Home » 2014 » december

Monthly Archives: december 2014

LIEFDE WIL LIJDEN

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

LIEFDE WIL LIJDEN
20 december 2014

is de titel van de voordracht van Michiel Hemminga, docent filosofie aan de Vrije Universiteit en bestuurslid van de Sint Nicolaas Academie. Niemand heeft groter liefde dan wie zijn leven geeft voor anderen, en het grootste voorbeeld is Jezus Christus. Wie hem volgt, offert niet noodzakelijk zijn fysieke leven, maar delen van zijn tijd door belangeloze hulp aan anderen, of al gewoon door het doen van zijn plicht. Dat kan zwaar vallen, moeilijk zijn, en juist daarin volgt men Jezus na. Het geven van je leven ligt dus in het dienen van je medemens.

Het lijden op zich is inherent aan het leven. Het is een gevolg van de erfzonde, van de ongehoorzaamheid van de eerste Adam – van wie de nakomelingen dat gevolg met zich meedragen. Door de ongehoorzaamheid van het begin kwam de natuur (in hem en buiten hem) tegen hem in opstand en werd hij onderworpen aan lijden en dood. Zo leert de catechismus. Maar er kwam verandering met Gods Zoon, de nieuwe Adam, die door zijn kruisdood de mensen (van goede wil) verlost door ze aan te sporen hun eigen kruis op zich te nemen. God is liefde, en liefde wil lijden en ons leren de lasten en kwellingen van het leven te verdragen.

Sinds de afgelopen halve eeuw is de lijdensmystiek in de Kerk op de achtergrond geraakt. Als God liefde is, dan wil Hij toch niet dat wij lijden? Ooit leerde de catechismus dat wij op aarde zijn om God te dienen en in het hiernamaals gelukkig te zijn. Daarna leerde een nieuwe versie dat wij op aarde zijn om hier en in het hiernamaals gelukkig te zijn. Tenslotte werd het: om hier gelukkig te zijn. Het offer heeft tijdens de Heilige Mis plaats ingeruimd voor meer nadruk op het maaltijdkarakter; de Zaal van het Laatste Avondmaal heeft Golgota enigszins verdrongen. Daarin zien we de invloed van de tijdgeest. De moderne mens heeft het over rechten, minder over plichten. De moderne mens vindt het lijden zinloos. De wereldoorlogen hebben genoeg ellende gebracht om nog langer de lasten en kwellingen van het leven te willen aanvaarden als loutering, zoals in de Middeleeuwen. Het lijden zou er niet moeten zijn. Dat verklaart o.a. de toename van echtscheiding, euthanasie en abortus. Als de wereld goed was, was er geen lijden, betoogt de christelijke apologeet C.S. Lewis in “The Problem of Pain” (1940). Maar de wereld, voegt hij toe, is in wezen, vanuit haar oorsprong wel goed. Waarom is er dan zoveel slechtheid, zoveel kwaad?, luidt het argument tegen de Schepper. Degenen die dat argument aanvoeren eisen geluk. En als ze dat niet krijgen, worden ze boos op de Schepper, of vallen Hem af.

Deze afvalligen zijn niet gevoelig voor het voorbeeld van Jezus Christus. Wat baat zijn lijden ons? Ze gaan voorbij aan de vrije wil die de mens is gegeven. Die impliceert dat wij veel goeds kunnen doen, maar ook dat wij kwaad kunnen doen, en kwaad is de voornaamste oorzaak van het lijden. De afvalligen verwijten God dat “onschuldigen” de kwalijke gevolgen ondervinden van wat anderen misdoen, of – meer in het algemeen – slachtoffer worden van rampen en oorlogen.

Soms echter, kan een godloochenaar als door een wonder een wezenlijke verandering ondergaan. Dat gebeurt bijvoorbeeld met een personage uit “De Gebroeders Karamazov” van Dostojewski. Een ongeneeslijk zieke, die nooit iets van God en het geloof had willen weten, ligt op sterven en komt tot het inzicht dat ieder van ons schuldig is voor allen. En daarom kan iedereen lijden voor iedereen. Een typische vorm van Russisch denken over de navolging van Christus. Of ook platoons in de zin van alle mensen zien als afspiegelingen van één substantie, de mensheid. We kunnen hier tevens spreken van plaatsvervangend lijden, zoals er plaatsvervangende boete bestaat, en dat is vorm van heiligheid. Het Oosten heeft hierin meer aan Plato vastgehouden, terwijl het Westen veeleer Aristoteles volgde.

Een van de sterkste voorbeelden uit de Bijbel is Job. Job heeft niets misdaan dat zijn lijden verklaarbaar maakt. Hij is door God overgelaten aan de duivel – die zeker meent te weten dat onverdiende straf tot afvalligheid leidt van God. Jobs lijden is een beproeving waarvan het verloop en de uitkomst moeten aantonen dat de duivel – die de diepste oorzaak van het kwaad en het lijden is – geen gelijk krijgt met zijn overtuiging dat onschuldig lijden tot verloochening van God moet leiden. Het grootse van Job is dat hij zijn zware beproeving draagt, zelfs tegen zijn vrienden die zijn lijden als straf zien. Hij roept uit: ‘De Heer heeft gegeven, de Heer heeft genomen. Geprezen zij de Heer.’ Voor zijn standvastigheid in tegenspoed wordt hij rijkelijk beloond nog tijdens zijn aardse leven.

Het geloof van de christen moet over het aardse leven heen reiken tot in het eeuwig geluk van de hemel. Lijden op aarde is een weg van uitboeting, een vagevuur. Eind goed, al goed. Het blijft evenwel moeilijk om in onverdiend leed een zin te zien. Het humanisme biedt geen troost aangezien het niet gelooft in het leven na de dood. Lijden is dus zinloos, het zou er niet moeten zijn. Het boeddhisme ontvlucht de werkelijkheid als zijnde schijn, inclusief het lijden. De klassieke oudheid kende het stoïcijns verdragen van tegenslagen, maar kon er verder niets mee. Pas Jezus Christus heeft ons de zin van het lijden geopenbaard door het zelf voor te leven, door het oerbeeld ervan te demonstreren, aldus de Catechismus van Frits van der Meer uit 1941. Niet het lijden verandert de wereld in een tranendal, maar de zonde, zowel de erfzonde als onze persoonlijke schuld. Het deemoedig dragen en uitboeten van de gevolgen daarvan verandert de mens ten goede, het maakt hem verdraagzaam, het sterkt de zelfbeheersing, het tempert de vleselijke lusten en neutraliseert ons vals gevoel van veiligheid. Zalig de zachtmoedigen want zij zullen het land bezitten, lezen we in de Bergrede. Wij hoeven niets aan te vullen op het lijden van Jezus. Wij willen alleen laten zien dat ook wij bereid zijn onze dosis op ons te nemen. Als een offer van liefde. Heiligen, zegt Van der Meer, dorsten naar lijden, wat een kenmerk is van het ware geloof.

de voorzitter