| VERSLAG | |||||
| SINT NICOLAAS ACADEMIE, 21 november 2009 | |||||
|
DE SCHEIDING VAN KERK EN STAAT Politicus Hans Hillen |
|||||
|
|
|||||
|
Blij verrast reageert Hans Hillen op de Tridentijnse Mis die aan onze meeste lezingen voorafgaat: "Toen de priester zich omdraaide naar het publiek, begon het verval in de kerk….Net als met een buschauffeur. Als die zich omdraait, gebeuren er ongelukken." Macht is verleidelijk en gevaarlijk. Laat de Kerk zich daarvoor hoeden. Maar laat de Staat zich hoeden voor het gebruik van Jezus’ naam. Te veel onrecht is er uit Zijn naam geschiedt om nog terug te verlangen naar oude tijden. De Staat kijkt naar getallen en massa’s, en beoogt wereldse doeleinden; de Kerk daarentegen, let op de individuele gewetens en appelleert aan ieders persoonlijke verantwoordelijkheid. In Nederland kan men de vrijzinnigheid van de jaren zestig zien als reactie tegen de voorafgaande verzuiling, waarbinnen de katholieken een machtsblok vormden. Tegen dat blok liepen vooral de socialisten te hoop. Linkse groeperingen binnen de kerk verbonden zich met de socialisten en propageerden wat zij de "emancipatie" van de katholieken noemden. Maar met die ontwikkeling in de jaren zestig is Hans Hillen het niet eens. De katholieken waren al geëmancipeerd. Wat je kreeg, waren lege kerken. De werkelijkheid was, dat de katholieken in de politiek zich de kritiek van socialisten aantrokken op het machtsblok dat de KVP (Katholieke Volks Partij) destijds was. Nadat de katholieke arbeidersbond NKV zich van de KVP afgescheiden had om in de algemene FNV op te gaan, begon het ijs te breken. Maar ondertussen waren ook de socialisten in verval geraakt door zich via Nieuw Links als "progressief" te profileren, en daarmee eigenlijk de arbeiders te verlaten. De nieuw-linksers van de jaren zestig hadden als jongeren de oorlog meegemaakt en wilden voor hun kinderen een onbezorgde toekomst. Dat ging gepaard met een ruimdenkende "alles moet kunnen"-sfeer die bevorderd werd door de naoorlogse welvaart. Nieuw Links in zowel de politiek als de kerk keek met afgrijzen terug naar de jaren vijftig, maar – betoogt Hillen – die jaren hadden heel goede kanten. Er was weinig of geen misdaad, de mensen hielden rekening met elkaar, men voelde als vanzelf aan wat wel, en wat niet kon of mocht. De jaren zestig gooiden het kind met het badwater weg. De nieuwe vrijheid – van alles moet kunnen – bracht ook de verzorgingsstaat, die de mensen aan de overheid ondergeschikt maakt. Normen en waarden vervielen. Progressief zijn was verplicht om mee te tellen, en progressief hield verandering in. Constant veranderen. God was niet meer de Rechtvaardige, maar alleen nog de Barmhartige. Dominees en priesters deden mee met de veranderingen en werden allengs hoeders van ruďnes. Hoe meer de ethiek het veld ruimde, hoe meer het regels regende. Het besef van wat wel en wat niet kon leefde niet meer in de harten en de geesten, maar moest door de overheid door wetten worden afgedwongen. Individuele verantwoordelijkheid bestond blijkbaar niet meer. Was iets niet verboden, dan was je wel gek als je je slag niet sloeg. De recente financiële crisis is daar een treffend voorbeeld van. Ieder gevoel van berouw of spijt is de bewoners van de bankwereld vreemd. Scheiding van Kerk en Staat? Laten we uitkijken dat we de Staat niet alle macht geven! De Kerk moet zorgen voor ethisch bewustzijn. De tijd van de natiestaat is voorbij. De grenzen verdwijnen, en de welvaart verplaatst zich naar verre landen. Nodig is dat wij ons moreel herbewapenen. De Kerk werd in de jaren zestig gehaat vanwege haar autoritaire houding, maar de huidige dertigers hebben geen last meer van de haat van hun ouders. Ze staan open voor de godsdienst, vooral met het oog op de toegenomen islam. Dankzij de moslims, die erg hechten aan hun culturele identiteit, zoeken ook de autochtone jongeren naar het eigene, naar de christelijke wortels. Het probleem van de jongeren is vooralsnog hun onwetendheid, en daarom zullen ze een lange weg te gaan hebben. Tijdens de vragen verduidelijkt Hans Hillen dat de scheiding van Kerk en Staat binnen Europa vooral is bepaald door Frankrijk. In dat land geldt sinds de Revolutie een scherpe scheiding, en die trend heeft zich ook afgetekend in de Europese Unie. De Duitsers hebben door hun verleden geen invloed op die trend en Engeland is te Anglicaans om zich met het continent bezig te houden. De christenen zullen moeten terugploegen, maar ze moeten niet naar macht streven. Wat de islam betreft, behartigt Hillen de dialoog. Moslims worden steeds milder en zullen in Europa in toenemende mate hun geharde woestijnmentaliteit verliezen. Wij mogen niet vergeten dat wij christenen zelf in het verleden ook behoorlijk intolerant zijn geweest. Dat Rome afkerig is geweest van echtscheiding, pil, homo, abortus, condoom et cetera, moet men niet te zwaar laten wegen. De Katholieke Kerk onderscheidt zich juist van christelijke sekten doordat ze ook altijd rekkelijk is geweest. Zij moet, op straffe van verdwijnen, een ideaal hooghouden, ook al weet ze dat velen zich daaraan niet kunnen houden. Komt er nog een botsing tussen christendom en islam? Hans Hillen vindt dat Europa in elk geval niet bang moet zijn voor Turkije, verreweg het machtigste moslimland. Daarom is het raadzaam om dat land voortdurend hoop te geven dat het mag toetreden tot de EU.
de voorzitter
|
|||||
| Terug | |||||