| VERSLAG | |||||
| SINT NICOLAAS ACADEMIE, 21 mei 2011 | |||||
|
ONTWIKKELINGEN INDE LITURGIE SINDS VATICANUM II Pastoor Cor Mennen |
|||||
|
|
|||||
|
Hoe ontwikkelde de liturgie zich sinds het Tweede Vaticaans Concilie? Op die vraag geeft pastoor Cor Mennen uit Oss, die bekend staat als een man van vierkante uitspraken, antwoord in zijn lezing van 21 mei 2011. In 1963 verscheen Sacrosanctum Concilium, het eerste document van het Concilie over de liturgie. Daarin waren al eerdere vernieuwingen opgenomen, zoals die van het Paas-triduum en actievere deelname van de gelovigen. Die deelname wordt in het Concilie nog duidelijker gestimuleerd. De regels voor de liturgie zijn uitsluitend voorbehouden aan de H. Stoel. De nieuwe vormen dienen organisch te groeien uit de bestaande vormen. Een rijkere lezing uit de H. Schrift maakte eveneens onderdeel uit van de vernieuwingen. Het Latijn moet als liturgische taal bewaard blijven binnen een ruimere plaats voor de landstaal inzake bepaalde gebeden en gezangen. In missie-landen is een zekere vorm van inculturatie of aanpassing toegestaan. In Afrika bijvoorbeeld, is de cultuur heel anders dan in Romeins-Latijns Europa. Wat is nu de postconciliaire ontwikkeling? De feitelijke vernieuwingen gaan veel verder dan de voorzichtige concilieteksten. De oppositie daartegen heeft het niet gehaald, hoewel onder het huidige pontificaat de teugels weer strakker zijn aangehaald. Op 25 september 1969 verscheen het nieuwe missaal, en daartegen ageerde een brief van paus Paulus VI, ondertekend door de kardinalen Ottaviani en Bacci. Het betrof een kort kritisch onderzoek van de nieuwe misorde. Hierover zei kardinaal Stickler in 2004 dat het niets van zijn waarde verloren had. Stickler had zelf de verwoesting meegemaakt die volgde op de liturgische hervorming en die in strijd was met Sacrosanctum Concilium. Door de radicale vernieuwingen was, zoals paus Paulus VI opmerkte, de rook van Satan het Vaticaan binnengekomen. Kardinaal Ratzinger, thans paus, opperde in 2001 dat de invloed van Luther het Concilie van Trente had verdrongen, en dat was een vernietigend oordeel over de nieuwe liturgie. Er was dus van hoger hand zware kritiek op de doorgeschoten hervorming. De vraag bij het nieuwe missaal is of het een normale ontwikkeling laat zien, een verbetering. De kardinalen Ottaviani en Bacci stellen dat de Novus Ordo of Nieuwe Misorde vooral het samen zijn en het maaltijdkarakter benadrukt. Het offerkarakter en de werkelijke tegenwoordigheid zijn niet weg, maar wel geminimaliseerd. Ook valt er een geweldige vermindering van eerbiedsbetuigingen te constateren; minder knielen, nonchalant reinigen van het vaatwerk, niet meer verplicht stellen van een altaarsteen. De rol van de priester is verduisterd; in verhouding tot het volk is hij nu voorzitter en broeder geworden. De Nieuwe Misorde is een inbreuk op eeuwenoude tradities. Er zijn protestantse elementen in gekomen, en dan nog niet eens die elementen die het katholicisme het meest benaderen. Daardoor is er ook een verwijdering van het Oosten opgetreden. De liturgisten van de Novus Ordo beroepen zich op de oudste kerk en willen de bestaande liturgie ontdoen van wat ze middeleeuwse aanslibsels en contrareformatorische preciseringen noemen. Ottaviani typeert die trend als ongezond archeologisme, iets wat paus Pius XII nog krachtig had veroordeeld in zijn encycliek Mediator Dei. Revoluties beroepen zich vaak op het alleroudste om het voorafgaande onderuit te halen en zo vernieuwingen te rechtvaardigen. Terug naar de bronnen is goed, maar alles wat na het jaar 400 is gebeurd schrappen, is fout. Want ook in de Middeleeuwen zijn er goede dingen gebeurd. Een ander aspect betreft de toepassing van de nieuwe liturgie in de diverse landen, de officiële vertalingen in de landstalen. We zien hier allerlei vrije vertalingen doorgevoerd worden onder het mom van meer nabij en meer evangelisch. Dat gaat gepaard met theologische vervagingen. Een beroemd voorbeeld is het “pro multis” in de consecratiewoorden over de wijn. Het bloed van Christus is vergoten “voor velen”, maar in de nieuwe vertalingen wordt het “voor allen”. Het Aramees, postuleren de liturgisten, zou geen woord voor “allen” kennen, en “velen” hebben gebruikt waar “allen” bedoeld wordt. Maar Paulus, die in het Grieks schreef, kende het onderscheid wel. Uiteindelijk wilden de vernieuwers de “al-verlossing” en de “lege hel theorie” promoten. Een andere nieuwe vertaling vinden we in de tweede canon: “Moeder van Christus” in plaats