Home » 2013 » oktober

Monthly Archives: oktober 2013

GODSDIENSTVRIJHEID IN HET LICHT VAN DE VERKLARING “DIGNITATIS HUMANAE”

Mgr Hendriks

Mgr. Jan Hendriks, hulpbisschop van het bisdom Haarlem-Amsterdam

“Dignitatis humanae” (wat “van de menselijke waardigheid” betekent) is een “verklaring” van het Tweede Vaticaans Concilie (1962-65) over de godsdienstvrijheid.  De status van een  “verklaring” is lager dan die van “constituties” en “decreten”.

Meer dan de andere documenten, zijn “verklaringen” vooral van betrekking op de actuele werkelijkheid waarin de Kerk zich bevindt sinds de Tweede Wereldoorlog.  Zo zijn er “verklaringen” over het katholiek onderwijs en over de verhouding met de joden. De “verklaring” over de godsdienstvrijheid heeft de meeste discussies veroorzaakt. En daarbij is de vraag of hier een visie wordt geventileerd die in tegenspraak is met de visie die de Kerk vroeger over dit onderwerp had. Het standaard antwoord ligt besloten in wat paus Benedictus XVI sinds 2007 “de hermeneutiek van de continuïteit” heeft genoemd, ofwel dat de uitspraken van het Tweede Vaticaans Concilie niet in tegenspraak zijn met de traditie. Dit wordt betwist door de door Mgr. Lefebvre opgerichte Pius X Broederschap.

Waarom moest er een document komen over de “godsdienstvrijheid”? Omdat, aldus Mgr. Hendriks, in sommige landen sprake was van christenvervolgingen, zoals in de communistische landen van het Oostblok, alsook in sommige islamitische landen waar het fundamentalisme in opmars was. Veel bisschoppen wilden daarom dat het Concilie aan die situatie aandacht besteedde. Bij nader inzien bleek “Dignitatis Humanae” de meest controversiële tekst te worden, aldus Mgr. Hendriks. Om die reden, en om het gegeven dat zo’n 75 van de 2200 bisschoppen zich tegen “Dignitatis Humanae” keerden, heeft paus Paulus VI, die graag unanimiteit wilde, de stemming erover zo lang mogelijk uitgesteld, tot eind 1965.

In 1980 publiceerde  J. Hendriks een artikel met analyse over de Verklaring m.b.t. de Geloofsvrijheid. Hierop ontving hij een brief van Mgr. Lefebvre. Lefebvre meende in Hendriks een medestander te vinden, maar daarin vergiste hij zich.

Wat is het probleem? Het probleem is niet de godsdienstvrijheid op zich. De Kerk heeft, zegt Mgr. Hendriks, altijd op het standpunt gestaan dat het geloof in vrijheid moet opkomen. Niemand mag tegen zijn wil worden gedoopt. Er mag geen geweld worden gebruikt om mensen te overtuigen. Dwang in dezen uit den boze. (De vraag of de Kerk in het verleden nooit heeft meegewerkt aan dwang of geweld bij bekeringen blijft buiten beschouwing.)

Het probleem waar het bij “Dignitatis Humanae” om gaat heeft te maken met de visie op de Staat. Het standpunt van het Concilie is dat de Staat iedereen het recht moet geven om in godsdienstige aangelegenheden een eigen keuze te maken. Dit lijkt – en Mgr. Hendriks benadrukt “lijkt”-  in tegenspraak met een uitspraak van paus Pius IX in diens “Syllabus errorum” (Lijst van dwalingen) van 1864. En die komt erop neer dat het de mens niet vrij staat om op grond van zijn redelijke vermogen zelf zijn godsdienst uit te kiezen, alsof alle godsdiensten gelijkwaardig zijn. Want er is maar één ware godsdienst, namelijk de christelijke; en er is maar één ware Kerk, namelijk de katholieke. Voor Mgr. Lefebvre viel de opvatting van paus Paulus VI in 1965 niet te rijmen met de uitspraak van paus Pius IX uit 1864. En hierin werd Lefebvre gesteund door 250 bisschoppen, wat neerkomt op zo’n 10 tot 15 % van de kiesgerechtigden.

De kwestie die centraal staat is of de overheid het recht heeft om mensen te beïnvloeden, te sturen of te dwingen bij het kiezen en uitoefenen van hun godsdienst. Het antwoord van het Concilie is nee. Het Concilie speelt zich af in een tijd waarin het Westen de democratie omarmt en spreekt van “rechtsstaat”.  Zo’n democratie of rechtsstaat draagt de “vrijheid van godsdienst” in zijn vaandel, op grond van het idee dat zo’n staat “neutraal” zou zijn. Hoe vrij is de individu binnen de naoorlogse, zogeheten neutrale democratische rechtsstaat. In hoeverre is zo’n staat vrij van ideologie en beïnvloeding? Die vraag hoeft niet te worden gesteld waar het dictaturen betreft, zoals in het toenmalige Oostblok, want daar was duidelijk geen godsdienstvrijheid. Maar er waren ook dictaturen in Zuid Europa, in Spanje en Portugal, en in die landen gold het katholicisme als staatsgodsdienst. Als nu ieder individu het recht moet hebben om in godsdienstige aangelegenheden zelf te kiezen, dan geldt dat ook voor de katholieke dictaturen. Die laatste hebben niet het recht om bv. protestanten te belemmeren hun godsdienst uit te oefenen, of om bepaalde boeken te verbieden.

Een andere vraag is hoe de huidige situatie moet worden beoordeeld in vergelijking met hoe het vroeger, in oudere tijden was. Want de democratie, gebaseerd op algemene verkiezingen en gelijkheid, is een tamelijk recent verschijnsel. Vroeger werd de vorst, de president, de overheid gezien als gegeven van God. Idealiter was de vader des vaderlands een deugdzaam mens die vanuit de Waarheid van de Katholieke Kerk tolerantie betoonde ten aanzien van andere godsdiensten. In hoeverre dat beeld klopt met de historische werkelijkheid, blijft buiten beschouwing. Buiten beschouwing blijft ook de verhouding tussen, of verstrengeling van Kerk en Staat. Dat was een zaak van toenmalige kerkjuristen. Belangrijk is nu dat die oude situatie niet meer bestaat. Daarbij komt nog het standpunt van paus Leo XIII uit 1885, wat erop neerkomt dat de Kerk geen uitspraak doet over het type bestuur van een samenleving. Zolang het bestuur de principes van de rechtvaardigheid in acht neemt, is elk bestuur goed. Hiermee zette, aldus Mgr. Hendriks, de Kerk de deur open naar de democratie. De specifieke problemen die een democratie met zich meebrengt, blijven buiten beschouwing. De conclusie is in elk geval dat de verklaring over de godsdienstvrijheid van 1965 niet in tegenspraak is met het oude standpunt dat er maar één ware godsdienst is, de katholieke.

Tijdens het vragenuurtje komt de inbreng van het geweten naar boven. Hoe vrij is het geweten? Het is, zegt Mgr. Hendriks, onze enige leidraad. Ieder moet in geweten zoeken naar het ware en goede. Helaas is het zo dat vele gewetens verduisterd zijn. Maar er is geen ander criterium dan het geweten. Daartegen wordt opgemerkt dat we de Tien Geboden hebben. En die vormen een objectief criterium ten opzichte van het subjectieve geweten.


de voorzitter