Home » Articles posted by Webmaster

Author Archives: Webmaster

homoseksualiteit versus de menselijke natuur, 13 april 2019

Wat leert de Kerk op dit punt? Sinds de omwenteling van het Tweede Vaticaans Concilie in de jaren 60 wordt het onderwerp met de mantel der liefde bedekt, aldus Hugo Bos. Bos is leider van de Civitas Christiana, een stichting die zich inzet voor de christelijke beschaving en het behoud van de Nederlandse cultuur. Het afgelopen jaar heeft de CC o.a. campagne gevoerd tegen vulgaire reclames in de openbare ruimte en het opdringen van de gender-ideologie in schoolboeken. Bos schuwt daarbij niet de confrontatie. En dat heeft tot agressie geleid van LHBT-actiegroepen, tot en met het gooien van bakstenen, het opsturen van porno, het uitlokken van handgemeen, nog afgezien van de gebruikelijke scheldkanonnades. Vooral in het ooit katholieke en sinds 1968 linkse Nijmegen laten antifa-brigades zich in dezen niet onbetuigd. Dat is een interessant verschil met moslims, die eveneens tot doelwit van de CC behoren. Zij reageren niet op het protest van Bos tegen het verplichte bezoek van schoolkinderen  aan de moskee.

Het gaat vooral om de homo-lobby, ofwel de continue beweging om steeds meer rechten te krijgen, met als belangrijkste overwinning de gelijkstelling van het homo-huwelijk met het traditionele gezin. Het gezin is van oudsher, niet alleen voor christenen de hoeksteen van de samenleving. Ook voor de redelijke mens spreekt het voor zich dat het huwelijk van man en vrouw en de wens om kinderen te krijgen conform de natuur is. Omgekeerd, kunnen we zeggen dat homoseksuele relaties beschouwd moeten worden als tegennatuurlijk en daarom als een aanslag op de beschaving.

Het christelijk huwelijk is gericht op de voortplanting, aldus oude autoriteiten als Augustinus en Thomas van Aquino. Helaas, moet Bos constateren, hebben moderne theologen dat doel losgelaten en de plezierbeleving centraal gesteld, evenals de gezinsplanning – alsof God daar niet over ging. De apostel Paulus beveelt de onthouding aan als het beste, en in dat opzicht maakt het niet uit of het om een getrouwde man of vrouw gaat, dan wel om iemand met een homofiele geaardheid. Kuisheid is het hoogste katholieke ideaal.

Wat heerst in onze vrijgevochten tijd van alles mag en niets hoeft, is wat in de katholieke traditie de “concupiscentia” heet, de vleselijke lust in de meest brede zin. De ultieme uitwas is de geslachtsverandering, de opvatting dat men niet als man of vrouw wordt geboren, maar dat het geslacht een vrije keuze is die men op latere leeftijd kan nemen.

De tegennatuurlijke driftbeleving van homo´s wordt gekenmerkt, meer dan de heteroseksuele, door een overmaat aan seksuele partners, tot een vorm van promiscuïteit die bovendien gepaard gaat met het oplopen van allerlei geslachtsziektes. De diepere oorzaak van die verwording is het niet meer geloven in God. De katholiek met een homofiele geaardheid moet zijn hoop stellen op gebed en genade via de sacramenten. De katholiek behoort de zonde te haten en een voorbeeld te nemen aan de heiligen die tegen hun seksuele neigingen hebben gestreden. Bos noemt o.a. Franciscus van Assisi, Gregorius de Grote, Johannes Chrysostomos, Petrus Damiani, Catharina van Siena en Hildegard van Bingen. Zij lieten er geen twijfel over bestaan dat homoseksuele gedragingen ten diepste zondig zijn en hellestraffen tot gevolg hebben.

De wetenschap ten slotte, heeft in het verleden de homoseksualiteit beschouwd als een psychische stoornis en zelfs als een ziekte. Dat laatste mag nu niet meer gezegd worden, op straffe van je schuldig maken aan discriminatie. Een van de wetenschappers, de psychiater Robert Spitzer, stelde recentelijk vast dat de acceptatie van homoseks geen wetenschappelijke, maar een politieke beslissing is geweest. De Nederlandse psycholoog Gerard van en Aardweg stelde dat homoseksualiteit een ziekte is waarvan men genezen kan worden.

Wat te doen? Hugo Bos – ooit gereformeerd, en een ketter volgens eigen zeggen –  pleit o.a. voor hervorming van de kerk in traditionele zin, het stoppen met sentimenteel pacifisme, het weerstaan van de LHBT, het haten van de zonde en onze hoop stellen op het Onbevlekt Hart van de Moeder Gods.

Civitas Christiana, vijf jaar geleden begonnen, krijgt geen subsidie, maar wel veel bijval van particulieren en toezending van financiële giften. Dat de stichting een gevoelige snaar heeft geraakt, geven ook haar vijanden toe.

Na afloop van de lezing was er gelegenheid om vragen te stellen of commentaar te geven. “U preekt geen liefde, maar haat”, luidde een van de protesten. “U vergeet dat er in de Evangeliën in dezen geen enkele veroordeling wordt uitgesproken door Jezus Christus”. Een ander commentaar, getuigend van grote  verontwaardiging, was: “Staat mijn homoseksualiteit soms uw gezin in de weg? Waar bemoeit u zich mee?” Weer een ander oppert: “U gaat wel heel ver met uw kritiek. Waar blijft de liefde, waar het Concilie zo op aandrong?” Iemand merkt op : “Het is niet zozeer de homofiele mens die ergernis veroorzaakt, maar de homo-lobby. Dat is het probleem!”. En tot besluit: “Waarom laat u het niet gewoon een privé zaak zijn?”

De voorzitter

BID,VECHT,HEERS

16 maart 2019

Onder die titel valt een verhandeling van de islamitische rechtsfilosoof Ibn Taymiyya, die leefde van 1263 tot 1328.  Rechtsfilosoof en arabist Machteld Allan vertaalde het werk in het Nederlands en voorzag het van een inleiding. De bedoeling is te begrijpen wat salafisme is, want wie zich salafisten noemen zien Ibn Taymiyya als hun grondlegger.

De stelling van Machteld Allan is dat salafisme niet iets aparts is, maar voortvloeit uit het wezen van de islam. De meeste westerse arabisten in Nederland, en waarschijnlijk ook in andere Europese landen, zijn sociale wetenschappers, sociologen, politicologen die de islam beschrijven als een cultureel fenomeen. Het is net als godsdienstwetenschappers die het christendom bestuderen van buitenaf, zonder zelf gelovige christenen te zijn. Maar Allan wijst op het wezen van de islam als religie. Ze keurt wat ze de “nominalistische benadering”  van de academici noemt, af. Het nominalisme is een middeleeuwse reactie tegen het kerkelijk “realisme”. Het gaat ervan uit dat elk verschijnsel of elke verschijning afzonderlijk bestaat. De kerkelijke leer daarentegen, die op dit punt platonisch en aristotelisch is, gaat uit van algemeenheden, universalia, abstractie. Alles wat verschijnt is herleidbaar tot wat kenmerkend is voor een soort. Niet elke afzonderlijke hond bestaat, maar wat bestaat is de hond, zoals de mens, onder te verdelen in de man en de vrouw. De vragen waar het in het hier voorliggende betoog om gaat zijn: wat is de islam, wat is salafisme.

