VERSLAG  
  SINT NICOLAAS ACADEMIE, 21 april 2007  
         
  PAUS BENEDICTUS XVI EN DE OPKOMST VAN EURABIA  
         

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
         
 

Wat er gebeurde tussen 12 september 2006 – de opzienbarende redevoering van de paus in Regensburg met de uithaal naar de islam – en het pauselijk bezoek aan Turkije eind november, is onderwerp van het boek dat Robert Lemm, voorzitter van de Sint Nicolaas Academie, op 21 april met een lezing presenteerde.

   In zijn conference belichtte hij het voortschrijden van de islam in Europa van verschillende kanten om tot de conclusie te komen dat joden, christenen en moslims tot elkaar veroordeeld zijn. Dit ziet hij tegen de achtergrond van het secularisme dat het, ooit christelijke, continent in de greep heeft. Sinds de Revolutie van 1789 hebben liberalisme, socialisme, modernisme en humanisme gezegevierd. De Rooms Katholieke Kerk heeft zich vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw, met het Tweede Vaticaans Concilie, uitgesproken voor de scheiding van kerk en staat (die eigenlijk allang een feit was) en onderschrijft de vrijheid van godsdienst. Bovendien stelt de postconciliaire kerk dat joden, christenen en moslims dezelfde God aanbidden. Tegen die achtergrond kan het geen verbazing wekken dat paus Johannes Paulus II de interreligieuze dialoog startte, in de moskee bad en de Koran kuste. Zijn opvolger Benedictus, bij zijn aantreden nog sceptisch ten aanzien van de dialoog, bleek bij zijn bezoek aan Turkije 180 graden gedraaid. Waar hij aanvankelijk Turkije liever buiten Europa hield, gaf bij aankomst te Ankara aan premier Erdogan het groene licht.

   Lemm signaleert dat vele orthodoxe katholieken moeite hebben met de knieval van de pausen voor een “verkeerde religie”. Maar volgens hem kunnen christenen in de moslims bondgenoten vinden tegen het alom tegenwoordige neo-liberale geweld. De media, de universiteiten, de Publieke Opinie zijn mordicus anti-kerk, anti-Geloof. Godsdienst mag alleen als privé-aangelegenheid. Van enige invloed op het openbare leven is geen sprake. Het christendom heeft zich door het heersende neo-heidendom laten temmen. De islam is nog niet getemd, en dat vindt Lemm maar goed ook. Hij voelt er niets voor om zich als katholiek door seculiere krachten te laten gebruiken tegen de moslims.

   In zijn uitweiding over het middeleeuwse islamitische Spanje wees Lemm erop dat toen het secularisme niet bestond. Je was christen, jood of moslim, maar je kon geen verklaard ongelovige zijn, laat staan dat er zoiets was als een “seculiere staat”, ofwel wat wij tegenwoordig de “Cultuur” noemen. Later, in de Verlichting en tijdens de Romantiek, is het Spanje van de dertiende, veertiende eeuw, het land van de “drie religies” vaak voorgesteld als toonbeeld van “tolerantie”. En onder die term verstaan de vijanden van de kerk de verbanning van de georganiseerde godsdienst uit het openbaar leven. Het werkelijke Spanje van toen vertoonde een geheel ander beeld. Men verdroeg elkaar uit noodzaak, aangezien christenen noch moslims sterk genoeg waren om elkaar hun wil op te leggen. In 1492 evenwel, viel het laatste moorse bolwerk op iberisch grondgebied, Granada. Hoewel de moslims was beloofd dat zij volgens hun godsdienst mochten blijven leven, werden zij vijf jaar later voor het blok gezet: bekeren, of wegwezen. De joden trof datzelfde lot al eerder. Het christendom was dus vroeger militant, en het kruis schuwde het zwaard niet. Zo blijkt eveneens uit de verovering en de kerstening van Amerika door de Spanjaarden.

   Dat laatste maakt het verwijt dat de islam gewelddadig is in zoverre hachelijk dat de moslims de christenen hetzelfde kunnen verwijten. Dat de postoconciliaire kerk van onze tijd het geweld verafschuwt, is volgens Lemm niet het gevolg van eindelijke toepassing van Christus’ leer, doch veeleer van de moderne werkelijkheid dat de kerk de humanistische “mensenrechten” heeft omarmd en geen tanden en wapens meer heeft. Alleen wie die wel heeft, mag zich op geweldloosheid beroepen.

   Hoe het dan verder moet? Wat men zich bij “missie” moet voorstellen vanuit een kerk die de vrijheid van godsdienst onderschrijft? Missie kan alleen nog met het eigen voorbeeld. Lemm droeg zijn boek op aan de onlangs heiligverklaarde Charles de Foucauld, een arts die als missionaris temidden van de Algerijnse moslims leefde aan het begin van de twintigste eeuw. De Franse koloniale macht deed niets meer aan het kerstenen van de inboorlingen. Foucauld werd door zijn landgenoten aan zijn lot overgelaten. In de eenzaamheid van de woestijn bestudeerde hij de Koran en leerde hij respect te hebben voor de moslims, met name voor hun Geloof. Een Geloof waar hij onder de Fransen nauwelijks nog iets van waarnam. Van hem is de spreuk waarmee Lemm zijn boek opende: “Zielen bekeer je niet door ze te bepreken, maar door van ze te houden.” 

   Tijdens het vragenuurtje kwam er heel wat naar boven. Toonde de spreker niet te veel begrip voor de islam? Hield hij er wel voldoende rekening mee dat Jezus Christus geweld afwijst? Vooral dat laatste intrigeerde velen. Hoe kon het Kruis zich met het Zwaard hebben verbreid? Dat was toch geheel tegen de leer van Jezus? Lemm legde een en ander uit aan de hand van de parabel van Dostojewski over de Groot-Inquisteur (de paus) en de teruggekeerde Christus. De “paus” zou Christus wegsturen omdat maar weinig mensen echt naar het Evangelie kunnen leven. Dat waren vroeger de martelaren, de woestijnvaders en de eerste kloosterlingen. In de wereld leven we temidden van de middelmaat. Mensen willen brood op de plank, zekerheid en een onbezwaard geweten. Daarvoor zorgt de Kerk: uit naam van Christus weliswaar, maar liever niet met een Christus die haar op de vingers kijkt. De Kerk en de Staat zijn sociale noodzaak. Alleen de sterke individuen, de nomaden kunnen Christus onbelemmerd en overtuigd navolgen… En daarom is “geweld” niet uit te bannen of weg te dromen. De mens is niet van nature goed. Je zult altijd de zwakken tegen de sterken moeten beschermen, en dat kan niet zonder wapens. En als er geen wapens zijn, dan is er geestelijk geweld. En dat is veel erger, omdat het onvoldoende of niet onderkend wordt.

 

Verslaggever

 

P.S. Paus Benedictus XVI en de opkomst van Eurabia is verschenen bij Uitgeverij Aspekt, Soesterberg.

 

 
    Terug