Home » 2017 » mei

Monthly Archives: mei 2017

DE NEDERLANDSE PAUS ADRIANUS VI, 20 mei 2017

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

“Wees geduldig en houd stand”, luidde de lijfspreuk van Adrianus. Pim Walenkamp is leraar Nederlands, journalist, gids, studeerde geschiedenis, zit in het bestuur van het CRK (Contact Rooms Katholieken) en van het Katholiek Nieuwsblad. Al geruime tijd werkt hij in zijn vrije uren, en onbezoldigd, aan een proefschrift over de Nederlandse paus. Over een jaar of twee hoopt hij daarmee klaar te zijn.

Adriaen Floriszoon Boeyens werd geboren in 1459 in Utrecht. Zijn ouders waren zeer bemiddeld, maar niet van adel. Ze bewoonden een groot stenen huis en behoorden tot de ingezetenen van de stad. Vader overleed toen Adriaen nog heel jong was. Op zijn twaalfde mocht hij gaan studeren, en dat gebeurde op een kostschool waar de lessen de geest volgden van de Moderne Devotie, een beweging in Noord West Europa die inspiratie putte uit het oorspronkelijke christendom en waarvan Geert Groote bekend staat als de belangrijkste vertegenwoordiger. Dat Adriaen priester wilde worden, wist hij al vroeg. De enige opleiding daarvoor in de Lage Landen was de Universiteit van Leuven. Twaalf jaar lang studeerde hij daar, en zijn promotie betrof een commentaar op een deel van het Bijbelboek Spreuken dat is toegeschreven aan koning Salomo. Adriaen benaderde zijn onderwerp op scholastieke wijze en uitgaande van de rede. Zijn priesterwijding viel rond 1489. In Leuven fungeerde hij als docent, en sinds 1493 als rector magnificus.

In het eerste decennium van de zestiende eeuw viel hem een bijzondere taak ten deel, en wel de opvoeding van de in 1500 te Gent geboren prins die weldra koning van Spanje zou worden, keizer van het Heilig Roomse Rijk, alsmede Heer van de Nederlanden. Karel V, zoon van Filips de Schone (Habsburg) en Johanna dochter van Isabel van Castilië en Ferdinand van Aragon. Als vijftienjarige bezocht Karel voor het eerst zijn Spaanse koninkrijk in gezelschap van jonge Vlamingen die in het zuiden op erebaantjes en bezit aasden. Dat leidde tot een conflict met de plaatselijke notabelen van de steden, en zo moest de kersverse koning een opstand onderdrukken om zijn gezag te vestigen, de zogeheten oorlog tegen de “Comuneros”.

Adrianus was meegetrokken naar Spanje, en kreeg te maken met de opstand. Verwacht werd van hem dat hij hard optrad in zijn functie als bisschop en kardinaal van Tortosa. Daarin onderscheidde hij zich van andere verantwoordelijken doordat hij de gebruikelijke wreedheden vermeed en voor het bestraffen van opstandelingen eerst harde bewijzen eiste. Hij betoonde zich een rechtvaardig mens. Dat mag eveneens worden gezegd van zijn broodheer en voormalige leerling koning Karel. Diens werk was allesbehalve gemakkelijk. Hij was jong en bevond zich in een land dat hij niet kende. Zijn moeder Johanna leefde opgesloten in een kasteel aangezien men haar ontoerekeningsvatbaar achtte en ongeschikt om de regering namens haar zoon waar te nemen. Wie aan de touwtjes trok was kardinaal Cisneros, primaat van Spanje, stichter van de Universiteit van Alcalá waar geleerden werkten aan de publicatie van de Polyglot Bijbel (met naast elkaar het Hebreeuws, het Grieks en het Latijn), een staaltje waar geleerd Europa, inclusief Erasmus, van opkeek. De kardinaal was behalve met de pen, ook bedreven met het zwaard getuige de inname van het islamitische kapersnest Oran (in Noord Afrika), dat hij inlijfde bij zijn bisdom Toledo.