Religie is een georganiseerd geloof met een interne, en een externe component. Onder het eerste vallen zaken als kosmologie, metafysica, plaats in de wereld, relatie tot God, welke taak, waartoe op aarde, hoe te regeren, cultuur (hoge en lage), theologie (religie vanuit zichzelf), hoe Allah’s Wet, de Sharia, ingang vindt bij alle volkeren. Onder de externe kant vallen de instituties die bepalen wat de religie is, wat orthodox is, en wat ketters is. In geval de islam een leergezag heeft, is de vraag bij wie dat berust. Sinds de Middeleeuwen maken de rechtsgeleerden uit wat de islamitische orthodoxie behelst. Rechtsfilosofie en -geschiedenis zijn dus uitstekende middelen, naast de theologie, om de islam in academisch verband te analyseren.

De academici die zich met de islam bezighouden, meest sociaalwetenschappers, gebruiken de termen orthodox, ultra-orthodox, conservatief, gematigd, maar al deze etiketten verraden een nominalistische instelling, het aannemen van een spectrum met allerlei variaties. Het blijft vanuit sociaalwetenschappelijk kader bovendien onduidelijk wat er bedoeld wordt met ‘conservatief’, ‘ultra-orthodox’, of ‘gematigd’. Gematigd in wat? Conservatief ten opzichte van wat? Het zou daarom beter zijn geen etiketten te plakken op de islam die niet uit de islam zelf afkomstig zijn. De islam kan uitstekend worden bezien ‘vanuit zichzelf’.

Salafisme komt van “salaf”, de eerste drie generaties moslims. Salafisten volgen de Koran en de hadith, de uitspraken van de Profeet. Na de eerste drie generaties ging het volgens de salafisten bergafwaarts. Daarom is beroep op de oertijd gewenst, met omzeiling van later aanslibsel. De latere rechtsgeleerdheid is corrupt, evenals de gevestigde regimes corrupt zijn. Ibn Taymiyya, die zeven jaar van zijn leven in de gevangenis doorbracht door toedoen van zijn eigen collega’s, stelt in zijn boek hoe de machthebber zich behoort te dragen volgens de Koran en de hadith. Het lijkt op de christelijke vorstenspiegels die de opperste bestuurder aan de bijbelse, of evangelische principes bonden.

De rechtsgeleerdheid is de basis van de uitoefening van de macht. Het meest wordt dat benaderd door de ayatollah´s in Iran, die feitelijk de dienst uitmaken. Alle moslims, inclusief soefi´s en sjiieten, moeten het voorbeeld van de Profeet volgen. Zoals president Wilson de wereld safe for democracy wilde maken, moeten moslims haar safe for Sharia maken. De terroristen van Al-Qaida en IS luisteren naar hun eigen leiders, in plaats van naar de Profeet. De belangrijkste reden dat de gevestigde islamitische rechtsgeleerden Al-Qaida en IS verwerpen, is niet vanwege de schending van de mensenrechten, maar vanwege het feit dat die groeperingen hun gezag in de wind slaan. Al Qaida en IS op hun beurt, vinden dat de gevestigde islamgeleerden hun oren veel te veel laten hangen naar de zittende machthebbers in plaats van naar Allah en zijn Profeet. De salafist huldigt de bereidheid tot actie zonder zich iets aan te trekken van het gevestigd gezag, waar dat ook is. Marokkaanse moslims luisteren door de bank genomen braaf naar hun koning, zoals Turkse moslims momenteel braaf naar president Erdogan luisteren. Dan ben je geen salafist.

De islam is een politieke religie. De reden daarvan is gelegen in de islamitische kosmologie. Wij mensen staan in het krijt bij Allah, de Schepper. Zo spreekt men van “scheppingsschuld”. Wij moeten Hem terugbetalen omdat Hij ons geschapen heeft. Dat houdt onder meer in dat alle aardse goederen onder het beheer van de moslims worden gebracht, zodat ze tot aanbidding van Allah kunnen worden ingezet. Om dat te bewerkstelligen is er een staat nodig, een georganiseerd gezag, met een gezagvoerder. Zo krijgt politieke machtsuitoefening zelf iets sacraals. Het hoogachten van macht en goederen maakt de islam wezenlijk anders dan het christendom. Als wij christenen bidden dat Gods wil geschiede op aarde zoals in de hemel dan is daarvoor geen staatsapparaat nodig. Dat laatste is mogelijk meer een protestants dan een katholiek standpunt. Scheiding van Kerk en Staat, wat de moslims niet kennen, wordt door moslims gezien als een zwaktebod. Het gaat erom het staatsgezag te islamiseren door het onder het gezag van de islamitische rechtsgeleerden te brengen. De grote steen des aanstoots voor de salafisten is dat het in de praktijk andersom is. Vandaar dat ze de stichting van een eigen islamitische staat, waarin de rechtsgeleerden de baas zijn en niet de president of de kalief, noodzakelijk achtten. De enige wetgever in zo’n staat is Allah.

Het salafisme is enorm in opkomst, met steun van veel geld uit Saoedi-Arabië en de emiraten op het Arabische schiereiland.

de voorzitter

Bid, vecht en heers: regeren in overeenstemming met Allah’s Wet door Taqi al-Din Ahmad ibn Taymiyya (vertaald en ingeleid door Machteld Allan) is uitgegeven door Prometheus, Amsterdam, 2019 en kost 25 euro.

De Blauwe Tijger

                    16 februari 2019

Uitgeverij De Blauwe Tijger ontleent haar naam aan een verhaal van Jorge Luis Borges. Het gaat daarin om de zoektocht naar een mythologisch dier in India, dat uiteindelijk een soort ronde, platte steentjes met een blauwachtige kleur blijkt te zijn die de vinder in staat van verbijstering brengen.

