20 oktober 2007, de revue passeert. Aan de hand van de Boodschappen (1945-1959) ontvouwt pater Brouwer de betekenis van de afbeelding op het gebedsplaatje dat de afgelopen halve eeuw in miljoenen over de wereld is gegaan. Maria staat hier niet, zoals gewoonlijk, onder het kruis, maar ervoor. Aan het kruis hangt dan ook geen corpus. Wat hier tot uitdrukking wordt gebracht is niet de historische gebeurtenis van Calvarië. Hier gaat het om wat de Vrouwe van alle Volkeren – die eens Maria was – voor ons doet na haar tenhemelopneming. Die tenhemelopneming staat verwoord in het vierde dogma. Het vijfde dogma, dat nog op afkondiging wacht, betreft haar medeverlosseresschap, haar middelaresschap en haar rol als voorspreekster. De afbeelding is de uitdrukking van dat vijfde en laatste dogma.

   Centraal is het verlossende kruis. Het kruis dat ieder van ons op zich moet nemen. De wereld wordt eraan herinnerd dat leven lijden en meedragen is. Door de gestalte van de Medeverlosseres heen straalt Gods aanwezigheid. De gordel om haar middel is de lendedoek die haar Zoon droeg aan het kruis. Door de wonden in haar handen heen komen de stralen van genade, verlossing en vrede.

   De Vrouwe staat op de aardbol, en daaronder lijken wolken te drijven die bij nader inzien schapen blijken te zijn. Zij zijn de volkeren van de wereld die pas rust zullen vinden als ze verzameld zijn en opzien naar de Vrouwe en het verlossende kruis. De Zoon kwam in de wereld als Verlosser door het kruis. Maria is eens haar Zoon in het verlossingswerk voorgegaan en gevolgd. Nu komt Zij als de Vrouwe van alle Volkeren, Medeverlosseres, Middelares en Voorspreekster. 

   Het heeft Ida Peerdeman, de zieneres, heel wat hoofdbrekens gekost om de Vrouwe van alle Volkeren te laten uitbeelden op het doek. Ook haar leidsman, de dominicaan pater Frehe, wist er geen raad mee. De eerste poging liep uit op een mislukking. Begin jaren vijftig bracht Ida Peerdeman enige tijd door op het Duitse landgoed Mettingen op uitnodiging van de familie Brenninkmeyer. Ook daar kreeg zij wel eens booschappen van de Vrouwe. In 1951 kwam zij in aanraking met de schilder Heinrich Repke. Hij kreeg de opdracht, maar hij zag ertegen op omdat hij voortdurend moest afgaan op Ida’s beschrijvingen. En Ida, die de werkelijkheid had gezien, kon door de geschilderde afbeelding alleen maar teleurgesteld worden. Op een gegeven moment was het schilderij in zo’n staat dat er geen verdere verbetering meer in zat. En de Vrouwe liet Ida met een glimlach weten dat het zo goed was. Nog in datzelfde jaar 1951 werd er een zwart-wit foto van het schilderij gemaakt, en het daarvan afgeleide plaatje met gebed werd met kerkelijke goedkeuring over de wereld verspreid.

   In 1953 zag Ida eens de Vrouwe tot leven komen. Ze zag haar uit de lijst van het schilderij stappen. Het schilderij bleef tot eind 1953 in Duitsland. Daarna belandde het in de pastorie van de (inmiddels verdwenen) dominicaner Thomaskerk aan de Amsterdamse Rijnstraat. Tot eind 1954 was het voor het publiek te bewonderen. In 1955 moest het, vanwege veroorzaakte opschudding, op last van de Haarlemse bisschop Huibers en de pastoor van Thomaskerk naar de kelder. Ida Peerdeman wilde vanaf dat moment nooit meer in die kerk komen. Pater Brouwer daalde soms in de kelder af om bij het schilderij te bidden, en later bracht hij dan verslag uit in huize Peerdeman. 

