Home » 2015 » december

Monthly Archives: december 2015

BONIFATIUS EN HET MARTELAARSCHAP

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

SINT NICOLAAS ACADEMIE, 19 december 2015

Michiel Hemminga en Robert Lemm

Dat er aan martelaarschap een politiek aspect kleeft, is niets vreemds. Het voorbeeld dat Michiel Hemminga – filosoof en bestuurslid van de Nicolaas Academie – aandraagt is dat van de bij Dokkum in 754 vermoorde Bonifatius. Deze in Engeland geboren missionaris werkte voor de Frankische monarchie en probeerde van daaruit de Friezen tot het christendom te bekeren. Het toenmalige Friesland, Magna Frisia, bestreek het westen van Nederland vanaf Gent tot aan Denemarken met uitlopers in het Duits-Saksische achterland. De Franken waren doorgedrongen tot aan de grote rivieren, tot aan de grenzen van het voormalige Romeinse Rijk. Zij hadden het christendom aangenomen en wilden nu met de Waarheid in de hand hun gebied over het nog heidense noorden uitbreiden. Daar voelden de Friese koningen niets voor. Ze wilden onder geen beding hun onafhankelijkheid verliezen, hun lucratieve handelscontacten met Skandinavië en de Baltische staten.
Al voorheen hadden drie voor de Franken werkende Engelse missionarissen – Wilfred, Wigbert en Willibrord – tevergeefs geprobeerd de Friese koningen van de Waarheid te overtuigen. Toen Bonifatius zich aandiende, stuitte hij op verzet van vooral de plaatselijke adel.
Ondertussen was Willibrord in Rome tot aartsbisschop van de Friezen benoemd met standplaats Utrecht. Bonifatius – doopnaam Winfried – had van Rome de opdracht gekregen om het gebied ten oosten van de Rijn te kerstenen. Tussen 739 en 753 poogde hij zijn actie uit te breiden onder de Friezen na de dood van hun koning Radboud. Maar de Franken – die hij meer wilde doen sporen met de kerk van Rome – waren dit keer minder bereid hem te steunen, en zo verlegde hij zijn werkterrein naar Hessen en Thüringen.

Het grote idee achter de handelwijze van Rome was de vestiging van een groot eensgezind christelijk rijk onder de ene ware God, dat met Karel de Grote vorm zou krijgen. Bonifatius was van dat idee een voorloper. Hoe noordelijker je kwam echter, hoe meer de volkeren nog hun eigen goden hadden die zij als heilig beschouwden, en heiligschennis werd zwaarder bestraft dan moord of doodslag. Het lag niet in de aard van Bonifatius om diplomatiek of subtiel op te treden. Hij kwam namens de beschaving, en hier stond hij tegenover de barbarij. De heilige eik van de heidenen spleet hij agressief en arrogant in tweeën. Dat was de directe aanleiding om hem en zijn gezellen met bijl of zwaard te doorklieven. De diepere oorzaak was dat de Friezen hem hielden voor een agent van de Franken. Zijn stoffelijk overschot werd overgebracht naar het klooster van Fulda dat hij in 744 had gesticht. De aartsbisschop van Canterbury stelde vast dat hij de marteldood was gestorven, en zo werd hij heilig verklaard.

***

“Martelaar” betekent getuigen van Jezus Christus en om die reden vervolging lijden. De eerste getuige was Stefanus, die door de schriftgeleerden werd gestenigd. Je hebt ook stille of onzichtbare martelaren, benadrukt kerkvader Isidorus van Sevilla (zevende eeuw), die daarbij verwijst naar sommige woestijnvaders die de centra van het Romeinse Rijk waren ontvlucht om niet gedwongen te worden tot afgoderij. De vele christenen die weigerden aan de goden te offeren, maakten zich schuldig aan ongehoorzaamheid jegens de keizer en mochten de wilde dieren of andere kwellingen verwachten. Zij volgden met overtuiging het voorbeeld van de apostelen martelaren met het oog op de hemelse heerlijkheid.
Niet alle christenen waren zo dapper. Toen na de officiële invoering van het christendom geen christen meer voor de leeuwen werd gegooid, brak de beweging van de donatisten baan, vernoemd naar de Noord Afrikaanse bisschop Donatus Magnus. Gedoopten die destijds compromissen had gesloten om aan een gewelddadige dood te ontkomen, werden als verraders beschouwd en moesten uit de Kerk worden gebannen. Wat won, was evenwel het gematigde standpunt, ofwel de vergeving. Maar de martelaren maken de Kerk, niet omgekeerd. En als de Kerk martelaren heeft gemaakt, dan is het in treurige zin, zoals in de gevallen van bijvoorbeeld Jeanne d’Arc, Johannes van het Kruis en Pater Pio.

Politiek speelt vaak ook een rol bij het martelaarschap in de Middeleeuwen. Aartsbisschop Thomas a Becket werd in de kathedraal van Canterbury vermoord omdat hij het gezag van de Kerk hoger achtte dan dat van de Engelse koning. Hetzelfde gold later voor kanselier Thomas More versus een andere Engelse koning. Het was ook mogelijk om als martelaar te sterven tegen ketters als de arianen (Hermenegildus), de katharen (Pietro da Verona), de protestanten (Edmund Campion), de oosterse orthodoxen (Josaphat) en natuurlijk in verre missiegebieden tijdens bv. de antichristelijke politiek in Japan (franciscanen en jezuïeten gekruisigd in Nagasaki, 1596), of tijdens de Boxer Opstand in China (1900). In al die gevallen heeft het martelaarschap kenmerken die lijken op dat van Bonifatius, of op dat van de Nederlandse Martelaren van Gorcum (1571).

De Katholieke Kerk canoniseerde voornamelijk diegenen die voor haar belangen hun leven gaven. En ze schroomde er zelfs niet voor terug om de joodse Maccabeeën en Johannes de Doper bij haar Martyrologium in te lijven.

Ten slotte zijn er ook nog de “heilige slachtoffers”. Dat zijn diegenen die niet zozeer bewust getuigden van het Geloof en de Kerk, maar veeleer behoorden tot een “verkeerde groep”. Hun archetype zijn de Onnozele Kinderen (28 december). Maar ook iemand als Edith Stein, de non die alleen omdat ze joods was naar het concentratiekamp werd gevoerd. Voorts kunnen we denken aan de velen die zijn vervolgd en vermoord tijdens de Franse Revolutie, de Mexicaanse Revolutie, de Spaanse Burgeroorlog, het nazisme en het communisme. Men spreekt voor wat de twintigste eeuw betreft wel van “de eeuw van de martelaren”. Ook mogen we niet voorbijgaan aan de katholieke gelovigen die in onze tijd van vrijheid van meningsuiting genegeerd, gediscrimineerd en bespottelijk gemaakt worden. Misschien is dat wel de meest geraffineerde vorm van vervolging.

de voorzitter