De onafhankelijk katholieke uitgever Tom Zwitser heeft in de afgelopen 5 jaar een respectabel fonds opgebouwd waarin we thema´s tegenkomen over o.a. de islam, de migratie, de Europese Unie, de crisis in de democratie, de opkomst van wat ze het populisme noemen, biografieën over Poetin en Trump en andere actuele hangijzers. Tevens herbergt het fonds een reeks titels die recht doen aan het klassieke en christelijke karakter van Europa. ‘Geen instituut heeft meer gedaan in de vorming van het Westen dan de 2000 jaar oude Katholieke Kerk’, luidt de omschrijving van de Amerikaanse historicus Thomas Woods in De bouwmeesters van Europa, en ‘Alleen het christendom kan ons beschermen tegen de totalitaire aanspraken van de atheïstische Staat’, waarschuwt de Britse journalist Peter Hitchens in zijn boek De opstand tegen God. Onder de klassieken vinden we Het tragisch levensgevoel van de Spaanse dichter-filosoof Miguel de Unamuno, De authentieke reactionair van de Colombiaanse denkmeester Nicolás Gómez Dávila en een heruitgave van Het vaderloze tijdperk  van Van der Does de Willebois.  Voorts vermelden we nog twee minder bekende werken van Oswald Spengler en Carl Schmitt, De mens en de techniek en Land en zee. G.K. Chesterton´s opnieuw gepubliceerde Orthodoxie spant de kroon.

Een zeer profetisch boek uit 1973 dat geen enkele uitgever in Nederland aandurfde is De ontscheping van de Franse antropoloog Jean Raspail. Zijn meedogenloze kritiek op de groen-rode krachten die de poorten van Europa openden voor de massale immigratie uit Verwegistan kon destijds nog niemand voorzien. Een demasqué van het journaille levert Udo Ulfkotte in zijn  stoutmoedige Gekochte journalisten. Laat u niet misleiden door de opiniemakers van de zogenaamde kwaliteitskranten!

Voornoemde bescheiden greep uit het fonds van De Blauwe Tijger verdient nog aangevuld te worden met de geboorte van een trilogie van Tom Zwitser zelf. Twee delen zijn inmiddels verschenen, Heerlijke platte wereld en Permafrost. Dat tweede, lijvige deel is inmiddels voor kenners een eyeopener geworden voor hoe de wereld in elkaar steekt. En dan hebben we het over de geheime krachten die ondergronds opereren om de planeet om te turnen in een grenzenloze en onmenselijke utopie. Het begrip “geopolitiek” is het leidmotief. Het gaat om een voortzetting van de koude oorlog tussen Oost en West waaraan de Val van de Berlijnse Muur in 1989 geen einde maakte. In diepere zin gaat het om volkeren die geen controle meer hebben over hun eigen lot. Dat houdt verband met de opkomst van de massamens aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog. Een onzichtbare invloed doet zich via de geheime diensten van regeringen gelden waarbij presidenten louter speelballen zijn. Alles is ondoorzichtig, en alleen de speculatieve wetenschap kan zich erover uitlaten, op straffe van gebrandmerkt te worden als complottheorie. Zaken als rechtsstaat, liberalisme, vrijheid of scheiding der machten zijn niet meer dan een wassen neus, kapstokken van een misplaatst vertrouwen van de burger. Geopolitiek schept oppervlakte om de diepte te bedekken. Cruciaal voor de manipulatie van Publieke Opinie is het “vijandbeeld”, zoals George Orwell al liet zien in zijn in 1948 gepubliceerde 1984. De door José Ortgea y Gasset getypeerde massamens leeft buiten zichzelf, is verworden tot een product van de omstandigheden, verstoken van zelfstandig denken.

Epoque  is de naam van het nieuwe tijdschrift  van De Blauwe Tijger dat voorlopig een maal per kwartaal verschijnt. Dieper liggende trends in de cultuur en levensstijl gaan er hand in hand met beschouwelijke essays over kunst, Europa, de tijdgeest en verontrustende ontwikkelingen, en dat alles geïllustreerd met fraaie foto´s en op zo´n manier vormgegeven dat je het graag op je salontafel legt en er een aparte plaats aan geeft in je boekenkast.

Het initiatief van Tom Zwitser, kortom, heeft wortel geschoten en een plaats verworven in  het landschap van boeken en opinie. Een kring van vrienden en sympathisanten staat garant voor de levensvatbaarheid van de verontrustende wereld die de naam van de uitgeverij symboliseert.

De voorzitter

DE GRONDSLAGEN VAN EUROPA, 15 december 2018

Damiaan Meuwissen, emeritus hoogleraar rechtsfilosofie, filosoof, auteur van het boek Europa Reflexief, maakte in 1983 deel uit van de adviescommissie die toe werkte naar de Europese grondwet. In zijn voordracht stelt hij de betekenis van het christendom voor Europa centraal.

Zijn verhaal is filosofisch getint, in de dialectische traditie, uitgaande van de werkelijkheid van Europa, van Europa als uitvloeisel van het denken. Vooral drie theologen hebben daaraan bijgedragen: de jezuïet Karl Rahner, de protestant Karl Barth en de jezuïet en latere kardinaal Hans Urs von Balthasar. Die laatste vat het christendom samen in drie beginselen: de pretentie of aanspraak (m.b.t. de verkondiging), het kruis in de zin van de betekenis van het lijden en de verrijzenis die duidt op eind goed, al goed.

Die drie beginselen hebben geleid tot instituties en vormgeving op het punt van waarheid (in het algemeen), openheid (bereidheid om te luisteren naar andermans argumenten), redelijk denken, onderscheid tussen goed en kwaad, maar ook tot hoop inzake de toekomst, en dat alles onder het vaandel van de vrijheid. De Europese Unie heeft deze beginselen als leidraad genomen voor haar gedrag, voor de democratie en de rechtsstaat, voor het streven naar een betere samenleving. En dat laatste is, aldus Meuwissen, typisch Europees, waarbij aangetekend dat Amerika en sommige andere delen van de planeet, voor zover ze daarin meegaan, debet zijn aan Europa.

De secularisering van de samenleving begon met Descartes. Dat houdt het horizontaal maken in van de voornoemde verticaal gerichte drie beginselen. En daarin ziet Meuwissen een stap vooruit. Want wat we dan zien, is het christelijk maken van de samenleving via instituties. Europa loopt daarin, zoals gezegd, voorop. De grondslagen van Europa zijn dus herleidbaar tot de fundamentele principes van het christendom.

De Europese Unie is een democratische staat. Het Europees parlement heeft het laatste woord. In 2005 zou er een referendum komen over de grondwet van de EU, maar dat ging niet door omdat Nederland en Frankrijk bezwaar maakten. In plaats daarvan kwam in 2007 het Verdrag van Lissabon dat we mogen beschouwen als een kopie van de grondwet. Tevergeefs drong het Vaticaan erop aan om God in de preambule van de grondwet op te nemen. Volgens Damiaan Meuwissen werd God er terecht buiten gelaten, vanwege de verdeeldheid die dat zou hebben veroorzaakt. Wat hij anderzijds betreurt, is dat de Lissabon grondwet het liberale kapitalisme wel als gemeenschappelijk grondbeginsel heeft opgenomen.

