Home » 2015 » september

Monthly Archives: september 2015

DE MARTELAREN VAN GORCUM

ben hartmann 4

19 september 2015

BEN HARTMANN is de auteur van het gelijknamige, schitterend geïllustreerde boek uit 2009 (Uitgeverij Colomba). Sinds 2012 werkt hij als secretaris-generaal van het bisdom Breda, maar eerder doceerde hij op de Tiltenberg in het bisdom Haarlem-Amsterdam. Filosofie, theologie, geschiedenis en liturgie vormen de gebieden van zijn aandacht.

De 19 martelaren van Gorcum uit 1572 werden in 1675 zalig, en in 1867 heilig verklaard. Maar ze werden al daags na hun ophanging in het geheim vereerd door katholieke burgers uit de omgeving waar zich de gruwelen rond hun terechtstelling hebben afgespeeld. Het was in de tijd van de Tachtigjarige Oorlog. Een deel van de adel en de burgerij uit de Lage Landen was in opstand gekomen tegen koning Filips II van Spanje. De koning, afgebeeld met rozenkrans en een teken van de Orde van het Gulden Vlies (die teruggaat op de hertogen van Bourgondië), wilde zijn gebied behoeden voor de protestantse ketterij en de Middellandse Zee vrijwaren voor het Turkse gevaar. De calvinisten beschouwden de Roomse gebruiken, zoals bv. de verering van heiligen en beelden, als afgoderij en waren liever “Turks dan paaps”. De Geuzen stroopten de zee voor de Nederlandse kust af op zoek naar ingangen waar ze de Spanjaarden konden verdrijven. De “Beeldenstorm” was voor de Spaanse koning aanleiding om de hertog van Alva naar het noorden te sturen, en dat betekende een verharding in de aanpak van de opstandelingen en hun leider Willem van Oranje. Oranje zelf vluchtte, maar de graven van Egmont en Hoorn werden wegens hun aandeel in de opstand in Brussel onthoofd.

Een paar jaar later drongen de Geuzen door in het rivierengebied rond Dordrecht. Het stadje Den Briel moest zich overgeven in het voorjaar van 1572, en van daaruit wisten de Geuzen onder leiding van Willem van der Marck, heer van Lummen (Lumey), hun gebied verder uit te breiden. In Gorcum werden de pastoor van de grote kerk, Leonard Veghel, en Nicolaas Pieck, gardiaan van de franciscanen, opgepakt, samen met een aantal andere geestelijken. Later zouden zich in Den Briel nog anderen bij hen voegen, tot 19 in totaal. Van Veghel en Pieck hadden in Leuven gestudeerd en waren de vernieuwingen toegedaan van het Concilie van Trente (1543-1563), waar de clerus o.a. werd geschoold in het weerleggen van de dwalingen die door de Reformatie in omloop waren gebracht. Vooral de aanvallen op de Eucharistie dienden met verstandige argumenten te worden bestreden. De rol die de discussie daaromtrent speelde, werd door de Geuzen en hun handlangers, waaronder afvallige priesters, op spottende wijze gebruikt tegen de arrestanten tijdens hun opsluiting die gepaard ging met uithongering, vernederingen en andere martelingen. Op alle mogelijke manieren probeerden ze de katholieke geestelijken aan te zetten tot afzwering van de kerk van Rome. Vooral de paus moest het bij de folteraars en afvallige priesters ontgelden. Kwam de paus zijn getrouwen soms helpen?, kregen de gevangenen honend te horen. Een paar van die getrouwen bezweken onder de druk, maar 19 hielden er stand. Ze werden uit hun opsluiting gehaald, in een boot gezet en belachelijk gemaakt voor het volk van Dordrecht en Den Briel. Af en toe kregen ze een galg te zien om ze te intimideren. Pieck werd half bewusteloos geslagen, en Klaas Poppel dwongen ze met een pistool in zijn mond in het openbaar een preek af te steken waarbij ze hem dwongen – tevergeefs – om de Ware Aanwezigheid in de H. Hostie te loochenen.

Ondertussen was Willem van Oranje weer in het land bezig met de strijd tegen de Spanjaarden. Hij wist dat de meesten van zijn toekomstige onderdanen in hun hart nog de oude godsdienst aanhingen, dus hij had geen belang bij het vervolgen van priesters. Anderzijds had hij de Geuzen nodig voor zijn zaak, dus zo bleef hij aarzelend toezien op het onvermijdelijke. Lumey liet zich bovendien niet door Oranje de les lezen. Die was immers gevlucht, en dat maakte dat zwakke pogingen van Oranje om de dreigende terechtstelling te verhinderen geen instemming vonden. Op 9 juli 1572 werden de 19 opgehangen in een turfschuur bij Den Briel. Hun lijken werden door vrome burgers in de schuur begraven, en later werden hun relieken – zoals die van meer heiligen tijdens de Reformatie – overgebracht naar de Zuidelijke Nederlanden. Ze rusten in de Sint-Niklaaskerk in Brussel.

In 1853 vond in Nederland na driehonderd jaar het herstel plaats van de bisschoppelijke hiërachie. Maar op de heiligverklaring van 1867 hadden de bisschoppen niet zitten te wachten. De emancipatie van katholieken was nog ver weg. De protestanten maakten nog altijd de dienst uit, en de Martelaren van Gorcum vormden allesbehalve een heroïsche herinnering aan de Tachtigjarige Oorlog. In hun ogen hadden de geestelijken die in 1572 waren opgehangen aan de verkeerde kant gestaan. Wie belang had bij hun canonisatie, was vooral paus Pius IX. De paus was rond 1867 in een verwoede strijd verwikkeld om het behoud van de Kerkelijke Staat, en de Gorcumse heiligen waren een stimulans voor de Hollandse zouaven die Rome te hulp schoten tegen de liberalen van Garibaldi.
Eerst een halve eeuw later, in de tijd van het Rijke Roomse leven, begon onder Nederlandse katholieken de belangstelling voor de gebeurtenissen van 1572 te groeien. Ten slotte zou er op 9 juli een jaarlijkse bedevaart plaatsvinden naar Den Briel.
de voorzitter