VERSLAG  
  SINT NICOLAAS ACADEMIE, 21 februari 2009  
         
 

Newman en het 2e Vaticaans-Concilie

           Deken Th.van Galen f.s.o.

 
           
   

 
         
 

Op zondag 25 januari was het 50 jaar geleden dat Paus Johannes XXIII bekend maken werk te willen van een concilie. De ontwikkelingen in de wereld vroegen om nieuwe inzichten en handelingen van en vanuit de Kerk op een wereld zo massaal in beweging. Reeds Pius XII had hier wel eens over gerept, maar hij wilde eerst nog gedegen onderzoek, juist omwille van de massiviteit van de opdracht. Alle personen die betrokken zouden raken, dienden zich daarop zorgvuldig voor te bereiden. Waar beiden niet op gerekend hadden, werd de stem uit net verleden, die in zijn tijd profetische woorden sprak. John Henri Newman, de bekeerling uit de anglicaanse kerk die door  zijn denken, zijn uitgebreide kennis van met name de kerkvaders en zijn bidden zich niet anders kon dan zich tot de katholieke kerk te bekennen, kwam door vele deelnemers aan het woord.

Men hoort regelmatig in lezingen en ziet het in geschriften: Newman is dé theoloog van Vaticanum 2. Een zeer opvallende zin, omdat we hem doorgaans niet als een klassieke theoloog bestempelen ( cf. Mgr. Ender bij een preek op 28 april 1990).

In 1975 stond ik als seminarist erbij toen Paus Paulus VI  tijdens een audiëntie de deelnemers toesprak van het eerste  Newman - symposium te Rome.De heilige Vader getuigde dat Newman gezien mocht worden als een van de meest aanwezige theologen tijdens het concilie. Hij noemde hem een veilige gids In een wereld met een groeiende  onverschilligheid  en ongeloof in deze nieuwe wereld. Veel van de problematieken welke hij zelf met zijn innerlijk geloof had doorworstelt  en welke hem veel verdriet en eenzaamheid hadden gekost in zijn leven, werden in de documenten besproken en vastgelegd. De paus noemde met name de oecumene, de uiteenzetting tussen christendom en de wereld, de rol van de leek in de kerk, de houding van de kerk t.a.v. de niet christelijke  religies. Hij hoopte dan ook dat het voorbije symposium velen zou aansporen om de teksten van de kardinaal te bestuderen.

Sinds die tijd is mijn religieuze geestelijke familie niet meer gestopt met deze opdracht. Enerzijds omdat onze Moeder Julia Verhaeghe Newman herkent had als een leidsman voor ons gelovig verstaan in deze tijd. Maar ook  op aandringen van Rome zijn onze priesters en zusters dit werk blijven doen: lezingen, symposia bezoeken en helpen organiseren, we houden in nauwe samenwerking het huis open in Littlemore vanwaaruit hij converteerde. In diverse landen werden Newman bibliotheken met succes opgezet en helpen we met het verspreiden van drukwerk en maken  bekend al wat er op studies zich voordoet.

Newman was zelf niet aanwezig op het eerste Vaticaans Concilie, maar hij had er wel duidelijke meningen over. Zijn afwezigheid was trouwens zijn eigen keuze. Van de aartsbisschop van Parijs, Mgr. Dupanloup, kwam bij hem de uitnodiging binnen om als peritus erbij te zijn, maar Newman wees af met de opmerking: "Ik ben geen theoloog". Hij leefde intens mee, met de voorbereidingen welke in 1864 begonnen werden, dacht erover en schreef erover. Hij leed onder de enorme stemmingmakerij, de brutale macht  van de pers die zich met name uitte over het dogma van de onfeilbaarheid. En hij schreef over die tijd en zijn uiteenzettingen over de inhoud van wat aangedragen werd: A Als al mijn lijden hierover ook nu niet vruchtbaar zal zijn, misschien kan God het te zijner tijd, over honderd jaar, gebruiken. Deze zin werd de titel van een uitgave van Ian Kerr en Allan Hill uit 1990 waarin men kijkt naar zijn invloed op Vaticanum 2 en de gevolgen ervan.