======================================================
Tijdens het vragenuurtje werd twijfel geopperd aan de hoop (christelijke deugd) op een toekomstige vervolmaking van de EU. Meuwissen wijst erop dat alleen al het feit dat 28 landen met elkaar debatteren zonder ruzie te maken, en dat Europa al zo lang zonder oorlog is, hoop geeft. Over de Brexit maakt hij zich geen zorgen, want Engeland is een van de oudste democratieën. Een andere twijfel wordt geopperd aan de gedachte om de secularisering te zien als positief. Een derde toehoorder stelt dat de Raad van Europa doorgaans over het parlement heen walst. Meuwissen ontkent niet dat er in de praktijk nog heel wat fout gaat, maar het belangrijkste vindt hij dat in de grondslagen al het goede is verdisconteerd, en dat op grond daarvan hoop op de toekomst is gerechtvaardigd. Maar kan het goed zijn zonder God in de grondwet? Ja, volgens Meuwissen. Want de grondwet moet een weerspiegeling zijn van de meerderheid. Daarop klinkt er vanuit de zaal een stem die zegt: “De grondwet van iedereen is de grondwet van niemand.”

Tja, wat is er universeler dan God.

de voorzitter

IDENTITEITSPOLITIEK, 17 november 2018

Er komt niets terecht van het volk als het zich niet laat binden aan een grote opdracht waartoe God het oproept, aldus de Spaanse filosoof Miguel de Unamuno.

Zo zou de conclusie hebben kunnen luiden van Michiel Hemminga in wat hij in zijn vertoog bij aanvang bestempelde als “het perfide euvel van de identiteitspolitiek”, en dat heeft geleid tot wat hij betreurt als “de ontbinding van het algemeen belang”. Dat algemeen belang herleidt Unamuno tot God. Michiel Hemminga spreekt van de noodzaak van “een groot idee”, dat hij historisch herleidt tot Thomas van Aquino. We noemen dat het christendom.

De werkelijkheid van nu laat een staat van anarchie zien waarin fracties van diverse pluimage binnen de grenzen van een taalgebied streven naar erkenning van hun “eigen identiteit”. Dat kan een religieuze zijn, islamitisch gekoppeld aan Turks en Marokkaans; een seksuele, homo, lesbisch, transgender etc.; ras gebonden, vooral zwart.

Om met dat laatste te beginnen, verwijst Hemminga naar de discussie over Zwarte Piet tegen de achtergrond van het slavernijverleden. Demonstraties tegen de traditionele knechten van Sinterklaas nemen ieder jaar grimmiger vormen aan. Zo is er een zichzelf “Majority Collective” noemende actiegroep die het opneemt voor minderheden en aandringt op een landelijk verbod op Sinterklaas intochten Daarnaast propageert die “Meerderheid” lawaaierige verstoringen van de jaarlijkse 4 mei herdenking. Het verleden dat de Nederlanders ooit bond, staat op de helling. Standbeelden en straatnamen moeten verdwijnen omdat ze als pijnlijk worden ervaren door bepaalde groepen die zich niet herkennen in wat nog niet zo lang geleden doorging voor vaderlandse geschiedenis.

Sprekers uit het buitenland die Nederlandse universiteiten aandoen om de van generatie op generatie overgeleverde gewoonten weer onder de aandacht te brengen, stuiten op openlijk verzet en boegeroep van studenten. Minderheden poseren als slachtoffers en eisen van de overheid wettelijke erkenning van hun zus of zo zijn, terwijl ze het medialandschap doorkruisen om aandacht en begrip te vragen voor hun bijzondere status. Het gaat ze dan om rechten. Van plichten rept men niet. De trend loopt parallel met een radicale individualisering. Het gevolg is dat iedere binding van de bewoners binnen een bepaald taalgebied steeds verder te zoeken is. Kunnen we nog samenleven? De filosoof Sartre omschreef de hel als “de ander”. Het is de oorlog van iedereen tegen iedereen.

Hemminga ziet in de identiteitspolitiek een nieuw masker van de marxisme vanwege de klassenstrijd. Voorts merkt hij op dat die politiek de aandacht afleidt van grote problemen waar we allemaal mee te maken hebben.

Wat houdt ons nog bijeen? Met nadruk op “nog”. De historicus Francis Fukuyama (bekend om titels als The End of History en The Last Man) typeert het einde waarin wij in leven en dat is gevormd door de liberale democratie als de tijd van de welvaartszombies. Die karikatuur vloeit voort uit de identiteitspolitiek.

Maar dat “nog”? De stap van de christelijke Middeleeuwen van Thomas van Aquino naar onze tijd is heel groot. Hoe lag het in de tussentijd? Hemminga wijst op het voorbeeld van de Donaumonarchie die na de Eerste Wereldoorlog haar slotakkoord beleefde, maar nog niet zolang geleden verschillende volkeren met eigen talen en verschillende godsdiensten overkoepelde onder de katholieke Kroon van Habsburg. En Holland kende in de 16e en 17e eeuw een veelheid van sekten binnen een beperkte ruimte. In dat laatste geval kan men zich afvragen wat ze bond.

Maar we blijven zitten met dat “nog”? Wat houdt de huidige multiculturele soep gebonden? De markt? De diensten van de overheid? En wat te zeggen van de heersende postmoderne opvatting dat waarheid een zaak is van ieder afzonderlijk, en dat zelfs de werkelijkheid afhangt van de beschouwer?

We desintegreren in razend snel tempo, luidt de conclusie. Het algemeen belang wordt niet langer gedragen. Ook niet door populisten aan de rechterkant van het politieke spectrum, die zich nu hebben verschanst in de fractie van boze blanke heteroseksuele mannen.
De oplossing die Hemminga aandraagt is van ethisch gehalte. We moeten leren om welwillend te zijn jegens onze medemensen. In hoeverre die vermaning de ontbinding nog tegenhoudt, of zelfs vertraagt, is de vraag. Want zoals Unamuno al honderd jaar geleden zei: een volk zonder God heeft geen toekomst.

de voorzitter

P.S. Michiel Hemminga is lid van het bestuur van de Sint Nicolaas Academie, filosoof, kenner van het oud Noors en het Fries en werkt momenteel voor CitizenGo, een organisatie die wereldwijd via petities de rechten en vrijheid van het individu, het gezin als nucleus van de samenleving en de traditionele waarden onder de aandacht van overheden brengt als ze worden geschonden.

LOGOS: DE IDENTITEIT VAN EUROPA? 20 oktober 2018

Wij leven in een traditie die van generatie op generatie is overgeleverd en die teruggaat tot de Bijbel, aldus pater Elias Leyds, broeder van Sint Jan, bekend van Radio Maria en het Katholiek Nieuwsblad.

Logos, het Grieks voor Woord, het Woord dat is vlees geworden en onder ons heeft gewoond, is ook logica, logisch redeneren, het verstand gebruiken. Dat verstand zegt ons dat we deel uitmaken van een universele beschaving, waarover we kunnen nadenken. We zien dat ze hiërarchisch is, patriarchaal, ordelijk van nature. Ze is gegroeid door de eeuwen. Beschavingen kunnen sterven, maar niet zonder iets door te geven.

