Home » Uncategorized » WAT IS GELOVEN ? 18 november, 2017

WAT IS GELOVEN ? 18 november, 2017

 

                                                                                                                          

 

 

 

 

DAMIAAN MEUWISSEN, rechtsfilosoof en hoogleraar, heeft zich ontwikkeld tot algemeen filosoof met als uitgangspunt Hegel en andere Duitse denkers als Kant en Heidegger. Daarin volgt hij o.a. de jezuïet Karl Rahner, vooraanstaand theoloog in de aanloop naar het Tweede Vaticaans Concilie van 1962-’65.

Wat is geloven? Allereerst een dagelijkse handelwijze waar iedereen mee te maken heeft. Je kunt niet zonder. Het is iets voor waar aannemen, ook al betreft het nepnieuws of leugens. Geloven is vertrouwen op iemand, of op een instantie die men voor geloofwaardig houdt. Geloof, fides in het Latijn,  heeft met “fiducie” te maken. We kunnen nou eenmaal niet alles zelf uitzoeken.

Voor het christelijk geloof geldt om te beginnen wat geldt voor bovenstaande. Vervolgens: wat is waarheid? Waarheid in het christendom? We hebben daar intuïtief een idee van. En dan zoeken we uit of de christelijke waarheden kloppen met de feiten, met de werkelijkheid. Neem de verrijzenis van Jezus. Daarin geloven wij op grond van de geloofwaardigheid van de apostelen, de Evangeliën. Dat geloof is specifiek christelijk. Het wortelt in de Goddelijke Openbaring, zoals we die kennen uit de H. Schrift. Hier hebben ongelovigen moeite mee, maar ook voor gelovigen eist het de nodige overdenking.

Binnen het Geloof is een ontwikkeling, die nog steeds gaande is. De wende, de grote keer kwam met het Tweede Vaticaans Concilie van de jaren zestig van de vorige eeuw. Maar daarvoor, in de negentiende eeuw, en begin twintigste eeuw gebeurde er al het nodige dat op het concilie vooruitliep. Om te beginnen, het Eerste Vaticaans Concilie van 1870, dat voortijdig werd afgebroken vanwege de Frans-Duitse oorlog en de invasie van Rome. Twee belangrijke punten kwamen toen aan de orde. Ten eerste, het dogma van de onfeilbaarheid van de paus; en ten tweede, de positie van het Geloof zelf. Dat laatste draait om de stelling  dat de menselijke ratio, of het natuurlijk verstand voldoet om God te leren kennen. Dit, los van de Openbaring! En zo ontwikkelde zich vanuit die stelling een natuurlijke theologie. Die werd heftig aangevochten door de protestanten, door bv. de Zwitserse theoloog Karl Barth.

Vaticaan II, dat de deuren naar de wereld opende, benadrukte het Geloof uitgaande van het vertrouwen op, en bijgevolg de overgave aan God. Theologen als Karl Rahner en Henri Lubac beriepen zich daarbij o.a. op Kant, Hegel en Heidegger. Het Credo heette voor hen geloofwaardig, en het veronderstelde een persoonlijke relatie met Christus.

Een katholiek-protestantse controverse betrof het begrip “genade” (gratia). Voor Luther gold “genade alleen” (sola gratia), naast sola fide en sola scriptura, het geloof en de Schrift  los van de traditie, de overlevering. Onder “genade” verstaan de katholieken echter ook de praktijk van de goede werken. Niet dat protestanten daar vreemd aan zijn, maar gratia zien zij toch vooral als enkel iets van buitenaf. De katholiek ziet de genade eveneens als een gave, maar benadrukt daarbij de vatbaarheid van de ontvanger, het zich openstellen voor, en actief meewerken met de genade. Voor de rest mogen de theologen er hun hoofd over breken.

Gaan we terug naar het leren kennen van God, dan zal men er niet onderuit kunnen dat dit een zoeken veronderstelt bij wie geloven wil, en meer nog een neiging tot liefde. Kennen op basis van liefde opent onze ogen, en laat het licht schijnen in de duisternis.

Geloof en Rede, Fides et Ratio, theologie en wetenschap, religie en filosofie…, wat is de verhouding tussen die twee? Wat die ook is, het is de rede, het verstand dat het initiatief neemt. Het Geloof wordt dan gezien als aannemelijk, als niet onredelijk, als toetsbaar met ons denkvermogen.  Daarentegen ben je onredelijk als je niet gelooft. Niemand kan trouwens bewijzen dat God niet bestaat.

Onze tijd is er een van secularisering. Seculier betekent in wezen: in de tijd, in de ruimte. Dit, op grond van de Incarnatie, de Menswording Gods. De tijd verbonden met de eeuwigheid. Helaas ontkent de huidige tijdgeest  dat er iets is dat tijd en ruimte overstijgt, en daarmee is ieder religieus geloof van de baan. Het boventijdelijke, het bovennatuurlijke of buitenruimtelijke is uit ons opinieklimaat verdreven. Het is als Pilatus die in confrontatie met Jezus Christus zegt: wat is waarheid? Hier botst de heersende houding die zich op de feiten, op de werkelijkheid beroept met de wereld van het onwerkelijk ware: “Mijn koninkrijk is niet van deze wereld”.

In de jaren veertig pleitte de theoloog Dietrich Bonhoeffer, verzetsstrijder tegen het nazisme, in de gevangenis voor een religieus christendom los van de institutionele vorm, dus zonder kerkelijke structuur. Dat vond vooral weerklank onder protestanten. Maar kun je om de kerk heen? Die is immers door Jezus Christus zelf ingesteld. In de sfeer van Vaticaan II klonk bij de theoloog Schillebeeckx, geïnspireerd door de marxistische filosoof Ernst Bloch, de nagalm van de christelijke deugd van de hoop. De hoop op de verrijzenis, in aansluiting op het vierde mariale dogma van haar Ten Hemel Opneming. De dood heeft niet het laatste woord!

de voorzitter

P.S. Damiaan Meuwissen publiceerde in samenwerking met anderen het boek Europa reflexief, een bezinning op de Europese geest, de toekomst en de positie van religies binnen Europa.