Om iets te begrijpen van het bijzondere van zijn invloed op Vat.II maak ik even een kleine  excursie naar Vat. I. Talrijke politieke ontwikkelingen bewerkten dat er twee stromingen in de kerk ontstonden. Italië had de paus zijn wereldlijke macht afgenomen, en in de nacht van 24 op 25 november 1848 vluchtte paus Pius IX naar Gaëta. Met behulp van de franse troepen werd Garibaldi verslagen en Rome werd bezet door de Franse troepen, einde juni 1849. Pius IX keerde terug, gedoogd door de Romeinen en gesteund door de franse bajonetten.Er ontstonden twee kampen: de ultramontanen ( Ultramontanisme is een katholieke stroming in het 19e-eeuwse Europa, waarvan de aanhangers het gezag van de paus boven ieder nationaal belang stelden),en de gallicanen. (benaming voor de stroming binnen de Franse rooms-katholieke kerk die zich min of meer onafhankelijk van de paus opstelde) Deze laatsten  leefden weer op, nadat het bij het concordaat van 1801 al ingedamd werd.Het pausdom stond onder grote druk. NU hem geen wereldlijke macht  resteerde,sloeg de loyaliteit van vele katholieken om naar kerkelijk chauvinisme. Men kende de paus steeds meer gezag toe, hetgeen zou leiden tot het dogma van de onfeilbaarheid. Kardinaal Manning, door Newman groot genoemd ondanks diens lange kritiek op hem ( na Newmans dood noemde Manning hem de grootse geloofsgetuige van de eeuw) was fervent aanhanger van deze onfeilbaarheid, Newman waarschuwde in scherpe bewoordingen, hoewel hij niet minder loyaal aan de paus wilde zijn. Hij protesteerde met alles wat in hem was. Hij kreeg daardoor én Rome én Westminster tegen zich.  Newman ontkent in zijn dagboek dat hij geen enkele eerzucht voelt naar carrière, maar de verwaarlozing welke ten aanzien van zijn persoon zich voltrekt,  raakt diep in zijn gevoelige natuur. Hij schrijft in die dagen: "Ik heb bijna mijn gehele leven in de koude schaduw geleefd". Tegen dat licht van Vat.I krijgt de kardinaalshoed op het einde van zijn leven een diepe betekenis, alsmede zijn rol in Vat. II.

De druk op de kerk werd medio vorige eeuw groot. Men zocht naar een nieuwe theologische  reflectie over haar wezen en haar zending en een manier om zich weer aan de wereld te presenteren. Het gedachtegoed van Newman bleek inderdaad profetisch. Het werd paus Joh. XXIII zelf die hem introduceerde toen hij in zijn Encycliek om het concilie bijeen te roepen zich beriep op Newman (Acta Apostolica Sedes 49- 1959,blz. 513)

1. Hoe krijg je invloed op een concilie?

Wanneer je geen paus bent is de enige manier om je terug te vinden in de voetnoten van een concilie, dat je al vele eeuwen overleden bent. Want citaten van kerkvaders zijn te verwachten, tijdgenoten niet, tenzij als plaatsbekleder van Christus. Toch waart de geest van de kardinaal door het concilie, zo vinden velen. Hoe komt zoiets dan tot stand?

Nadat  paus Johannes XXIII in 1959 een concilie aankondigde, werd met voortvarend-heid voorbereidingswerk verricht.  Johannes benoemde de Jezuïet pater A. Bea tot hoofd van het door hem gewenste Secretariaat voor de Eenheid. Bea, die Willebrands en zijn medestanders kende, vroeg deze als secretaris. In die functie nodigde mgr. Willebrands waarnemers van andere kerken uit bij het concilie, en zorgde hij dat zij in Rome de gewenste contacten konden.Voor, tijdens en na het Tweede Vaticaans Concilie (1962 - 1965) was hij het gezicht van het Romeinse "Secretariaat voor de Eenheid der christenen", nu "Pauselijke Raad ter bevordering van de Eenheid van de christenen". Deze was in 1937 gepromoveerd  cum laude tot doctor in de filosofie op het proefschrift >>De denkleer van kardinaal Newman en haar toepassing op de kennis van God door het geweten=. Mgr. Willebrands en het Secretariaat waren betrokken bij de totstandkoming van enkele conciliedocumenten, waaronder dat over de oecumene en dat over de godsdienstvrijheid. Ik noem u de naam van kardinaal Döpfner, de voorganger van Joseph Ratzinger in Regensburg. Ook hij was in 1941 in Rome gepromoveerd met Newman als thema. Zoals we bij o.a. voetbal sport zo vaak ervaren, maakt het wel veel uit wie er voor een team staat, gelet op de invloed van de prestaties. Zo kunnen we begrijpen dat het denken van mensen, gevoed door de geest van hun studie over het leven en werken van Newman, ook doordringt wanneer men gaat overleggen. De inbreng van Newman kwam daarmee heel indirect stevig binnen