Adrianus volgde Cisneros in 1517 op als Groot Inquisiteur, een ambt dat in de latere geschiedenis berucht is geworden door Torquemada, biechtvader van Isabel en Fernando. Rond de Spaanse Inquisitie hangt een zwarte legende die in omloop is gebracht door achtereenvolgens de protestanten, de achttiende-eeuwse encyclopedisten, de negentiende-eeuwse romantici en de marxistische historici van de twintigste eeuw. In werkelijkheid beschermde de Inquisitie de geestelijke gezondheid van het volk tegen ketterijen; en de straffen met eventueel de brandstapel zijn in de hardnekkige legende schromelijk overdreven. Adrianus stelde in zijn taak de rechtvaardigheid voorop. Hij voorzag eerder dan de meeste anderen de opkomst van Luther.

In 1521 overlijdt paus Leo X. Het conclaaf in Rome duurde twee weken, en in de laatste verkiezingsronde kwam Adrianus uit de bus als de nieuwe paus. Men wilde in elk geval een goede theoloog met het oog op het protestantisme. Interessant is dat Adrianus het conclaaf niet had bijgewoond, en zo geldt hij als de laatste paus die gekozen werd in absentia. Hij zei meteen ja op 31 augustus 1522. Maar hij bleef ook verantwoordelijk voor Spanje, terwijl Karel in Brussel zat. In zijn eerste schrijven, of bula, stelt hij als prioriteit de bekering van de ongelovigen in Amerika, een taak die hij opdroeg aan de missionarissen van de bedelorden. Zielen redden en het land ordenen, luidde de opdracht die hij gaf. Wel zei hij erbij dat ze geen dwang mochten gebruiken bij hun bekeringswerk.

Zijn reis vanuit Spanje naar Rome nam enkele weken in beslag. In Barcelona scheepte hij zich in. Onderweg droeg hij aan boord dagelijks de H. Mis op, iets waar men in Italië verbaasd over stond. Maar de sacramenten lagen hem zeer na aan het hart. In Rome bereikte hem de roep om hulp van de Maltezer ridders die het Griekse eiland Rhodos dreigden te verliezen, en ook inderdaad verloren, aan de Ottomanen. Daarbij speelde de Franse koning Frans I een verraderlijke rol; in het geheim steunde hij de moslims omdat hij Karel niet kon uitstaan en zich door Habsburg bedreigd voelde.

In Rome gedroeg paus Adrianus VI zich beduidend anders dan zijn voorgangers en de pausen die na hem kwamen. Hij ergerde zich aan de kunsten die in Italië heidens aandeden, met overtollig bloot en veel antieke mythologie. In hoeverre zijn strengheid op dit punt is ingegeven door zijn nuchtere noordelijke karakter, is een interessante vraag, mede gegeven de houding in dezen van Erasmus. Ook de in zijn ogen overdreven aandacht voor rijkdom onder de kardinalen maakte hem niet populair. ‘Verzamelt liever geestelijke schatten’, pontificeerde hij. Een toonbeeld van soberheid was hij. Speciale bescherming bood hij aan de orde van de theatijnen, voorlopers van Ignatius van Loyola, die hij een paar keer heeft ontmoet. Zo mag men Adrianus VI ook beschouwen als vooruitlopend op het Concilie van Trente dat het christendom herdefinieerde tegen het protestantisme en waarin de jezuïeten het voortouw namen. Hij erkende dat Rome zich schuldig had gemaakt aan excessen die de opstand van Luther verklaarden en waarvoor hij zich verontschuldigde.

Kortom, paus Adrianus VI mag worden beschouwd als een genadig bestuurder, engelachtig en deugdzaam, een oprecht man die zich niet liet omkopen. Ook was hij goed van vertrouwen, om niet te zeggen goedgelovig. Hij was op al deze punten beslist uitzonderlijk voor zijn tijd en voor de positie die hij bekleedde. Hij stierf in Rome in 1523, na slechts anderhalf jaar paus te zijn geweest.

de voorzitter

P.S. Onlangs verscheen het boek “De Nederlandse paus Adrianus van Utrecht” van de hand van Twan Geurts, Uitgeverij Balans.