Het jodendom is uniek doordat het uitgaat van één God te midden van volkeren met meer goden. Het gaat terug op Abraham, op zijn familie, op zijn stam. Met Mozes is het een volk dat in Egypte leeft waar ze meer goden hebben, en na omzwervingen door de woestijn krijgt het een eigen land, te midden van andere landen. Die andere landen nemen sommige dingen van de joden over, terwijl de joden mettertijd ook dingen van de anderen overnemen. Babylonië, Perzië, Grieken, Romeinen lenen bij de joden, en omgekeerd de joden bij hen.

De invloed van het Griekse is de duidelijkste, vooral wanneer we het christendom in aanmerking nemen dat uit het jodendom is voortgekomen. De Logos omvat ook de filosofie, de verstandelijke cultuur. Het onderzoeken van de natuur leidt tot redelijke uitspraken over de natuur. De materie is de grondstof van de natuur, ze is beweging, voortdurend aan verandering onderhevig. Maar ons denken is daaraan onderhevig omdat wij zelf ook veranderen. Hoofdzaak is in wat verandert te zoeken naar wat blijft, en dat brengt ons bij de principes, de oorzaken. En om de oorzaken te vinden wagen we ons in het onzienlijke, het boventijdelijke, in wat metafysica heet: wat achter de fysica ligt, ofwel datgene wat de waarneembare werkelijkheid verklaart.

Israël bracht de huwelijkstrouw in de Romeinse beschaving, en Rome gaf het christendom de structuur van het Recht en het patriarchaat. De Rooms-katholieke kerk vindt haar eigen dogma´s uit. Het Griekse zorgt voor de verfijning. Grieks spreken wordt gewoon onder de joden, en de meeste heidenen hebben Grieks als moedertaal. De taal van het Nieuwe Testament is Grieks, en het Oude Testament is in het Grieks vertaald. Grieken en Romeinen laten zich overtuigen van die ene God, die mens werd in Jezus Christus op het kruispunt van de geschiedenis, van de tijd.

Vier kenmerken heeft onze christelijke beschaving. Op de eerste plaats, de onvolledigheid. In alle manieren van denken heb je aannames waarbij het tegendeel onwaar moet zijn. Er is een grens aan ons logisch denken, ook wanneer we God willen bewijzen. Het feit dat God mens wordt in de Zoon is een getuigenis van hoe God Zichzelf kent. Onze menselijke manier van denken weerspiegelt dat. De engelen hebben dat probleem niet. Hun zien is direct. Alles wat onvolledig is, vraagt om aanvulling; en dat is waarin ons geloof komt kijken. De heidenen aanvaarden die onvolledigheid niet, en matigen zich volledigheden aan die er niet zijn, wat neerkomt op zonde. Jezus Christus vervult, duidt wat zonde is en zorgt voor vergeving. Dat is beschaving. Zich niet bij het onvolledige neerleggen en zich vastklampen aan utopische projecties, leidt tot vormen van totalitarisme.

Het tweede kenmerk is het “exoterische” van ons geloof. Dit staat tegenover het “esoterische” dat gangbaar is onder de heidense elite. Een geheime leer van ingewijden loopt vooruit op de Verlichting en de vrijmetselarij. Het christendom daarentegen, is open voor iedereen.

Het derde kenmerk is dat in het christendom alle vragen gesteld mogen worden. Dat is anders in ideologieën als het marxisme, dat geen twijfels toelaat, dat een ‘zo is het, en niet anders’ aan z´n volgelingen voorhoudt.

Het vierde kenmerk is de verantwoordelijkheid, de rekenschap die wij als christenen eens moeten afleggen over ons denken en ons doen en laten. We zien dat in onze secularistische samenleving, waaruit het hiërarchische is verdwenen en waarin de gelijkheid heerst, het verantwoordelijkheidsgevoel erbij is ingeschoten. Iedereen verschuilt zich achter groepen, collectieven, partijen, het systeem. Of achter welke andere abstractie dan ook. En daaraan zien we dat het christendom als beschaving sociaal gezien geen rol meer speelt.

De wezenskenmerken van onze universele beschaving bepalen Europa. Het christelijk geloof is daarmee verbonden, en dat geloof is niet gebaseerd op ieders vage persoonlijke of subjectieve ervaring, maar heeft een verstandelijke basis die algemeen en voor ieder objectief kenbaar is. De culturele hoogtepunten van voorbije tijden zijn daarvan een heldere getuigenis.

De voorzitter

DE IDENTITEIT VAN EUROPA, toen en nu

SINT NICOLAAS ACADEMIE 15 SEPTEMBER 2018

Robert Lemm, voorzitter van Academie, vat in het kort samen hoe het christendom vanaf de vroege Middeleeuwen die identiteit bepaalde qua cultuur en beschaving. De meeste vruchten daarvan vinden we tegenwoordig, met het oog op de Mensenrechten, vanzelfsprekend. En dat komt doordat we ons nauwelijks nog kunnen voorstellen hoe het er aan toeging in de Oudheid en in die delen van de wereld die nog niet door de missie waren aangeraakt. Tegenwoordig echter, zien we hoe historici en opiniemakers niet meer willen weten hoe diep de verzachtende invloed op de menselijke verhoudingen dankzij het christendom tot in de haarvaten van de samenleving was doorgedrongen. Integendeel. Het is bon ton om de Middeleeuwen aan de schandpaal te nagelen vanwege zulke zaken als de kruistochten, de inquisitie, de vernietiging van exotische beschavingen en nog veel meer onheil. Zo is er mettertijd een `zwartboek´ ontstaan dat tot in onze dagen de meeste hoger opgeleiden beamen.

En zo hebben die hoger opgeleiden veeleer een boodschap aan de Verlichting, aan de cultuur van de Rede, de Tolerantie, de gelijkheid van alle godsdiensten. De Kerk en de Monarchie moesten het ontgelden, en na de Franse Revolutie van 1789 zien we de opkomst van de burgerij en de ideologie van het liberalisme. Het geloof in de Vooruitgang breekt baan, gepaard aan de gelijkheid van alle mensen voor de wet, het algemeen kiesrecht – alsof iedere kiezer even oordeelkundig was. Halverwege de negentiende eeuw laten het socialisme en het conservatisme zich gelden. Het eerste gaat, net als het liberalisme, uit van de natuurlijke goedheid van de mens; het tweede, haakt aan bij het christelijke idee dat de mens ook voor het kwade kan kiezen, reden waarom de samenleving een bestuur nodig waar een sterk moreel gezag vanuit gaat. De katholieke Kerk komt pas tegen het eind van de eeuw de arbeiders tegemoet met de encycliek De rerum novarum (1891). Het christendom is dan al niet meer bepalend voor de identiteit van Europa. Andere godsdiensten zijn even waardevol, of ze spelen überhaupt geen rol. Cultuur, ooit een uitvloeisel van het christendom, wordt zelf een godsdienst. Op zondag zijn de kerken leeg, terwijl de concertzalen en de musea vol zijn.