Zeker zou  een studie van gemaakt kunnen worden, welke sprekers zich met verwijzingen naar teksten uit de pen en mond  geuit hebben vanuit Newmans denken in de zittingen welke plaats vonden. Natuurlijk werden er ook indirecte citaten geplaatst. Zoals in de vierde sessie, waar kardinaal Heenan van Westminster  de concilievaders eraan herinnert dat ze eerst te rade moesten gaan bij het geweten en dan bij de paus..de typische stelling uit Newmans erfgoed, over het primaatschap  van het geweten. We noemen de aartsbisschop van Baltimore, die voorstelde om het Essay on Development of Christian Doctrine op te nemen in de voetnoten van Gaudium et Spes. Dit was al geopperd door kardinaal Gratias van Bombay op 7 oktober 1963 die stellig meende, dat dit de weg was waarlangs het concilie  zich diende voort te bewegen. Op 28 november kreeg deze kardinaal bijval van  de rector van het Institut Catholique de Paris, bisschop Blanchet. Die het na 100 jaar nog steeds zeer geschikt vond. Temidden van deze, voor ons soms bekende maar ook veelal onbekend gebleven deelnemers aan het concilie, kwam Newman langs vele zij- ingangen binnen. En er opende zich een voordeur! Wie daar wel voor verantwoordelijk was?Tijdens zijn toespraak bij gelegenheid van Dominic Barberi op 27 oktober van 1963 loofde  Paus Paulus VI de bijdrage vanuit Engeland voor het geloofsbehoud gedurende de eeuwen, met name verwijzend naar Newman ( quel singolarissimo spirito). Hij noemde hem iemand die " een reisroute aangeeft ", de " grootste zwaargewicht " hoewel niet makkelijk, maar wel de man met de meeste betekenis, "de meest totale denker, welke de mensheid de laatste eeuw had voortgebracht ". Met zulk een uitspraak geeft een paus te kennen waar zijn sympathie en insteek ligt voor de voortgang van het overleggen tussen de concilievaders. Niet voor niets keerde de engelse bisschop Butler terug naar Londen en verklaarde: "De Geest van Newman hing boven het Concilie".

2. Waaruit bestaat die invloed?

Velen zullen geneigd zijn te gaan zoeken naar citaten uit de geschriften van Newman. Want nog altijd geldt: wanneer je het woord krijgt kun je je gedachten ingang laten krijgen. Gaat u opzoek daarnaar, dan valt het tegen. Quoteringen zijn niet zo talrijk. Menigeen zegt - terecht-  dat  Lumen Gentium met zijn heilshistorische visie op de kerken Dei Verbum met zijn licht  op de Openbaring niet zó zouden zijn, als niet Newmans= gedachtegoed was binnen gedrongen. Maar zijn werking begint al eerder. Het kerkelijke leven kende zeker in de tijd voor het concilie een grote hang naar centralisatie. Misschien wel een overdreven hang. Newman verklaarde onomwonden dat het gedachte goed van de kerk achterhaald was. Sinds vele eeuwen bepaalde Rome wat mensen konden en mochten denken, men werkte in de kerk als een gerechtshof. Zelf oordeelde hij dat  het niet hebben van een eigen mening ook het eigen denken aan banden legde. Men putte enkel uit het denken van vorige eeuwen. Met zijn Essay Development of doctrine uit 1845 verdedigde hij tegenover anglicanen en protestanten dat ontwikkelingen in de kerk toelaten dat oude ideeën over de leer best kunnen veranderen, zonder tegenstrijdig te zijn met het vroegere denken. Hetgeen niet wegneemt dat oude gedachten over leer en leven van de kerk en haar inzichten niet evenzeer ook geldend blijven en niet alles op de helling moet komen. Met name sprak hij zich uit tegenover protestanten over het vagevuur en de devotie tot de H.Maagd Maria, omdat ze de ontwikkeling van de leer over de Triniteit en de persoon van Christus wel hadden aangenomen.

Hij wenste van en voor de Kerk  een theologie die het daadwerkelijk opnam voor een ontmoeting met de tijdgeest. Hij zag uit naar vrij onderzoek die op zoek bleef naar het vinden van de waarheid zonder angstvalligheid. Hij schrok hiervoor helemaal niet terug vanwege de heilshistorische betekenis welke God in en aan zijn Bruid had verleend. Wat hem daarbij voor ogen stond was het afscheid van een bureaucratische geest welke in Rome rondwaarde. In de toekomstige ontwikkelingen  zou de Kerk in haar uiterlijke verschijning zich beter kunnen verhouden tot de ontwikkelingen in de wereld. Kortom: meer werkelijkheidszin en een ontvankelijkheid voor vrijheid van denken. Want het behoorde tot zijn diepste overtuiging dat een theologie die uitgaat van statische begrippen geen leven zou schenken aan de wereld die zich voortdurend liet kennen als een wereld in ontwikkeling. Na de tweede wereldoorlog kwamen zowel uit katholieke alsook uit protestantse hoek theologen aan het woord deze wijze van wijze zochten. Ze hadden het gehad met het louter formuleren van oude overgeleverde stellingen. Newman in zijn Essay on Development daarover: " Princiepen vergen immers een zeer uiteenlopende toepassing al naar gelang de personen, de omstandigheden dit eisen. En zij moeten een nieuwe gedaante aannemen, die aansluit bij de vorm van samenleving die ze zullen gaan beïnvloeden".

