Home » Uncategorized » SYMBOLIEK VAN HET SPEELGOED VAN JEZUS

SYMBOLIEK VAN HET SPEELGOED VAN JEZUS

 

21 april 2018

Dat de christelijke schilderkunst vol zit met symbolen, is algemeen bekend.  Dat zelfs achter het “speelgoed” van Jezus als kind een diepere betekenis schuil gaat, heeft de Hongaarse kunstschilder GYULA SOMOS opgespoord en samengebald  in zijn voordracht. Waar ook in zijn eigen werk op dit punt een en ander te vinden is, staat in zijn voordracht de tijd vanaf pakweg 1100 tot in de 17e eeuw centraal. Naast anonieme en onbekende schilders,  passeren meer bekende namen de revue, zoals Geerten tot Sint Jans, Lucas Cranach, Alfred Dürer, Carlo Crivelli, Jan Provoost, Jean Bellegambe, Taddeo di Bartolo en William Blake.

Het gaat in alle gevallen om afbeeldingen van Jezus als baby, of als kleine jongen. Zien we hem onder de hoede van zijn gekroonde moeder  met in elke hand een rammelaar, en rondom beiden een kring van engelen, dan duidt dit speelgoed op Jezus als dirigent die het orkest van de engelen dirigeert, waarbij de muziek door de sferen van de schepping gaat. De rammelaars kunnen op een ander schilderij staan afgebeeld met een staf, die als dirigeerstok het idee versterkt.  Op een bed, staande op vier poten die torens voorstellen zien we vier engelen die waken over de ziel, want het rijk uitgevoerde bed waarin het kind Jezus ligt dient ook als doodskist. Jezus heeft hier een rijksappel in zijn hand die van hout is, en het hout staat voor de levensboom, met het kind Jezus als nieuwe Adam, waarbij de rijksappel koninklijke macht verzinnebeeldt.

Een Maria uit de Apocalyps (met de slang onder haar voeten) ontvangt een wikkeldoek voor haar zoontje, en die doek voorafschaduwt het kleed dat Jezus als volwassene zal dragen. De zoom ervan zal worden aangeraakt door een vrouw die daardoor van haar ziekte geneest. Uit apocriefe bron te verklaren, is een hemd waarin Jezus water naar zijn moeder draagt nadat de kruik waarin het water zat was gebroken. Het hemd keert op andere voorstellingen terug waar het hangt in de vorm van een kruis dat naar de kruisdood verwijst.  Ergens zien we Maria met Elisabeth, terwijl aan hun voeten  Jezus en Johannes de Doper spelen. De laatste heeft een stuk speelgoed dat het kruis voorstelt, terwijl zijn moeder een draad spint; het is de levensdraad die niet afbreekt, tegengesteld aan de mythologische draad van de drie schikgodinnen. De levensdraad keert terug in de voorstelling van een knot die vanuit Maria afrolt rond de uitgestrekte armen van Jezus.

Vooruitlopend is het kind omringd door tekens en instrumenten die naar de toekomstige martelingen verwijzen, terwijl andere kinderen hem aanbidden. Meer voorkomend is Jezus met een vogel in zijn hand, en in de andere hand een speen, duidend op de ziel (de vogel) en het voeden van de ziel (speen). Soms prikt de vogel in de duim van het kind, waaruit dan druppels bloed vloeien: Jezus die ons voedt met zijn bloed. In plaats van de vogel, kan ook een druiventros fungeren met dezelfde bedoeling.

Op een van de doeken zien we het kind met uitgestrekte armen, in kruishouding, die een paard leidt naar de toeschouwer, of we zien het gezeten op een lammetje dat gevoed en geleid wordt door de kleine Johannes de Doper. Op een ander doek trekt Johannes Jezus naar zich toe met een net. Wat ergens anders ogenschijnlijk een stok lijkt, is in werkelijkheid een stokpaardje dat Jezus met gekruiste armen berijdt; op de achtergrond is een wit paard dat verwijst naar de Apocalyps. Sommige afbeeldingen tonen looprekken (sustentacula) waarmee het kind leert lopen; die met drie wielen roepen de Drie-Eenheid in herinnering; die met vier wielen, de vier evangelisten.

Jezus die uit zeepsop bellen blaast geeft een beeld van de vergankelijkheid. Een van de bellen  symboliseert de wereld, die eveneens vergankelijk is. Elders leest Jezus  een boek, en daarnaast liggen een tol en een zweep, ten teken dat hij de wereld in beweging houdt. Jezus met in de ene hand de zon, en in de andere de maan wordt gerelateerd aan de schepping.

Tijdens de achttiende eeuw en daarna is de christelijke symboliek in de beeldende kunst niet meer aanwezig. Zo is de relatie tussen de natuur en het bovennatuurlijke verloren gegaan.

Wie het werk van Gyula Somos ziet ( bijvoorbeeld: https://www.google.com/search?q=gyula+somos&client=firefox-b&tbm=isch&tbo=u&source=univ&sa=X&ved=2ahUKEwj4pPan-M3aAhVBIlAKHVNHDKwQ7Al6BAgAEEY&biw=1288&bih=718) kan ontdekken  hoe hij de symbolentaal gebruikt, o.a. gerelateerd aan het christendom.

de voorzitter