Vooruitgang, of achteruitgang? Dat is de kwestie. Huizinga geeft als antwoord dat de vooruitgang alleen de technische en materiële kanten betreft. De geest heeft daarmee geen gelijke tred gehouden. We weten over de mens en de levensvragen die de mens bezighouden niet meer dan wat ze in de oudste tijd wisten. De wetenschap, waar de vooruitgangsapostelen zo’n hoge pet van op hebben, betreft louter het fysieke. De relatie tussen natuur en bovennatuur is verdwenen.Wat ooit de hemel heette, heet nu de ruimte. Tijd is niet meer de tegenpool van eeuwigheid. Oswald Spengler betoogt in zijn cruciale profetie genaamd De ondergang van het Avondland (1917) dat een rusteloze ruimtehonger het zielenleven heeft verdrongen. Wij leven bovendien onder de Dictatuur van het Geld. De wet van vraag en aanbod bepaalt wat waar, goed en schoon is. Het academisch onderzoek aan die staatsinstellingen die we universiteiten noemen, is een kwestie geworden van wegen, tellen en meten. De statistiek regeert.

In zijn boek Understanding Europe (1960) komt historicus Cristopher Dawson tot de conclusie dat het christendom als sociale factor is uitgespeeld. ‘De crisis in de westerse beschaving is niet van politieke, noch van economische aard, maar van puur geestelijke aard.’ Na het geestelijk geweten, is ook het redelijk geweten verdwenen, wat wijst op terugval in het heidendom. Het morele verval (abortus, euthanasie, homo-huwelijk, gendertheorie) wijst op een afname van vitaliteit. Dat laatste is kenmerkend voor een tijd waarin volken van buiten naar binnen komen, zoals de Germanen het Romeinse Rijk binnenkwamen, of zoals Osmanen Het Byzantijnse Rijk veroverden. In 1571 en 1683 konden de katholieke monarchieën de Turkse invasie stoppen. De immigratiegolf die West Europa in onze tijd overspoelt stuit niet meer op de weerbaarheid van toen. Behalve de materiële welvaart valt er niets meer te verdedigen. De islam komt omdat het christendom is verdwenen. Wat begon met de Verlichting bleek een Godsverduistering te zijn.

Maar de mens is niet alleen een sociaal wezen, hij is ook een individu met een eigen bestemming. Voor de gelovigen gaat het om het leven na de dood, in de wetenschap dat het bepaald wordt door hoe we in het tijdelijke hebben geleefd. Als we niet in de persoonlijke onsterfelijkheid kunnen geloven, herhaalt de Spaanse filosoof Miguel de Unamuno met de apostel Paulus, is het hele Geloof zinloos.
——-
Tijdens het vragenuurtje kwam o.a. de vraag of er geen hoop is voor Europa. Lemm is van mening dat het om zo’n natuurlijk proces gaat dat zich eerder in de geschiedenis heeft voorgedaan. En Spengler citerend, ziet hij beschavingen als planten die opgroeien, openbloeien, verwelken en sterven.

De verslaggever

EXORCISME en HET KWAAD IN ONZE TIJD, 16 juni 2018

Het leven van Nars (Bernardus) Beemster, geboren in West Friesland, speelde zich voornamelijk af in de provincie Noord Holland, maar zijn kennismaking met het exorcisme vond plaats in de Verenigde Staten, waarover straks meer.

Een ernstige hersenbeschadiging, opgelopen tijdens een vechtpartij in 1990, stortte hem in een onzekere periode, met veel nadenken over leven en dood. Op een avond viel hij op zijn knieën en bad God om hulp. Hij keerde terug naar de Kerk, vijf jaar later kwam er een eind aan zijn verkering en in 2002 volgde zijn priesterwijding. Hij diende als pastoor in Zaandam, Volendam, Heerhugowaard, was vijf jaar rector van het Maria heiligdom te Heiloo en bedient momenteel parochies in Bloemendaal en Overveen.

Dat de machten van de duisternis onze wereld beheersen, wordt vaak afgedaan als een fabel, zelfs door katholieken, maar we weten van de apostel Paulus dat we ertegen behoren te strijden met de geestelijke wapenrusting. En geen hulp daarbij is doelmatiger dan die van de Moeder Gods, de Vrouwe van alle Volkeren die eens Maria was. Reden voor pater Beemster om zijn voordracht te openen met het Gebed dat Zij ons in Amsterdam heeft gegeven.

In de zomer van 2011 nam pater Nars Beemster deel aan een jongerenkamp in de staat Colorado, in de Rocky Mountains om precies te zijn. Het waren High School studenten, begin twintigers, en er werd veel aan sport en spel gedaan. Na een dag van wild kanoën was het `s avonds verzamelen rond het kampvuur, en daarna begaven de jongens zich naar hun tenten. Zo begaf ook de pater zich naar zijn eigen tent. Om drie uur `s nachts, het was de nacht van 23 op 24 juli, schrok hij wakker van een luid geschreeuw. Het was duidelijk geen blijk van vreugde, maar veeleer van paniek. Een beer misschien? Want die heb je daar, en die komen af op voedsel. ‘Father Beemster’ hoorde hij roepen, ‘come quickly’. Het waren geen beren, maar demonen. De leiders riepen: ‘In the name of Jesus, come out!’. Iemand lag bezeten op de grond, en werd door anderen in bedwang gehouden. Uit de ogen van de bezetene straalde haat. Het bleek een jonge vrouw te zijn, met een blik die afgrijzen inboezemde, en met op haar gelaat een grijns die zich niet laat beschrijven. Wat te doen? Bidden, roepen tot Jezus, Maria, Jozef, Michaël…Stop!…En alle jongeren met alle kampleiders begonnen gezamenlijk hardop te bidden tot Maria. De bezetene verstomde, hield op met schreeuwen en viel in een diepe slaap. Nog anderhalf uur hebben ze door gebeden, Maria om hulp gevraagd, tot het daglicht aanbrak. In de vroegte werd een H. Mis opgedragen. Terug in Nederland, vertelde de pater het verhaal aan de bisschop, en die verzocht hem hierin verder te gaan. En zo ontwikkelde hij zich tot hulp exorcist, naast pater Bruggink, exorcist van het bisdom.