Met name in Frankrijk en Duitsland staat men open voor deze nieuwe wijze van theologie bedrijven, zich beroepend op Newman. Zo uit Hans Urs von Balthasar zich enthousiast over deze nieuwe openheid tegenover Karl Barth over de nieuwe katholieke theologie Aals een denken vanuit een openheid naar de geschiedenis, voorbereid door Newman, en wordt deze beweging ondersteund en gestimuleerd door alle vooraanstaande katholieke denkers" (In Darstellung und Deutung seiner Theologie, Keulen 1957, blz. 344)Karl Rahner ( Zur Theologie des Konzils in Stimmen der Zeit 1961/1962 blz. 335) meent 5 jaar later dat dit optimisme in zijn ogen wel wat voorbarig is.De mensen die steun zouden gaan geven aan het leerambt zouden nog altijd verdedigers zijn van de klassieke theologie, welke op scholen, vanaf de preekstoel en in alle theologische boeken verkondigd werd. "We hebben dringend behoefte aan een streng wetenschappelijke aanpak die tegelijk charismatisch zou dienen te zijn", waardoor het concilie de kerk dichter bij de tijd brengt en overtuiging zou uitstralen. Toch bleek aan het conciliebegin dat meer mensen die wens koesterden, dat de neo-scholastieke apologetiek niet de hoofdtoon moest blijven. Naast de gedachten welke Newman had verwoord in zijn Essay on the Development of Christian Doctrine brak ook zijn gedachtegoed van zijn Grammer of Assent tot uiting. Enkele drager daarvan waren naast Rahner, Heinrich Fries in Duitsland, Jan Walgrave in Belgie Bernard Lonergan uit Canada en Avery Dulles van Amerika.20 maal vinden we citaten van Newman in de slotteksten van de decreten van Vaticanum II. De meeste teksten komen uit het Essay. Een concilievader verwijst naar de Brief aan Pusey om Maria als de nieuwe Eva te eren, en zijn Apologia kwam ter sprake in de teksten over de Oecumene, Dei Verbum en de kerk in de Moderne Wereld. En natuurlijk moeten we opmerken dat zijn denken over het geweten een bijdrage werd in het denken over met name de oecumene. Toch is het niet eerlijk zijn invloed te beperken tot het aantal quotaties. Gordon Wheeler, de bisschop van Leeds opperde: " Zij die deelnamen aan het Tweede Vaticaans Concilie ervoeren overduidelijk de aanwezigheid van Newman". In zijn overtuiging mengden zich o.a. Mgr. James J.Hogan, Jean Guitton. Kardinaal van der Burgt verklaarde namens de bisschoppen van Indonesië de voorspelling van Newman dat Vat.II de vervulling zou worden van Vat.I met het oog op het primaatschap van de Paus en de autoriteit van de bisschoppen.

3. Newman en de leken

Newman gaf de leken een buitengewone positie in zijn denken over de kerk. In de katholieke Kerk sprak men wel van " Pray, Obey, Pay". Oftewel leken hadden te bidden, te gehoorzamen en te betalen"". "Newman hamerde op de levende relatie met God in de heilige Geest. Daarom hadden ook niet-gewijde bedienaren aandeel aan de koninklijke, priesterlijke en profetische taak van Christus zelf."" Newman was een groot kenner van de kerkvaders. Van Augustinus leert hij dat het oordeel van heel de gemeenschap van de gelovigen zekerheid biedt. Concilies en pausen  hebben in zijn ogen de opdracht en de plicht  om te waken over het geloofsgoed. Maar ze zijn niet de bedenkers ervan.  Zoals zo vaak komt Newmans  denken aan het licht door concrete omstandigheden, die om een antwoord vragen. Zo de kwestie welke speelt rond de benoeming van de nieuwe aartsbisschop van Westminster door Pius IX Mgr. Wiseman. Deze meent zich te moeten richten tot zijn kudde met een schrijven vanuit Rome, AFrom the Flaminian Gate" in 1850. De kersverse kardinaal ziet zich aan het hoofd van een stralende kerk, geleid door de bestuurskracht van de bisschoppen die de touwtjes stevig in handen nemen of houden. Rellen breken uit, in alle grote steden. Zelfs afbeeldingen van de kardinaal worden op straat verbrand. Men ziet met schrik dat het Vaticaan het roer in handen zal nemen in Engeland. Zelfs de politiek wil zich ermee gaan bemoeien. Newman kiest stelling wanneer de bisschop van Birmingham, Ullathorne, zich schaart achter de kardinaal.  Hij schrijft: "Hij heeft een afkeer van leken. Maar ik ben er zeker van dat juist zij in deze dagen de kracht van de kerk kunnen uitmaken".( Letters and Diaries, 19 62,blz. 252) Er ontstaat een verlangen om in alle grote steden van het land door leken voordrachten te laten houden. Omdat er niemand als zodanig opstand doet Newman het zelf. Zijn lezingen, gepubliceerd in >Lectures on the present Position of the Catholics in England. ( 1851) geven vooral antwoord op aanvallen die voornamelijk uit de protestantse hoek komen. Voor hem is het zaak dat de gelovigen, de leken, opkomen voor hun kerk en hun geloof. Maar wel met kennis van zaken. "Ik wil leken die niet verwaand, met veel omhaal van woorden onmiddellijk het dispuut zoeken, maar mensen die hun religie  kennen, die erin doordringen"(Lect.  London, 1913, blz. 390). Om zulke mensen te vinden moet men als kerk de kans bieden dat ze vorming n scholing kunnen krijgen. Werd daartoe in België in Leuven een katholieke Universiteit opgericht ( 1834), in Ierland wil de regering  in Dublin een universiteit oprichten. De Queens University wil een handreiking zijn naar de rooms  katholieken. Men vraagt Newman als rector, die dit verzoek graag bewilligt. Hij ziet er de gelegenheid in, leken te helpen vormen. Maar eerst zal hij mensen in Ierland duidelijk moeten maken wat de belangen zijn om deel te nemen.  Met verve begint hij eraan, maar zijn uitgesproken mening dat een universiteit noch klooster noch seminarie is en dat de macht van priesters niet de overhand moet krijgen, druist toch uiteindelijk in tegen de verwachtingen van de aartsbisschop van Dublin, Mgr. Cullen. Wél houden we aan de hele geschiedenis  een prachtig betoog van Newman eraan over, hoe de vorming van de leken ons waarlijk >gentlemans= zal opleveren ( in Discourses on the Nature and Scope of University Education - London 1875 blz. 208), maar voor Newman zelf wordt het Dublin avontuur  de zoveelste teleurstelling. Hij geeft zijn opdracht terug. Met zoveel geleefd  wantrouwen dat zelfs een leek nog geenszins de financiële leiding van de universiteit op zich zou kunnen nemen, kan hij niet leven. Temeer daar Newman op de meeste van zijn brieven aan de monseigneur geen enkele reactie ontvangt. 