   Na elf jaar in de kelder van de Amsterdamse Thomaskerk te hebben gehangen verhuisde het schilderij naar Ville d’Avray, een plaatsje bezuiden Parijs. Dit gebeurde door toedoen van een Nederlandse pastoor die daarheen was overgeplaatst. Van 31 mei 1966 tot 31 mei 1967 verbleef de Vrouwe dus in Frankrijk. Maar eind mei `67 liet Zij merken terug te willen naar Amsterdam. De reis naar Ville d’Avray en de terugreis naar Nederland vormden een waar avontuur. Met de vier gezusters Peerdeman in zijn auto reed pater Brouwer met een busje heen en weer temidden van zware regenval, duisternis, donder en bliksem. Overal lagen bomen over de weg en waren er autowrakken te zien. Het leek de Inferno van Dante. Op de terugweg moest nog de Frans-Belgische grens worden genomen, geen sinecure aangezien het bij de Franse wet verboden was om schilderijen uit te voeren. Maar door een wonder werden alle hindernissen tijdens het avontuur overwonnen en diep in de nacht werd het schilderij van de Vrouwe afgegeven bij de paters van het H. Sacrament in Den Haag. Daar was pater Liesting overste, en die zat samen met pater Brouwer in de Stichting van de Vrouwe van alle Volkeren.

   Tussen 1966 en 1969 bleef het schilderij in De Haag. Daarna ging het naar Oegstgeest, en in 1970 kwam het in de Amsterdamse Diepenbrockstraat, in een als kapel ingerichte kelder. In 1976 bereikte het zijn voorlaatste bestemming in de huidige kapel van de Diepenbrockstraat die de Stichting in 1973 had laten bouwen. Tijdens een van haar Eucharistische Belevenissen hoorde Ida Peerdeman de Vrouwe zeggen: ja, waarlijk, dit is een geheime woonstede; juicht, volkeren, weest dankbaar... En met die woorden ging in vervulling wat de Vrouwe in 1953 had voorzegd. Amsterdam was voorbestemd als plaats waar de volkeren naartoe zouden stromen onder haar Beeltenis. Die Beeltenis zal aan het dogma voorafgaan. Dan zal Zij haar definitieve bestemming bereiken in de kerk met de drie koepels aan het Europaplein (waar nu de RAI staat.) 

   In de laatste Boodschappen zag Ida de Vrouwe in haar hemelse glorie, met Vader, Zoon en H Geest, de Drie-Ene God. De kerk van de Vrouwe is een weergave van Gods beeld, en in een aparte kapel zal Zij als Eucharistische Vrouwe worden vereerd omdat Zij Amsterdam heeft uitgekozen vanwege het hostiewonder van 1345. De kerk van Vrouwe van alle Volkeren zal worden beheerd door de paters dominicanen. Aan hen heeft de Vrouwe de zorg van haar devotie toevertrouwd. Een processie zal de kerk van de Vrouwe verbinden met de H. Stede in het centrum van Amsterdam. Haar Miraculeuze Beeltenis is bedoeld als icoon met mystieke uitstraling. Want de beeltenis is niet door mensen gemaakt, maar van hemelse oorsprong. Er gaat een goddelijke kracht vanuit. De Vrouwe die eens Maria was is de weerglans van het eeuwige Licht en de vlekkeloze spiegel van God. 

   De gebedsdagen zijn sinds twee jaar tot stilstand gekomen omdat het Vaticaan een zin heeft weggehaald uit het Gebed, de zin “die eens Maria was”. Het Vaticaan, vermoedt pater Brouwer, was niet gelukkig met de internationale gebedsdagen en de vele bisschoppen die daar vanuit de uithoeken van de wereld naartoe kwamen.

   Maar het komt allemaal goed, besluit pater Herman Brouwer zijn indrukwekkende getuigenis.

 

   de voorzitter

 

  

 

 
    Terug