Home » 2015 » oktober

Monthly Archives: oktober 2015

BLOEDGETUIGEN VAN CHRISTUS

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

17 oktober 2015

In het werk van de Hongaarse schilder GYULA SOMOS wemelt het van verwijzingen naar het christendom. In zijn voordracht over de bloedgetuigen zoals weergegeven in de lange loop van de Geschiedenis passeert een reeks beelden waarachter verhalen schuilgaan waarvan de historische werkelijkheid vaak niet vaststaat. Ze hebben vooral een symbolische betekenis.

Christus is de eerste martelaar. Het kruis is het altaar van zijn offer. In navolging van Christus zien we in het boek Openbaring van Johannes, bij de opening van het vijfde zegel, onder het altaar de bloedgetuigen wachten op de wederkomst van de Heer. Stefanus is de eerste christelijke getuige, en zijn attributen zijn de stenen waarmee hij doodgegooid werd. Jacobus de Meerdere werd onthoofd door koning Herodes; Jacobus de Mindere werd vermoedelijk van het tempeldak neergeworpen en doodgeknuppeld. Ze zijn in een vroege tijd samen afgebeeld. Ook de apostelen Petrus en Paulus zijn vaak samen voorgesteld met hun attributen: het omgekeerde kruis en het zwaard. De apostel Andreas heeft als kenmerk het X-vormige kruis, en de apostel Bartolomeüs herkennen we aan het mes waarmee ze hem vilden.

In de basiliek van Sint Apollinaris te Ravenna zijn mozaïeken uit de zesde eeuw te bewonderen waarop vrouwelijke en mannelijke martelaren staan die in hun handen kransen dragen. Later kwamen er in plaats van kransen, palmtakken of kronen ten teken van het bloedgetuigenis. Ignatius van Antiochië eindigde voor de leeuwen tijdens het bewind van keizer Trajanus. Zijn leeuwen werden geassocieerd met de leeuwen die de oudtestamentische profeet Daniël in de kuil moest trotseren. Maar de Romeinse keizer Trajanus was minder genereus dan de Perzische potentaat Darius. Polycarpus van Smyrna wachtten de vlammen, die in verband werden gebracht met de vurige oven waarin Daniël en twee andere jongelingen rondwandelden op last van Nabucodonosor. De filosofische en als zachtmoedig bekend staande keizer Marcus Aurelius schroomde er niet voor honderden christenen de dood in te jagen. Over het algemeen zijn de martelaren ten tijde van de keizers Decius en Diocletianus niet te tellen. De bereidheid om te sterven was blijkbaar groot, want het leven op aarde stelde weinig voor in vergelijking met de eeuwige heerlijkheid. De Kerk was niet onverdeeld blij met die doodsverachting. Anderzijds had de Kerk ook moeite met wie hun geloof afzweerden om in leven te blijven en die dan in betere tijden weer in de Kerk wilden worden opgenomen.

Wie was een martelaar? En wie, een slachtoffer? En waar lag het midden tussen die twee condities? De Onnozele Kinderen die onder Herodes vielen, behoren duidelijk tot de tweede categorie. Stefanus daarentegen, is duidelijk zelf verantwoordelijk. De twee uitersten en het midden vormen een permanent gegeven door de eeuwen heen. Hoe dan ook, de martelaren maakten de Kerk, niet omgekeerd de Kerk de martelaren. We hebben het dan over de vroegste tijden.

Sommige martelaren spraken bijzonder tot de verbeelding van schilders. De met pijlen doorboorde soldaat Sebastianus bijvoorbeeld, die soms model staat voor de schoonheid van het mannelijk naakt. Agatha van Sicilië laat op een schotel haar afgehouwen borsten zien. Het meisje Agnes, die een adellijke huwelijkspretendent negeerde omdat ze met Christus getrouwd was en die daarom in een bordeel werd gestopt, draagt het lam ten teken van haar onschuld; de martelares Cecilia, die een huwelijksaanzoek afwees, geeft met een harp of orgel te kennen dat ze de beschermheilige van de muziek is; Catharina van Alexandrië, die de heidense filosofen schaakmat zette, is te herkennen aan een rad waarop ze zou worden geradbraakt voordat de engelen haar wegdroegen. In Armenië legden ze veertig soldaten naakt op het ijs om ze te laten doodvriezen, tenzij ze hun geloof zouden afzweren.

Thomas Becket, maar dan zitten we al in de Middeleeuwen, werd in de kathedraal vermoord omdat hij de pauselijke politiek belangrijker vond dan die van de Engelse koning. Petrus van Verona, leerling van Dominicus, werd in Noord Italië neergestoken door de katharen. Eind zestiende en begin zeventiende eeuw vonden er tientallen kruisigingen plaats van franciscanen en jezuïeten in het Japanse Nagasaki waarvan afbeeldingen bestaan. Op weg naar Brazilië stuitte een schip met jezuïeten op protestantse piraten door wie ze in zee werden geworpen.

In de twintigste eeuw zijn er in Polen afbeeldingen gemaakt van wie zich aanboden in ruil voor gevangenen tijdens de Tweede Wereldoorlog, zoals een groep nonnen en de meer bekende Maximiliaan Maria Kolbe.

Gyula Somos besluit zijn presentatie met ongehoorde beelden van martelaren voor andere gezindten dan de katholieke Kerk. Zo zien we een “heilige Hitler” en een “heilige Lenin”. De eerste zagen de protestanten die in Rusland onderdrukt werden als een bevrijder, en de tweede werd geclaimd door oud-gelovigen die tijdens het tsaristisch bewind door de Russisch-orthodoxe kerk voor ketters doorgingen. Zo kunnen we ook zeggen dat voor veel socialisten Che Guevara een heilige is. Het martelaarschap is dus een universeel verschijnsel.

In onze dagen zijn het vooral extremistische moslims die via aanslagen op zoveel mogelijk mensen het paradijs denken te beërven, alsmede hun christelijke slachtoffers die weigeren hun geloof af te zweren en daarom al als martelaren verering vinden.

de voorzitter