Inmiddels stond de wereld op dit vlak niet stil. Een bekeerling uit de anglicaanse kerk, Capes had een tijdschrift opgericht, the Rambler.  Dit tijdschrift zag zich als spreekbuis van de Rome-getrouwe gelovigen die het oude geloof nieuw en fris aan het woord willen laten komen. 

Zijn lezers zouden voornamelijk de ontwikkelde bekeerlingen zijn.  Op vlakken waar de kerk nog geen definitieve uitspraak over had gedaan acht Capes iedere open gedachtenontwikkeling, door de klerikaal en de leek, van groot belang om de waarheid te vinden. Newman staat achter dit standpunt, beseffend dat hij met deze overtuiging op tenen zal trappen, zeker bij het episcopaat. Aanvankelijk blijft de opzet in toon en tekst gematigd, zolang Capes hoofdredacteur is. Als de bekeerling Simpson, met zijn onvrede van uit zijnpersoonlijk achtergrond en de katholiek  Acton het redactionele roer overnemen, wijzigt de taal van de Rambler. Hetgeen te verwachten is voltrekt zich in no time: de bisschoppen zien hun gezag in het geding komen. Hoewel Newman zeker de theologische uitspraken van Simpson niet altijd gelukkig vindt, omdat diens taal hard en ruw is en hij bovendien blijk geeft van weinig kennis, schaart hij zich achter het tijdschrift. Niet alleen theologische, ook de maatschappelijke stellingnamen blijven de bisschoppen irriteren. Met name een bijdrage van de Duitse theoloog Döllinger, de professor van Acton uit München, schiet de bisschop Wiseman in het verkeerde keelgat. Newman vindt het jammer dat deze op zijn beurt de discussie over kansen tot vergissingen in het verleden de mond wil snoeren. Hij  zoekt een gematigd standpunt in te nemen, ook om de aanvankelijke sympathie vanuit Rome voor de Rambler, niet te verliezen. Als dan de bisschoppen weigeren mee te werken met de wensen van de regering naar onderzoek op wat wij noemen basisscholen, laait het vuur van ongenoegen op onder de ontwikkelde leken. Het zou het einde kunnen betekenen, deze weigering tot samenwerking van godsdienstige scholen. De redactie wijkt nu niet meer, de sfeer wordt gespannen. Newman stemt in op het verzoek om te bemiddelen, hetgeen ertoe leidt dat hij de verantwoordelijke uitgever wordt. Het gekrakeel blijft.  Op een gegeven moment schrijft  Newman in het tijdschrift een artikel met als titel: "On consulting the Faithfull in Matters of doctrine" in 1859.  De taal en de bedoeling is duidelijk. De traditie van de kerk ligt bij de gehele gemeenschap, niet alleen bij de bisschoppen. Bij het geheel, inclusief de bisschoppen waarbij het accent kan verschillen van tijd tot tijd. Zoals "het volk" ook bij het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis ( 1847) en zeer grote betekenis valt toe t dichten. Men stuurt  dan ook Newmans artikel  naar Rome. Daar oordeelt men dat  het dient te worden ingetrokken om zijn ketters karakter. Op grond daarvan gehoorzaamt  hij zijn bisschop die hem vraagt zijn aandeel als uitgever van het tijdschrift neer te leggen. Aan een vriend schrijft f hij overtuigd te zijn, een interne zending te hebben vervuld. Niettemin, zaken die werkelijk van belang zullen zijn omdat ze zijn gedaan overeenkomstig Gods wil, zullen vroeger of later tot hun recht komen. Wat ik op het oog heb kan werkelijk goed zijn, maar het kan wel honderd jaar duren voordat het als Gods wil erkent wordt. 