van “Moeder van God”. Voorts is in de nieuwe vertalingen het woord “ziel” voor “anima” verdwenen, en vervangen door “ik”. En dat alles geschiedde met goedkeuring van de bisschoppen en Rome. Ondanks het verbod van het Concilie, is men verder gegaan met experimenteren. Men heeft er teksten en riten bijgehaald die steeds vrijzinniger werden. In 1968, op de Tilburgse theologie faculteit, hoorden we een jezuďet met trots verklaren dat in de studenten ekklesia te Amsterdam de instellingswoorden van de Eucharistie niet meer werden uitgesproken, en dat de viering heel goed verliep zonder. En in onze tijd worden er nog steeds losbladige boekjes uitgegeven met alternatieve teksten zonder dat de “voorgangers” iets in de gaten hebben. De rozenkrans, ooit braaf gebeden, was ineens afgeschaft, voorbij. En die hele vrijzinnige ontwikkeling is in Nederland begonnen, en heeft zich vandaar gaandeweg over de wereld verspreid. Vooral in België en Duitsland hebben de vrijzinnige vernieuwingen hard toegeslagen. Ketters gepraat vond alom ingang. Vooral door toedoen van jezuďeten. Wat zijn nu de reacties op bovengeschetste ontwikkelingen? Allereerst de totale afwijzing van de Novus Ordo door traditionalistische groeperingen, met name die van aartsbisschop Lefčbvre. We hebben hier te maken met een groepering, de Broederschap van Pius X, die niet alleen de nieuwe liturgie verwerpt, maar heel Vaticaan Twee. Van godsdienstvrijheid en oecumene moet ze niets hebben en ze leeft met Rome op gespannen voet sinds de onwettige bisschopswijdingen van 1988. De Pius X Broederschap houdt vast een negentiende-eeuws maatschappijbeeld, en dat gaat te ver, evenals het vasthouden aan de stelling dat er buiten de Kerk geen redding is. Dan zijn er ook groeperingen die Vaticaan Twee aanvaarden onder bepaalde voorwaarden, maar bezwaren hebben tegen de nieuwe liturgie. Hier zien we dat Rome, na aanvankelijke afwijzing, een beleid van tegemoetkoming voert. Door de commissie van Ecclesia Dei werd de oude liturgie weer toegestaan, hoewel de meeste plaatselijke bisschoppen ertegen waren. Hier manifesteren zich de Sint Petrus Broederschap en sommige abdijen in Frankrijk. Sinds het Motu Proprio van 2007 is de ruimte voor de oude ritus aanmerkelijk groter geworden. Dan is er de reactie op de misbruiken binnen de Novus Ordo vanuit Rome. Uitgangspunt zijn de instructies voor de vertalingen van 2001. Daarin worden de bisschoppenconferenties aangespoord de bestaande vertalingen van de liturgie te verbeteren. In 2002 verscheen er een nieuwe versie van het Romeins Missaal. Wat zijn nou globaal de normen van die instructies? Het bevorderen van zoveel mogelijk integrale vertalingen van Latijnse teksten. Die teksten vertolken de traditie van de Kerk, en geen persoonlijke gevoelens. Noodzakelijke aanpassingen aan de volkstaal moeten voorzichtig en sober plaatsvinden. Verder dient in iedere volkstaal een sacrale taal ontwikkeld te worden. Dus sacraal Nederlands, geen Jip-en-Janneke taal. Ouderwets taalgebruik in een liturgische context handhaven, verhinderen dat die taal voortdurend meegaat met de mode. Protestanten en Anglicanen hebben zo’n sacrale taal, die afwijkt van modern Nederlands en Engels – en die nog steeds verstaan en gebezigd wordt. Dat zouden de katholieken in het Nederlands ook moeten ontwikkelen. Abstracties of onpersoonlijke woorden dienen vermeden te worden, zoals de Eeuwige of Nabije ter vervanging van God; of de Almachtige in plaats van de Heer. Met die vervanging wil men het geslacht van God vermijden, in plaats van Vader de mogelijkheid openlaten dat God een Moeder is (invloed van het feminisme in de theologie). Liever “zonen van Israël” dan “kinderen van Israël”. Men schrijve God of de Heer met een hoofdletter, en men spreekt Hem aan met U, en niet met jij. “Kelk” niet vervangen door “beker”; “altaar” niet vervangen door “tafel”. “Mijn ziel prijst hoog de Heer”, roept Maria uit, en niet “ik prijs hoog de Heer”. “Heiland” is een prachtig sacraal woord voor Redemptor of Salvator en moet gehandhaafd blijven naast Verlosser en Redder. Een “vermorzeld hart” voor “contrito corde” is eveneens prachtig en sacraal, en dus niet door iets anders vervangen. Overal dient bij vertaling de Latijnse Vulgaat uitgangspunt te zijn en een verheven stijl te worden nagestreefd. Daarnaast moeten de bisschoppen werken aan gebeden en gezangen in de volkstaal die beantwoorden aan bovengenoemde instructies. De repertoria moeten aan Rome worden voorgelegd ter goedkeuring. Hoe staat het met de revisie en de