De werkelijkheid is dat demonen bestaan, zoals ook engelen bestaan. Ze oefenen invloed uit op levens. In het Evangelie lezen we dat Jezus duivels uitdreef. Ongelovigen hechten geen waarde aan de Schrift, dus ook niet aan het bestaan van God. Maar wie de natuur beschouwt, komt erachter dat er een Eerste Oorzaak moet zijn, de Onbewogen Beweger volgens Aristoteles. En zoals God het hoogste goed is, zo is er ook het hoogste kwaad, satan of Lucifer. Ook ongelovigen spreken van ‘onmenselijk kwaad’. Men vraagt zich evenwel af waarom de God van de gelovigen, die de Schepper is van alles, ook het kwaad heeft geschapen. Daarop antwoordde de beroemde atoomgeleerde Albert Einstein dat het kwaad is zoals de kou, die alleen bestaat bij de afwezigheid van warmte. Zo ook bestaat de duisternis bij de afwezigheid van het licht. Kou en duisternis en kwaad hebben geen wezenlijk bestaan, in tegenstelling tot de warmte, het licht en het goede. Dus God schiep niet het kwaad.

Maar het kwaad werkt in de wereld, en is in eerste instantie terug te voeren tot de afvallige engel Lucifer, die kwaad was op het scheppen door God van de mens, een stoffelijk wezen waar de engel van licht minachting voor had. Na zijn val vocht hij met zijn leger – legioen – tegen de mensen, en de intelligentie van de duivel valt niet te onderschatten. Daarom heeft God de mensen engelbewaarders gegeven, alsook de sacramenten van de Kerk. De beste bescherming is te leven in vriendschap met God, de naam van Jezus op de lippen te hebben, de Maagd Maria aan te roepen en voortdurend de rozenkrans te bidden. Want de Moeder Gods en moeder van alle mensen vrezen de duivels het meest. Zij is de vrouw die de kop van de slang verplettert, zoals in Genesis wordt gezegd, en zij is ook de vrouw in de Apocalyps die de draak verslaat.

Regelmatig biechten, en de absolutie ontvangen betekent losmaken van het kwaad dat vat op ons heeft vanwege de zonden. Het is absoluut af te raden zich in occulte zaken te begeven, zoals het oproepen van geesten, het raadplegen van mediums, zich bezighouden met voodoo, winti, tarot, reiki, yoga.. Verder is het belangrijk geen boosheid of wrok te koesteren, want dat geeft kwade machten een ingang. Christelijk leven is de aangewezen weg.

de voorzitter

P.S. Tijdens de bijeenkomst van 16 juni was de zaal te klein voor de vele aanwezigen. Voorts regende het opmerkingen en vragen.

EEN LEVEN VOOR DE FILOSOFIE, 19 mei 2018

De filosoof Jeroen Buve streed voor een groot deel van zijn leven tegen de molens van de universiteiten ter verdediging van de metafysica. Doch de onzichtbare werkelijkheid achter de zintuiglijk waarneembare werkelijkheid was in Academia al lang geen serieus onderwerp meer. De wetenschap kon er niets mee. Jeroen Buve ging door voor een omstreden denker, men volgde zijn argumentatie niet, men kon hem niet plaatsen. Tegen de atheïst Herman Philipse en diens Atheïstisch Manifest schreef hij een Metafysisch Manifest, maar de bekende Philipse verwaardigde zich niet om de uitdaging aan te nemen.

Sybrand Buve, zoon van Jeroen, zette het werk van zijn vader voort na diens dood op 30 augustus 2017. Een biografie, te verschijnen bij uitgeverij De Blauwe Tijger, is in voorbereiding. Daarop neemt Sybrand in zijn voordracht al vast een voorschot. Zijn vader leefde voor de filosofie, maar voor het zover was maakte hij heel wat mee. Hij kwam uit een vooraanstaand en vermogend gezin; vader was jurist, moeder arts. Door verkeerde keuzes in de oorlog belandde Jeroens ouders in Duitsland, mede als gevolg van hun sympathie voor het nazisme in de jaren dertig. Van het een kwam het ander, vader raakte verwikkeld in de spionage en een foto door hem genomen werd hem fataal. Daar kwam nog een ruzie bij met zijn schoonvader, die hem uit huis gooide, en tegen het eind van 1944 vluchtte het gezin met zeven kinderen naar Berlijn. Geen gelukkige keus, want de stad werd voortdurend gebombardeerd, zodat de ouders met de kinderen regelmatig dekking moesten zoeken in de schuilkelders. Daarbij raakten de broertjes uit elkaar. Sommige van hen werden tegen het einde van de oorlog ingedeeld bij de Hitler Jugend. Op het laatst overleefden ze de explosie van een trein met munitie in de buurt van Stuttgart. Jeroen was toen negen jaar. Na de oorlog belandde hij in een pleeggezin, want zijn ouders zaten in de gevangenis. De familie viel uit elkaar. Sybrand vraagt zich af wat de invloed van zijn kinderjaren is geweest op zijn latere denken.

Van zijn twaalfde tot zijn achttiende volgde hij een opleiding voor priester in het seminarie van Hageveld (bisdom Haarlem). Als een van de besten behaalde hij het eindexamen gymnasium. Hij wilde monnik worden en ging naar het klooster van Chevetogne in de Ardennen, waar ze zowel de Romeinse als de Byzantijnse ritus volgden. Zijn intrede vond plaats in 1954. Vijftien bleef hij monnik, tot 1969. Maar terwijl ze hem uitzonden naar het buitenland, ontdekte hij dat hij liever filosoof werd dan theoloog. In elk geval wilde hij geen priester worden, en eind jaren zestig trad hij uit. In Berlijn en Heidelberg verdiepte hij zich in het Duitse idealisme en maakte hij kennis met de Griekse filosoof Panayotis Kondylis, een uitgesproken scepticus, en tegenpool van Jeroen Buve. Kondylis was een tegenstander van de metafysica, maar in de debatten met hem kreeg de filosofische instelling van Buve steeds meer vorm. Zo stelde hij dat er een “dubbele waarheid” is, een fysieke en een metafysische die elkaar ten onrechte dreigen uit te sluiten. Plato ziet hij als het oertype van de metafysica, en Aristoteles als zijn tegenpool. Maar was dat zo? Vulden die twee elkaar niet veeleer aan? Enfin, de gesprekken in Heidelberg waren van groot belang voor de vorming van de filosoof. Kondylis droeg aan zijn “vijand” zijn boek Macht und Entscheidung op. Daartegen antwoordde Buve met Macht und Sein. Promoveren zat er helaas niet in. In Rotterdam wendde hij zich tot hoogleraar Koos de Valk, die zijn publicatie bewonderde en beloofde dat hij bij hem kon promoveren. Andere professoren echter, door De Valk bij het project betrokken, achtten het wetenschappelijk onvoldoende. Tot slot zocht Jeroen Buve hulp bij professor Robert Spaemann, filosoof in München. Dankzij hem kon hij in Nederland promoveren.