Een profetisch woord voorwaarlijk, gelet op de discussie in het concilie over de rol van de leek en de overtuiging omtrent de sensus catholicus, het katholieke aanvoelen. In de Plain and Parochial Sermons, zich enkel richtend tot de leken, sprak Newman over het christelijke ideaal van volmaaktheid. Een van de opmerkelijkste uitspraken van Vat. II vormt de dringende aansporing dat alle Christenen, niet alleen priesters en religieuzen, omwille van hun doopsel geroepen zijn tot volmaaktheid. Newman herkende de weg ertoe niet zozeer door theologie en spiritualiteit, maar door een doorleefde persoonlijke kennismaking en beleving van de H. Schrift.  We weten omtrent de vertaling van deze wens door o.a. de liturgie vernieuwing, waar veel meer lezingen uit de Schrift een wezenlijke verrijking is in het aanreiken van bijbelteksten aan de kerkganger. Zijn belangstelling voor die H.Schrift komt al naar boven als hij nog jong is. Aan zijn zuster Harriett schrijft hij inderdaad: "Als je 's zondags enige tijd over hebt, leer dan gedeelten van de Heilige Schrift uit het hoofd. De baat die je daarbij zult hebben lijkt me onvoorstelbaar groot. Het doordrenkt je geest van goede en heilige gedachten. Het is een hulpbron in de eenzaamheid, wanneer je op reis bent en tijdens een slapeloze nacht". 

4. Grammer of Assent.

Nicholas Lash noemt in 1990 dit prominente werk van Newman tot oorzaak van een nieuwe koers in Dei Verbum in concilie teksten. Nooit eerder werd de persoonlijk ervaring gelinkt met het vinden van de geopenbaarde waarheid. De tijd zou rijp kunnen zijn om zulk een gedachtegang verder te ontwikkelen, en dat zou de grootste vrucht zijn van Newman voor de katholieke  kerk. (I.Kerr Newman after Hundred years- Oxford 1990 blz. 456). 

In dit boek onderzoekt Newman de verschillende geloofsmotieven, de diverse invloeden, die in aanmerking  komen voor het scheppen van een godsdienstige zekerheid in de geest.  In deze overwegingen herneemt hij de oude strijd tegen het rationalisme, dat naar zijn inzicht niets anders is dan het onrechtmatig gebruik maken van de rede. Want een mens gelooft niet alleen met zijn geest, zijn verstand, maar met héél zijn wezen. Hart en ziel en verstand als drie-eenheid schenkt de mens zich aan zaken van geloof.  Onze reële instemming (assent) is de instemming van de hele persoon op de notionele kennis. Hij bekijkt op welke wijze de geest een voorgelegde propositie kan benaderen. Er is de weg van onderzoek- overleg- beraadslaging en conclusie. Het kiezen van een gevolgtrekking volgt op een abstracte redenering. De andere weg is de aanvaarding van iets, het zonder meer instemmen. Het  is een notionele instemming als het gaat om een abstract idee, een reële als instemming wordt gegeven aan een concreet en bepaald feit. Beide zijn van gelijke kracht, maar de reële doet warmer aan, omdat het wezen van de mens erbij betrokken is.   Het doel van het boek is om de mens die niet onderlegt is in logica en theologie toch redelijke motieven te verschaffen voor het kunnen geloven. Een belangrijk maar niet het makkelijkste werk van Newman. De soms moeizame redeneertrant wordt veroorzaakt door zijn angst -zoals hijzelf erkent- dat een zwerm erkende theologen hem zouden aanklagen omdat hij zich niet wenste uit te drukken in de onbuigzame en traditionele taal van de Kerk. Soms maakt hij gebruik van fijnzinnige illustraties om zijn inzicht uit te leggen.  Als voorbeeld verwijst hij eens naar bekende teksten van klassieke schrijvers als Homerus of Horatius. Een student zal ze lezen en leren als bekende overleveringen van grote geesten waarvan het citeren je aanzie kan verschaffen. Totdat je, op latere leeftijd en gedreven door levenslessen, opeens ze met nieuwe ogen gaat zien. Ze kunnen je opeens gaan raken en ontroeren. Er wordt iets duidelijk over de eeuwen heen, nadat het ooit werd geschreven op een ochtend of avond, bij spelen of tussen de Sabijnse heuvels..iets dat generaties overstijgt...en een waarde uitdrukt die is ván en vóór alle tijden. Dezelfde muziek is voor de een een klank uit de hemel, voor de ander een lawaai zonder eind van louter klanken.  