verbetering? De eerste versie in de volkstaal volgens de nieuwe instructies is klaar gekomen in het Engels en zal tijdens de Advent van 2011 worden ingevoerd. Het sacrale in de taal is zo veel mogelijk verwezenlijkt. “Chalice” in plaats van “cup”; “shed” in plaats van “poured out” waar het om het te vergieten bloed van Christus gaat. “The Lord is with you and with your spirit”. “The comunion of the Holy Spirit” in plaats van “the fellowship of the Holy Spirit”. In de consecratie oorden: This is my body that will be given up for you. In het Nederlands is men al begonnen aan vertaling van het reismissaal voor priesters, los van België. Want samenwerken met de Belgen was nogal problematisch geweest. Maar nu is er sinds 2009 een gemengde commissie van Nederland en België. De resultaten worden aan de bisschoppen toegestuurd en keren naar de vertaalcommisie terug nadat ze bekeken zijn. De bisschoppen hebben helaas weinig tijd om het vertaalwerk te bekijken, of kunnen soms ook domme of ondoordachte dingen zeggen. Na revisie gingen de resultaten weer terug naar de bisschoppen voor een tweede ronde. Er werden dan vaak hamerstukken van gemaakt. Maar dat mag nu niet meer. Ze moeten echt alle stukken bekijken, wat zowel na- als voordelen heeft. Een voorbeeld: In het Latijn bestaat de uitdrukking Familia Dei. Maak je daar nou Gods Familie van, of Gods Gezin? De voorkeur van pastoor Mennenr gaat uit naar Gezin, maar ga je dan naar de bisschoppen dan hebben ze liever Familie. Uiteindelijk wordt de zaak aan Rome voorgelegd, die dan weer naar experts Nederlands in Rome zoekt. De bisschoppen vormen een obstakel omdat ze weinig tot veranderen geneigd zijn en liever vasthouden aan wat lekker in het gehoor ligt, ongeacht of de vertaling correct en sacraal is. Het zal nog tien jaar duren eer er in het Nederlands een nieuw missaal komt. Ten slotte hebben we de liedkwestie. De commissie selecteert namens de bisschoppenconferentie liederen die worden opgenomen in het voorgeschreven repertorium. Er zijn nu een paar honderd liederen door de bisschoppenconferentie en Rome goedgekeurd. In principe keuren ze niets af, wat een probleem is. Als censor wordt pastoor Mennen daarmee geconfronteerd bij het beoordelen van de afzonderlijke misboekjes. De uitgeverijen van die boekjes, Gooi en Sticht en Berne Heeswijk, hebben belang bij overname van liturgische teksten tegen bescheiden royalty’s. Enkele jaren geleden liepen de contracten af en toen wilden de bisschoppen die contracten herzien. Ze wilden hogere royalty’s en de boekjes moesten voortaan aan de kerkelijke voorschriften voldoen. Wat de liturgische teksten betreft, die moesten overeenkomen met die van het missaal. De vrije teksten, op voor- en achterkant, alsmede de liederen vergden een “imprimatur”. De uitgevers gingen er met tegenzin mee akkoord, vooral door afkeer van censor Mennen. De censoren bekijken de teksten voor- en achterop, alsook de liederen. Voor die laatste bestaan vier beoordelingen, van akkoord via onder voorbehoud tot afwijzing. Het bekende lied “De steppe zal bloeien” werd afgekeurd omdat het niet bijbels is, niet betrokken is op God. Maar dat stuitte op verzet van de (voormalige) Acht Mei Beweging met steun van bisschop De Korte van Groningen-Leeuwarden. En toen veranderden de censoren het in “onder voorbehoud”. De boosdoener was censor Mennen. En verder waren er nog een heleboel, naar het inzicht van pastoor Mennen te lichte en wollige teksten. Uiteindelijk beslist elke bisschop afzonderlijk voor zijn eigen bisdom. Al met al is er hoop op een betere liturgie. De Mis op de TV van nu is aanzienlijk beter dan die van vroeger. Er zijn thans twee vormen van de Romeinse liturgie, de gewone (Novus Ordo) en de buitengewone (Tridentijns). Dat is geen goede situatie. De buitengewone dreigt te verstenen en de hierboven geschetste problemen met de gewone duren voort. Ook het naast elkaar bestaan van twee kalenders is niet ideaal; in de ene vorm is het groen en nog de zoveelste zondag door het jaar, terwijl het in de andere paars is en Septuagesima. Het naast elkaar bestaan van twee lezingen cycli is al evenmin bevorderlijk voor de eenheid van de Kerk. Het wachten is op een synthese, een hervorming van de hervorming, waarbij de oude liturgie hervormd zal worden met elementen uit de nieuwe, maar waarin de oude pregnanter zal zijn dan de nieuwe, zij het vernieuwd in het licht van Vaticanum Twee. We moeten komen tot een eensluidende liturgie die meer aansluit bij de traditie.
de voorzitter
|
|||||
| Terug | |||||