Nu was Jeroen inmiddels getrouwd, en er moest brood op de plank komen. Daartoe was hij ambtenaar bij een bibliotheek in Friesland, waar men hem als een zonderling beschouwde, en politiek onverkoopbaar. Wat moesten ze in Friesland met een filosoof? In 1995 stichtte hij zijn eigen Rudolf von Laun Instituut, gewijd aan de toegepaste metafysica. Het was het enige instituut in zijn soort in Nederland. Het betekende oproeien tegen de stroom, en niet serieus worden genomen. Dat werd nog erger toen hij een verband begon te leggen tussen metafysica en democratie, met beroep op Plato. Jeroen Buve zag zichzelf als politiek filosoof, en begon zijn ideeën in publicaties te populariseren. Dat laatste leidde tot zijn boek Plato in het Vaticaan, hoogtepunt in zijn verschenen werken. Maar ook dat project wacht een bijna onneembare hindernis, want de katholieke Kerk heeft zich qua theologie en filosofie te sterk verbonden met Thomas van Aquino en diens aristotelisme om zich voor een rivaliserende openbaring van Plato te interesseren.

In 2006 verhuisde Jeroen Buve van Leeuwarden naar Deventer voor de oprichting van zijn Geert Grote Universiteit. Die instelling werd mede gedragen door verschillende individuele wetenschappers, maar bleef buiten de officialiteit. In 2013 werd pancreaskanker bij hem geconstateerd, een kwaal waaraan men doorgaans sterft. Buve overleefde als door een wonder. Zijn leven zou nog vier jaar voortduren, en toen hij in 2017 opnieuw ziek werd, alvleesklierkanker, wilde hij zich niet meer laten behandelen. Het laatste half jaar bracht hij door in een hospice, overigens in opperbeste stemming. Hij was altijd goed gehumeurd, ontving nog heel wat mensen aan zijn ziekbed en bleef tot zijn laatste adem helder van geest. Sybrand Buve maakt bekend dat de Geert Grote Universiteit gaat verhuizen van Deventer naar Rolduc, met de zegen van de bisschop van Roermond.

de voorzitter

SYMBOLIEK VAN HET SPEELGOED VAN JEZUS

 

21 april 2018

Dat de christelijke schilderkunst vol zit met symbolen, is algemeen bekend.  Dat zelfs achter het “speelgoed” van Jezus als kind een diepere betekenis schuil gaat, heeft de Hongaarse kunstschilder GYULA SOMOS opgespoord en samengebald  in zijn voordracht. Waar ook in zijn eigen werk op dit punt een en ander te vinden is, staat in zijn voordracht de tijd vanaf pakweg 1100 tot in de 17e eeuw centraal. Naast anonieme en onbekende schilders,  passeren meer bekende namen de revue, zoals Geerten tot Sint Jans, Lucas Cranach, Alfred Dürer, Carlo Crivelli, Jan Provoost, Jean Bellegambe, Taddeo di Bartolo en William Blake.

Het gaat in alle gevallen om afbeeldingen van Jezus als baby, of als kleine jongen. Zien we hem onder de hoede van zijn gekroonde moeder  met in elke hand een rammelaar, en rondom beiden een kring van engelen, dan duidt dit speelgoed op Jezus als dirigent die het orkest van de engelen dirigeert, waarbij de muziek door de sferen van de schepping gaat. De rammelaars kunnen op een ander schilderij staan afgebeeld met een staf, die als dirigeerstok het idee versterkt.  Op een bed, staande op vier poten die torens voorstellen zien we vier engelen die waken over de ziel, want het rijk uitgevoerde bed waarin het kind Jezus ligt dient ook als doodskist. Jezus heeft hier een rijksappel in zijn hand die van hout is, en het hout staat voor de levensboom, met het kind Jezus als nieuwe Adam, waarbij de rijksappel koninklijke macht verzinnebeeldt.

Een Maria uit de Apocalyps (met de slang onder haar voeten) ontvangt een wikkeldoek voor haar zoontje, en die doek voorafschaduwt het kleed dat Jezus als volwassene zal dragen. De zoom ervan zal worden aangeraakt door een vrouw die daardoor van haar ziekte geneest. Uit apocriefe bron te verklaren, is een hemd waarin Jezus water naar zijn moeder draagt nadat de kruik waarin het water zat was gebroken. Het hemd keert op andere voorstellingen terug waar het hangt in de vorm van een kruis dat naar de kruisdood verwijst.  Ergens zien we Maria met Elisabeth, terwijl aan hun voeten  Jezus en Johannes de Doper spelen. De laatste heeft een stuk speelgoed dat het kruis voorstelt, terwijl zijn moeder een draad spint; het is de levensdraad die niet afbreekt, tegengesteld aan de mythologische draad van de drie schikgodinnen. De levensdraad keert terug in de voorstelling van een knot die vanuit Maria afrolt rond de uitgestrekte armen van Jezus.

Vooruitlopend is het kind omringd door tekens en instrumenten die naar de toekomstige martelingen verwijzen, terwijl andere kinderen hem aanbidden. Meer voorkomend is Jezus met een vogel in zijn hand, en in de andere hand een speen, duidend op de ziel (de vogel) en het voeden van de ziel (speen). Soms prikt de vogel in de duim van het kind, waaruit dan druppels bloed vloeien: Jezus die ons voedt met zijn bloed. In plaats van de vogel, kan ook een druiventros fungeren met dezelfde bedoeling.

Op een van de doeken zien we het kind met uitgestrekte armen, in kruishouding, die een paard leidt naar de toeschouwer, of we zien het gezeten op een lammetje dat gevoed en geleid wordt door de kleine Johannes de Doper. Op een ander doek trekt Johannes Jezus naar zich toe met een net. Wat ergens anders ogenschijnlijk een stok lijkt, is in werkelijkheid een stokpaardje dat Jezus met gekruiste armen berijdt; op de achtergrond is een wit paard dat verwijst naar de Apocalyps. Sommige afbeeldingen tonen looprekken (sustentacula) waarmee het kind leert lopen; die met drie wielen roepen de Drie-Eenheid in herinnering; die met vier wielen, de vier evangelisten.

Jezus die uit zeepsop bellen blaast geeft een beeld van de vergankelijkheid. Een van de bellen  symboliseert de wereld, die eveneens vergankelijk is. Elders leest Jezus  een boek, en daarnaast liggen een tol en een zweep, ten teken dat hij de wereld in beweging houdt. Jezus met in de ene hand de zon, en in de andere de maan wordt gerelateerd aan de schepping.

Tijdens de achttiende eeuw en daarna is de christelijke symboliek in de beeldende kunst niet meer aanwezig. Zo is de relatie tussen de natuur en het bovennatuurlijke verloren gegaan.

Wie het werk van Gyula Somos ziet ( bijvoorbeeld: https://www.google.com/search?q=gyula+somos&client=firefox-b&tbm=isch&tbo=u&source=univ&sa=X&ved=2ahUKEwj4pPan-M3aAhVBIlAKHVNHDKwQ7Al6BAgAEEY&biw=1288&bih=718) kan ontdekken  hoe hij de symbolentaal gebruikt, o.a. gerelateerd aan het christendom.

de voorzitter