De openbaring vanuit de heilgeschiedenis vindt  hoogtepunt  in de menswording van Christus, die tegelijk Middelaar en de volheid van de gehele openbaring is, zowel de meest innerlijke waarheid , zowel over God als over het heil van de mens. (D.Verbum, nr. 2). Aan de openbarende God moet de mens >de gehoorzaamheid van het geloof= betonen, waardoor hij zich vrijelijk geheel aan God toevertrouwd, door >volledige onderdanigheid van verstand en wil= B(D.V.nr. 5). In nummertje 25 spreken de kerkvaders zich ook uit over het belang dat alle christengelovigen de kans krijgen de bijbelteksten, met name de evangelies zich eigen te maken.  

De geest van het concilie om te komen tot een nieuwe benadering van de dogmatiek werd al zichtbaar in het Duitse spraakgebied in 1965. 16 bekende theologen bundelden kracht en werk in de banden Mysterium Salutis. Het eerste deel kreeg als naam: Grundriß der heilsgeschichtlichen Dogmatik. Wie kijkt naar de citaten ziet Newman eruit springen, na de kerkvaders natuurlijk. een groot uitdrager van N. gedachten vinden we bij K.Rahner en de dogmaticus M.Schmaus. Deze laatste beroept zich niet op het concilie maar eerst op de dragers van het nieuwe gedachtegoed: Augustinus, Bonaventura en Newman als ook op de geest van de oecumenische beweging.

5. Newman en de liturgie

Met de recente ontwikkelingen omtrent het opheffen van de excommunicatie van de Pis X Broederschap, hoezeer ook misverstaan en ook zo gevoed door mensen in de media, is het ook zinvol te kijken naar de vraag, welke  rol de kardinaal speelt bij de zo belangrijke schakel van de liturgie. Daar vindt  immers met name het contact plaats tussen de Kerk en de kerkganger, tussen God en zijn schepsel. . 

Bij gelegenheid van de tiende verjaardag van het motu Proprio "ECCLESIA DEI" in 1998 sprak Joseph Kardinaal Ratzinger tot een menigte van ruim 3000 pelgrims onder andere de volgende woorden: Het is goed om hier in herinnering te brengen wat Kardinaal Newman waarnam, dat de Kerk in haar gehele geschiedenis nimmer orthodoxe liturgische vormen, die van de Geest van de Kerk vervreemd zouden zijn, heeft afgeschaft, noch verboden. Een orthodoxe liturgie, om zo te zeggen, een die het ware geloof uitdrukt, is nooit een samenvoeging, gemaakt volgens pragmatische criteria van verschillende ceremonies, die men op een positivistische en willekeurige manier toepast, vandaag op de ene manier en morgen op een andere wijze.De orthodoxe vormen van een ritus zijn levende werkelijkheden, die voortkomen uit een dialoog van liefde tussen de Kerk en haar Heer. Zij zijn uitdrukkingen van het leven van de Kerk, waarin het geloof, het gebed en het leven zelf van hele generaties samengebracht worden, en die in speciale vormen, zowel het handelen van God als het antwoord van de mens doen samengaan.Zulke ritussen kunnen uitsterven als degenen die ze gedurende een bepaalde periode hebben gebruikt zouden verdwijnen, of als de levensomstandigheden van diezelfde mensen zouden veranderen. De autoriteit van de Kerk heeft de macht om het gebruik van zulke ritussen te bepalen en te beperken, los van historische omstandigheden, maar ze zal ze niet eenvoudigweg verbieden.Aldus gaf het Concilie opdracht de liturgische boeken te herzien, maar het verbood niet de vroegere boeken. Het criterium dat het Concilie vaststelde is zowel veel breder als veeleisend en het nodigt ons allen uit tot zelfkritiek!  

In getrouwheid aan de traditie verklaarde het Heilig Concilie, dat de Heilige Moeder de Kerk alle wettig erkende ritussen als gelijkgerechtigd en als even eerbiedwaardig beschouwt en dat zij voor de toekomst wil, dat deze behouden en in alle opzichten bevorderd worden. Dat zij, waar dit nodig is, op verantwoorde wijze in heel hun omvang volgens de geest van een gezonde traditie worden herzien en, overeenkomstig de huidige omstandigheden en behoeften, met nieuwe levenskracht worden uitgerust.

Tot slot.

Men wierp Newman eens voor de voeten dat hij met weinig mensen zich tot de katholieke kerk had  bekeerd. Wat antwoordde hij: u moet er niet alleen op uit zijn de mensen klaar te maken zich te bekeren, u moet de kerk ook voorbereiden op bekeerlingen.  

