Home » Uncategorized » KENT ONZE TOEKOMST NOG MORALITEIT ?

KENT ONZE TOEKOMST NOG MORALITEIT ?

SINT NICOLAAS ACADEMIE, 16 SEPTEMBER 2017

Michiel Hemminga: aan de hand van Alasdair MacIntyre

 

Bestaat er in onze samenleving nog een moraliteit die ons bindt? Die bestaat net zo min als dat er nog een religie bestaat die ons bindt. Onze maatschappij is nadrukkelijk pluralistisch, multicultureel en individualistisch.

Bestaan er, vanuit humanistisch oogpunt, deugden die ons binden, zoals bijvoorbeeld rechtvaardigheid en moed? Wat die inhouden zal voor elke groep, en zelfs voor een ieder anders zijn. Hetzelfde geldt voor waarheid. Die is afhankelijk van elke afzonderlijke beschouwer, zoals ook de werkelijkheid afhangt van ieders waarneming. Op geestelijk vlak houdt niets ons bij elkaar. Alles wat we delen is de fysieke ruimte en de taal die we nodig hebben om nog net voldoende orde te handhaven aangezien we anders, praktisch genomen, niet meer zouden kunnen functioneren. Subjectivisme en relativisme vieren hoogtij.

De Schotse filosoof Alasdair MacIntyre begon als marxist en eindigde als katholiek. Zijn meest bekende werk, After Virtue (1981), omvat een pleidooi voor de heropleving van de deugden. Inspiratie daarvoor zoekt hij bij Aristoteles, die de situatie van de Griekse stadstaat, met name het oude Athene, als uitgangspunt heeft. Het individu is daarin ondergeschikt aan het algemeen belang. Wat goed is voor de gemeenschap, is goed voor de enkeling, en vice versa. Dus over wat rechtvaardigheid en moed inhouden, bestond daar eensgezindheid.

In de christelijke Middeleeuwen worden de deugden aanbevolen: voorzichtigheid, rechtvaardigheid, gematigdheid, moed, aangevuld met geloof, hoop en liefde. Dat alles onder inspiratie van het christendom. Die tijd is voorbij. Na het protestantisme kwam de Verlichting en sindsdien probeerden de filosofen een moraal te gronden op louter het verstand. In onze tijd heeft het verstand het veld geruimd voor het emotionele, voor datgene wat goed voelt.

MacIntyre herinterpreteert Aristoteles met betrekking op zogenaamde praktijken. Praktijken waarin binnen een gemeenschap overeenstemming bestaat over het goede, zoals in een beroepspraktijk waarin het voor alle betrokkenen duidelijk is waaruit vakmanschap bestaat. Denk aan het ziekenhuis of de school.

MacIntyre ziet moraliteit dus in het kader van gemeenschappen die een opvatting delen van het goede. Bij een ziekenhuis is dat duidelijk, want gericht op het genezen van mensen. Omdat mensen in zo’n situatie lid zijn van dezelfde beroepsgemeenschap hebben ze een gedeeld belang, dus wat goed is voor de een, is ook goed voor de ander. MacIntyre voegt er in het geval van bijvoorbeeld een politieke gemeenschap de historische dimensie aan toe en zoekt de eenheid niet alleen in het heden, maar ook door de tijd heen. Deugden hebben een traditie en horen bij elkaar. Rechtvaardig handelen bijvoorbeeld, vereist moed.

We zitten nu in het Westen met het probleem dat we het binnen onze samenlevingen, als we daarvan nog spreken kunnen, geen gedeeld begrip van rechtvaardigheid meer hebben. De uitkeringstrekker en de belastingbetaler zullen het mogelijk niet eens zijn over de herverdeling van geld. Patriottisme bestaat dan ook nauwelijks meer aangezien de overheid niet langer gedeelde opvattingen over het goede vertegenwoordigt. Dus de overheid wordt alleen nog gekenmerkt door regelgeving en het bureaucratisch managen van verschillende groepen.

Een moraal die ons zou binden vereist, Bijbels gezien, allereerst een ontwikkeld geweten, een besef van goed en kwaad, van verantwoordelijkheid om het goede te doen, en een schuldgevoel wanneer men daarin tekort schiet. Maar is een dergelijk besef te verwachten van een samenleving als geheel? Een individu kan ethisch verantwoord handelen. Maar kan een groep, een overheid dat ook? Om van een samenleving zonder God maar te zwijgen. Schaf je God af, dan is het ergste mogelijk, stelde Dostojewski. Nietzsche verklaarde God dood omdat hij zag dat de pogingen van de filosofen om een moraliteit te gronden op de rede, op het nut of op de gerichtheid op geluk niet overtuigden. Zelfs binnen het christendom was moraliteit alleen mogelijk in besloten gemeenschappen, zoals een klooster. Wat rest, zijn de laatste vijf van de Tien Geboden. Daarzonder is het bestaan van een samenleving onmogelijk.

Dat een algemeen gedeeld zedelijk besef samenhangt met waarheid ligt voor de hand. De vraag van Pilatus tegenover Christus, wat is waarheid?, is ook de vraag van de filosofen van onze tijd. En in hun filosofie heeft sinds Nietzsche met de metafysica, ook het christendom afgedaan. Voor ieder is waarheid iets anders, zoals ieder goed vindt wat goed voelt.

 de voorzitter