Heel zijn leven, zo getuigt hij zelf in Rome, toen hij de kardinaalshoed ontving, zag hij als een strijd tegen liberalisme in de theologie. Want deze houdt eraan vast, dat er geen objectieve waarheid bestaat, dat het ene credo even juist is als het andere. Alsof geopenbaarde religie  geen waarheid bevat, het zou  louter  een zaak van zijn van gevoel, van smaak. Het leert dat het individu het recht heeft er mee te doen wat het wil. Vroomheid staat los van geloof en ieder kan vinden wat hij wil. Newman voorzag dat niet alleen een theologisch liberalisme een aanval betekende op de sociale structuren en normen, maar de mens in zijn wezenszending zou ontkennen: kind van God te zijn dat zichzelf als zodanig in de tijd leert verstaan. Als de godsdienst in de maatschappij wegvalt, dan verliest de maatschappij haar evenwicht en stabiliteit. 

Het innerlijk drama dat het lang leven van John Henry Newman heeft gekenmerkt draaide om de kwestie van de heiligheid en de eenwording met Christus. Het was zijn vurigste verlangen de wil van God te volbrengen++ (Johannes Paulus II in 1990 bij de herdenking van de sterfdag van J.H. Newman, toen honderd jaar geleden). Dit streven wordt in de loop van zijn leven concreet gemaakt met een grote onderdanigheid in het volgen van de stem van zijn geweten. Zo zal hij schrijven: *Het geweten is een wet van onze geest, een wet die onze geest overtreft, die ons bevelen geeft, die verantwoordelijkheid en plicht betekent, vrees en hoop (...) Het is de boodschapper van Hem die, zowel in de wereld van de natuur als in die van de genade ons versluierd toespreekt, ons onderricht en ons regeert. Het geweten is de eerste van alle plaatsbekleders van Christus+ (Brief geciteerd in de Katechismus van de Katholieke Kerk, KKK, 1178). Diep in zijn geweten ontdekt de mens inderdaad de aanwezigheid van een wet die hij zichzelf niet heeft gegeven, maar die hij wel gehouden is te gehoorzamen; die stem spoort hem aan om lief te hebben, het goede te doen en het kwade te mijden. Het geweten moet echter het hele leven lang worden geïnformeerd en opgevoed, in het licht van het Woord Gods, maar ook door **de heilige en zekere leer van de Kerk nauwlettend in acht te nemen. Volgens Christus' wil immers is de Kerk lerares van de waarheid++ (Tweede Vaticaans Concilie, Verklaring  Dignitatis Humanæ nr.14). 

"In de mate waarin iemand de Kerk bemint, bezit hij de Heilige Geest ". Dat is wellicht een van de kostbaarste lessen uit het leven van kardinaal Newman. Zijn geschriften werpen een zeer helder licht op de Kerk als onafgebroken uitstorting van de liefde van God voor de mens, in ieder tijdvak van de geschiedenis. De kardinaal had een authentieke en bovennatuurlijke visie die hem in staat stelde alle aanwezige zwakheden in het menselijk weefsel van de Kerk op te merken maar ook om het voor onze menselijke blik onzichtbare mysterie feilloos waar te nemen. Wij mogen ons het vurig gebed tot Jezus Christus dat spontaan in zijn hart opwelde, eigen maken: "Maak dat ik nooit vergete dat Gij op aarde een koninkrijk hebt gesticht dat het Uwe is, dat de Kerk de Uwe is, gevestigd door U, Uw werktuig; dat wij onderworpen zijn aan Uw regels, Uw wetten, Uw blik en dat wanneer de Kerk spreekt, Gij het zijt die spreekt. Maak dat de innerlijke wetenschap van deze wonderbare waarheid mij jegens haar niet ongevoelig make, maak dat de zwakheid van Uw menselijke vertegenwoordigers mij niet doet vergeten dat Gij het zijt die door hen spreekt en handelt". 

Leid, vriendelijk licht, te midden 't duister dat me omringt, Leid gij mij voort! De nacht is donker, en ik ben ver van huis --Leid gij mij voort! Richt Gij mijn voet; ik vraag niet om te zien De verre einder -- één stap is mij genoeg. IK was niet altijd zo, noch bad ik dat Gij Mij voort zoudt leiden; Ik verkoos mijn eigen weg te banen en te zien, maar nu Leid gij mij voort! Ik verkoos het felle daglicht en, alle vrees ten spijt, De hoogmoed beheerste mijn wil: herinner U niet voorbije jaren. Zo lang heeft uw macht mij gezegend, ze zal me zeker Verder leiden! Door heide en ven en over rots en vloed, totdat De nacht is heengegaan; En met de morgen 't gelaat der engelen glimlacht Die ik sinds lang heb liefgehad, en voor een tijd verloor.

  

Deken Th.van Galen

 

 
    Terug